voorbereiden, uitvoeren, controleren en verbeteren

Het schrijfproces in fases
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Het schrijfproces in fases

Slide 1 - Slide

Voorbereiden

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Je schrijft een informatieve tekst over voeding van ongeveer 300 woorden.
Kies het meest geschikte onderwerp
A
mijn lievelingseten
B
de opkomst van de vegaburger
C
voeding door de eeuwen heen

Slide 5 - Quiz


Om welke reden is het onderwerp "voeding door de eeuwen heen" minder geschikt?

Slide 6 - Slide

Een breed onderwerp kun je op verschillende manieren beperken. 
Op welke manier is het onderwerp "innovaties in de zorg" kleiner gemaakt.
In de sleepvraag kun je kiezen uit:
- deelonderwerp
- doelgroep/ betrokkenen
- hoeveelheid
- tijd

Slide 7 - Slide

innovaties in de ouderenzorg
de huidige inzet van smartwear in de ouderenzorg
de inzet van smartwear in de zorg
de vijf belangrijkste innovaties in de zorg van de afgelopen twee jaar
deelonderwerp
deelonderwerp
doelgroep/ betrokkenen
doelgroep/ betrokkenen
deelonderwerp
tijd
tijd
hoeveelheid

Slide 8 - Drag question

Tekstsoort
De tekstsoort die je gebruikt om je boodschap over te brengen, is afhankelijk van je doel en je publiek. 

Kies bij de volgende vragen de MINST geschikte tekstsoort.

Slide 9 - Slide

Publiek: vrienden en familie
Doel: activeren: vragen of zij op mijn verjaardag komen
A
enquête
B
mail of kaartje
C
uitnodiging via datumprikker

Slide 10 - Quiz

Publiek: huurders
Doel: informeren: ze moeten weten wanneer de renovatie van hun huurhuis begint.
A
affiche
B
flyer
C
zakelijke brief

Slide 11 - Quiz

Publiek: gemeenteraad
Doel: overtuigen: de gemeente moet nu echt iets gaan doen tegen de stankoverlast
A
column
B
ingezonden brief
C
instructie

Slide 12 - Quiz

Publiek: liefhebbers van appelflappen
Doel: instrueren: zo maak je appelflappen
A
etiket
B
offerte
C
recept

Slide 13 - Quiz

Tekststructuren
Een tekststructuur maakt duidelijk hoe een tekst in elkaar steekt.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Uitvoeren

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Slide

1.
5.
4.
3.
2.
e. Volgens verschillende wc-papier fabricanten is er geen "goede" of "slechte" manier om het toiletpapier op te hangen. 
d. Toch adviseren ze allemaal de rol met de losse flap naar je toe te hangen.
c. Door het papier zo op te hangen, kom je niet elke keer met je vieze handen tegen de muur achter de rol aan.
b. Daardoor voorkom je dat de muur een haard van bacteriën wordt.
a. Bovendien kun je het papier dan op de tast pakken, wat handig is op een donker toilet.

Slide 21 - Drag question

Slide 22 - Slide

Controleren en verbeteren

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide