H3: W.17: trappen van vergelijking

Heute
  • Herhaling ontleden 1e, 3e en 4e naamval
  • Herhaling voorzetsels 3e naamval 
Welchselunterricht 2021
Herzlich Willkommen! 
Deine Schulsachen bitte auf den Tisch!

1 / 13
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Heute
  • Herhaling ontleden 1e, 3e en 4e naamval
  • Herhaling voorzetsels 3e naamval 
Welchselunterricht 2021
Herzlich Willkommen! 
Deine Schulsachen bitte auf den Tisch!

Slide 1 - Slide

  1. Unterrichtsziele erzählen
  2. Lehrstoff wiederholen
  3. Trappen van vergelijking erklären
  4. Hausaufgaben


             


Während der Unterrichtsstunde:

Slide 2 - Slide

Heute
  • Herhaling ontleden 1e, 3e en 4e naamval
  • Herhaling voorzetsels 3e naamval 
Unterrichtsziele:
  • Je kunt verschillende soorten werkwoorden in de verleden tijd vervoegen.
  • Je weet hoe je moet zeggen dat iets groter of kleiner is dan.
  • Je weet hoe je moet zeggen dat iets het grootst of het kleinst is.

Slide 3 - Slide

Kapitel 14 - Lehrstoff wiederholen
[1] Vervoeg het werkwoord 'machen' in de verleden tijd.
[2] Vervoeg het werkwoord 'reden' in de verleden tijd.
[3] Wat valt je op aan de vervoeging?




Wörterliste und Grammatik
  • ich machte
  • du machtest
  • er machte
  • wir machten
  • ihr machtet
  • sie/Sie machten




  • ich antwortete
  • du antwortetest
  • er antwortete
  • wir antworteten
  • ihr antwortetet
  • sie/Sie antworteten




  • Tussen de stam en de uitgang komt een extra -e te staan.




Slide 4 - Slide

Kapitel 14 - Grammatik
Hoofdregel is: klein - kleiner – kleinst
stellende trap: klein
vergrotende trap + -er: kleiner
overtreffende trap –st: kleinst

Woord eindigt op -d/-t of s-klank (s, z, ß, sch)?
overtreffende trap  + -est



trappen van vergelijking
Even een voorbeeld:
laut – lauter – lautest
heiß – heißer – heißest
wild – wilder – wildest

Slide 5 - Slide

Kapitel 14 - Grammatik
trappen van vergelijking
Zum Beispiel: 
  • stellende trap:             Sophie ist ein kleines Mädchen.
  • vergrotende trap:       Ich habe einen kleineren Kuchen gebacken als du.
  • overtreffende trap:    Das ist der kleinste Hund, den ich je gesehen habe!
[1] Zowel de stellende trap als de vergrotende en overtreffende trap kunnen als bijvoeglijk naamwoord worden vervoegd. 

Slide 6 - Slide

Kapitel 14 - Grammatik
trappen van vergelijking
In het Nederlands
[1] het grootst, het mooist, het snelst 

[2] vergelijking met dan 
Anne is groter dan Peter.

[3] vergelijking met als
Anne is niet zo groot als Peter.
In het Duits:
[1] am + overtreffende trap + en

[2] vergelijking met als
Anne ist größer als Peter.

[3] vergelijking met wie
Anne ist nicht so groß wie Peter.

Slide 7 - Slide

Kapitel 14 - Grammatik
trappen van vergelijking

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Kapitel 14 - Hausaufgaben
Aufgabe 3.4 + 4.3 schon fertig? 

10.4 trappen van vergelijking, 6.3 woordzoeker, 8.2


-
Ihr lernt aus Kapitel 13
- Wörter A und B
- Schreibecke
- Grammatik 2

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Heute
  • Herhaling ontleden 1e, 3e en 4e naamval
  • Herhaling voorzetsels 3e naamval 
Leervragen:
[1] Maak een korte zin in het Duits met de woorden ontbijt, honing & brood.
[2] Hoe zeg je in het Duits dat er in het weekend altijd verse broodjes zijn. 
[3] Maak een zin in het Nederlands met de woorden der Grund & die Zeitung erin.

Wiederholung!
Wortschatz
Antwoorden:
  • [1] Eigen antwoord
  • [2] Am Wochenende gibt es immer frische Brötchen.
  • [3]Een goede reden om de krant te lezen, is om het nieuws te kunnen volgen.

Slide 12 - Slide

Heute
  • Herhaling ontleden 1e, 3e en 4e naamval
  • Herhaling voorzetsels 3e naamval 
  1. Wisst ihr es schon..?
  2. Unterrichtsziele
  3. Lektion 6 abschließen


             


Während der Unterrichtsstunde:
wiederholen

Slide 13 - Slide