Woordenschat tekst over tijden (sarcastisch over date, kringverjaardag, ed.)

Woordenschat tekst over tijden (sarcastisch over date, kringverjaardag, ed.)
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Woordenschat tekst over tijden (sarcastisch over date, kringverjaardag, ed.)

Slide 1 - Slide

1. Wat betekent 'charteren'?
A
huren van een voertuig
B
stelen
C
iemand ergens toe dwingen
D
iets huren/lenen

Slide 2 - Quiz

2. Wat betekent 'pietluttig'?
A
Overdreven precies over kleine dingen
B
Onverschillig
C
Snel afgeleid
D
Heel vriendelijk zijn

Slide 3 - Quiz

3. Kun jij even stoppen met zo te ________? Ik geef echt geen extra punten.
A
Irriteren
B
Observeren
C
Slijmen
D
Verbergen

Slide 4 - Quiz

5. We moeten een bus ________ om alle deelnemers naar het festival te brengen.
A
charteren
B
wervelen
C
induiken
D
verbergen

Slide 5 - Quiz

6. Wat betekent 'slijmen'?
A
Iemand helpen
B
Overdreven aardig doen om iets (voor elkaar) te krijgen
C
Iemands negeren
D
Iemand (vaak) beledigen

Slide 6 - Quiz

7. De plant is helemaal aan het ________, hij krijgt te weinig licht.
A
indalen
B
wervelen
C
verzuipen
D
verpieteren

Slide 7 - Quiz

8. Wat betekent 'verbergen'?
A
Iets uit het zicht houden
B
Iets uitleggen
C
Iets groter maken
D
Iets repareren

Slide 8 - Quiz

9. Wat betekent 'hijgen'?
A
Fluisteren
B
Zwaar en luid ademen
C
Snurken
D
Luid praten

Slide 9 - Quiz

10. Wat betekent 'observeren'?
A
Nauwkeurig bekijken
B
Iets voorspellen
C
Iets bespreken
D
Iets veranderen

Slide 10 - Quiz

10. Hij is zo ________ dat hij boos wordt als je een komma verkeerd zet.
A
bloedserieus
B
labiel
C
pietluttig
D
vervelend

Slide 11 - Quiz

11. De problemen zijn niet tijdelijk maar ________, ze komen steeds terug.

Slide 12 - Open question

12. Laten we even een ....... het is mooi weer en zo kunnen we onze hoofden even leeg maken.

Slide 13 - Open question

13. Ik ga er ________ heen, want ik had het toch al gepland.

Slide 14 - Open question

14. De student besloot om echt in het onderwerp te ________ en alles uit te zoeken.

Slide 15 - Open question

15. Hij voelde zich zo ziek dat hij bijna moest ________.

Slide 16 - Open question