6.1 Temperatuur

6.1 Temperatuur
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

6.1 Temperatuur

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Wat is temperatuur?
Hoe werkt een vloeistofthermometer?
Meetbereik en aflezen thermometers
Soorten thermometers en hoe ze werken

Slide 2 - Slide

Temperatuur
Wordt vaak gemeten met een vloeistofthermometer.

Voor de onderdelen zie plaatje hiernaast.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Werking van een vloeistofthermometer
  1. De vloeistof in het reservoir bestaan uit gekleurde alcohol.
  2. Bij het stijgen van de temperatuur zet de vloeistof uit, meer dan het glas zal uitzetten.
  3. Gevolg is dat het vloeistofniveau in de stijgbuis omhoog gaat. De buis is heel smal, de stijging van de vloeisof zal dus goed te zien zijn.
  4. Als de temperatuur daalt krimpt de vloeistof, het vloeisofniveau in de buis daalt

Slide 5 - Slide

Temperatuur wordt gemeten in graden Celcius, Kelvin of graden Fahrenheid

Slide 6 - Slide

Meetbereik van een thermometer
Het meetbereik geeft aan tussen welke temperaturen je een thermometer kunt aflezen.

Voor iedere plek is een bepaald meetbereik handig, 
een thermometer voor binnen heeft een ander bereik dan een thermometer voor buiten.

Slide 7 - Slide

Wat is het meetbereik van de hiernaast afgebeelde thermometer?
A
O tot 100 graden Celsius
B
120 graden Celcius
C
20 tot 120 graden Celcius
D
100 graden Celcius

Slide 8 - Quiz

Lees de temperaturen af van de 5 thermometers
A
49 , 112, 13, 240, 52 graden Celsius
B
49, 108, 13, 230, 50 graden Celcius
C
50, 108, 13, 230, 52 graden Celcius
D
50, 112, 15, 240, 50 graden Celcius

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Slide

Lees de temperaturen af van de 5 thermometers
A
49 , 112, 13, 240, 52 graden Celsius
B
49, 108, 13, 230, 50 graden Celcius
C
50, 108, 13, 230, 52 graden Celcius
D
50, 112, 15, 240, 50 graden Celcius

Slide 11 - Quiz

Temperatuur in een weerbericht
In Nederland wordt altijd de temperatuur weergegeven in graden Celcius.

Slide 12 - Slide

Temperatuur
Het ijken van een thermometer wordt gedaan om een juiste temperatuur af te kunnen lezen.


Slide 13 - Slide

Verschillende soorten thermometers

  1. kwikthermometer (wordt niet meer gebruikt) 
  2. vloeistofthermometer
  3. digitale thermometer
  4. bimetaalthermometer
  5. infraroodthermometer

Slide 14 - Slide

Digitale thermometer
  • maakt gebruik van NTC-weerstand
  • NTC laat meer stroom door bij hogere temperatuur
  • hoeveelheid doorgelaten stroom wordt vertaald naar bepaalde temperatuur
  • waarde wordt in cijfers op scherm weergegeven

Slide 15 - Slide

Bimetaal thermometer
  • in bimetaalthermometer zit een strip bestaand uit twee verschillende metalen, meestal ijzer en aluminium
  • beiden hebben een andere temperatuur waarbij ze uitzetten of krimpen
  • ijzer zet bij een hogere temperatuur minder uit dan aluminium
  • strip is opgerold in spiraal
  • temperatuur wordt weergegeven met wijzer

Slide 16 - Slide

infraroodthermometer
  • meet de hoeveelheid infraroodstraling                                     (= warmtestraling)
  • temperatuur wordt in cijfers op scherm weergegeven

Slide 17 - Slide

Wat wordt bedoeld met het meetbereik van een thermometer?

Slide 18 - Open question

Een digitale thermometer maakt gebruik van
A
Een vloeistof
B
Infrarode straling
C
Een bimetaal
D
Een NTC

Slide 19 - Quiz

Uit welke onderdelen bestaat een vloeistofthermometer?

Slide 20 - Open question

Wat zet bij een hogere temperatuur meer uit?
A
Aluminium
B
Ijzer

Slide 21 - Quiz

Lezen
Bladzijde 132-133

Slide 22 - Slide

Aan de slag
Maak de opdrachten van paragraaf 6.1

Slide 23 - Slide

Samenvatting
  • je weet waaruit een vloeistofthermometer bestaat en kunt de werking uitleggen
  • je kunt het begrip meetbereik uitleggen en bepalen
  • je weet in welke eenheid temperatuur hier in Nederland wordt weergegeven in het weerbericht
  • je kunt de werking van de digitale-, de bimetaal- en de infraroodthermometer beschijven en de werking uitleggen

Slide 24 - Slide