Karakter opbouw kc-klas Mockumentary

Een personage laat je zien door:
De houding van je lichaam (krom, recht, klein, groot)
De snelheid waarmee je loopt (langzaam, snel)
De manier waarop je beweegt (soepel, houterig, overdreven)
De manier waarop je kijkt (brutaal, verlegen, dromerig)
De manier waarop je praat (stem, adem, woordgebruik)

1 / 16
next
Slide 1: Slide
DramaMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmbo g, t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Een personage laat je zien door:
De houding van je lichaam (krom, recht, klein, groot)
De snelheid waarmee je loopt (langzaam, snel)
De manier waarop je beweegt (soepel, houterig, overdreven)
De manier waarop je kijkt (brutaal, verlegen, dromerig)
De manier waarop je praat (stem, adem, woordgebruik)

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

De houding van je lichaam (krom, recht, klein, groot)

rek je uit 
maak jezelf klein
maak jezelf groot
neem een gekke houding aan

Slide 3 - Slide

De snelheid waarmee je loopt (langzaam, snel)


Beweeg door de ruimte en verander iedere 10e tel van snelheid

Slide 4 - Slide

De manier waarop je kijkt (brutaal, verlegen, dromerig)

Probeer brutaal, verlegen of dromerig om je heen te kijken.
Wat zie je bij de anderen; herken je de emotie?

Slide 5 - Slide

De manier waarop je praat (stem, adem, woordgebruik)

Begroet de persoon die het dichtst bij je staat en start een gesprek waarbij je doet alsof je veel haast hebt. 

Begroet ook iemand anders: nu heb je ineens zeëen van tijd!

Slide 6 - Slide

De manier waarop je beweegt (soepel, houterig, overdreven)


Beweeg door de ruimte en probeer overdreven te bewegen

Slide 7 - Slide

Schrijf op welke kenmerken je voor jullie personages willen  gebruiken
De houding van je lichaam (krom, recht, klein, groot)
De snelheid waarmee je loopt (langzaam, snel)
De manier waarop je beweegt (soepel, houterig, overdreven)
De manier waarop je kijkt (brutaal, verlegen, dromerig)
De manier waarop je praat (stem, adem, woordgebruik)

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Luisteroefening 1
Iemand vertelt over zijn/haar hobby en: 

* de luisteraar laat subtiel zien niet geïnteresseerd te zijn

Slide 12 - Slide

Luisteroefening 2
Iemand vertelt over zijn/haar hobby en:

* de luisteraar toont veel interesse met houding en gedrag

Slide 13 - Slide

Luisteroefening 3
Iemand vertelt over zijn/haar hobby en: 

* de luisteraar is een typetje met een bijzonder kenmerk

Slide 14 - Slide



  • een raar of eng lachje hebben;
  • slordig zijn;
  • flauwe grapjes maken;
  • om eigen grapjes lachen;
  • stiekum doen;
  • lomp of onhandig zijn;
  • een accent hebben;



  • overdreven kritisch zijn;
  • erg verkouden zijn
  • van adel zijn; 
  • friemelen of peuteren;
  • (half) dronken zijn;
  • arrogant zijn;
  • (bijna) doof zijn en verkeerde antwoorden geven.
Bijvoorbeeld types die: 

Slide 15 - Slide

Opdracht
Beslis samen welke bijzondere karaktertrek je kiest voor 1 van de spelers in je film.

Slide 16 - Slide