Hoofdstuk 15 - Paula doet boodschappen

Hoofdstuk 15 - Paula doet boodschappen
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NT2Speciaal OnderwijsLeerroute 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 15 - Paula doet boodschappen

Slide 1 - Slide

Paul en Paula maken een afspraak.
A
waar
B
niet waar

Slide 2 - Quiz

Paula pakt de telefoon.
Wat gaat ze doen?

Slide 3 - Open question

Paul gaat vrijdag naar Paula. Wanneer?
A
In de ochtend
B
In de middag
C
In de avond
D
In de nacht

Slide 4 - Quiz

Wat gaat Paula koken?
A
B
C
D

Slide 5 - Quiz

Welke groenten wil Paula kopen?

Slide 6 - Open question

Paula gaat eerst naar de supermarkt.
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz

Wat betekent 'anders nog iets?'
A
Wilt u nog meer kopen?
B
Wilt u proeven?
C
Wilt u betalen?

Slide 8 - Quiz

Welke groenten ken jij nog meer? Schrijf 5 groenten

Slide 9 - Open question

Paula is boos op de verkoper.
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quiz

Waar gaat Paula heen na de de markt?
A
B
C
D

Slide 11 - Quiz

Hoeveel gram kip koopt Paula?
A
1 pond
B
800 gram
C
300 gram
D
2 kilo

Slide 12 - Quiz

Wat verkoopt een slager?
A
kip, rund en varken
B
kip, rund en vis
C
kip, wijn en olijven
D
kip, aardappels en kool

Slide 13 - Quiz

Waarom is Paula blij?

Slide 14 - Open question

Welke supermarkten ken jij?
Schrijf ze op.

Slide 15 - Open question

Paula betaalt met contant geld.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

Wat zegt Paula tegen de jongen bij de kassa?
A
'Bedankt en ik wil graag zegels'
B
'Bedankt, ik hoef geen zegels'
C
'Ik hoef geen bon en ook geen zegels'
D
Paula zegt niets. Ze is al buiten.

Slide 17 - Quiz

Uit welk land komt de wijn die Paula wil kopen?

Slide 18 - Open question

Nieuwe woorden
Staan er woorden in de tekst die je niet kent?
Schrijf de woorden in je schrift.
Zoek de woorden op Google Translate.
Schrijf het woord in jouw eigen taal. 

Slide 19 - Slide

Waar staat Paula?
A
B
C
D

Slide 20 - Quiz

Wat snijdt Paula?
A
de tomaat
B
de kip
C
het mes
D
de rijst

Slide 21 - Quiz

Waar doet Paula de groenten in?
A
B
C
D

Slide 22 - Quiz

Paul komt om zeven uur.
A
waar
B
niet waar

Slide 23 - Quiz

Hoe voelt Paula zich?
A
B
C
D

Slide 24 - Quiz

Waarom is Paula zenuwachtig?

Slide 25 - Open question

Paula heeft twee uur lang gekookt.
A
waar
B
niet waar

Slide 26 - Quiz

Paula moet zich snel klaarmaken.
A
waar
B
niet waar

Slide 27 - Quiz

Wat wil Paula aandoen?
A
B
C
D

Slide 28 - Quiz

Paula doet oorbellen in.
Schrijf twee andere sieraden op.

Slide 29 - Open question

Wat hoort Paula?
A
de hond
B
een baby
C
de bel
D
een boor

Slide 30 - Quiz