THV $6/$5 Inleiding, middenstuk, slot

$6/5 Inleiding middenstuk slot
Cursus 1 Meer dan lezen
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

$6/5 Inleiding middenstuk slot
Cursus 1 Meer dan lezen

Slide 1 - Slide

Inleiding, middenstuk en slot

Slide 2 - Mind map

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Herhaling

Slide 5 - Slide

Leg in eigen woorden uit wat het onderwerp van een tekst is.

Slide 6 - Open question

Waar staat de titel en wat vertelt deze je?

Slide 7 - Open question

Wat zijn alinea's?

Slide 8 - Open question

Wat is een tussenkopje?

Slide 9 - Open question

Wat is een kernzin?

Slide 10 - Open question

Inleiding - middenstuk - slot
Inleiding = lezer kennis laten maken met het onderwerp. Belangstelling wekken, nieuwsgierig maken. (meestal één, soms meer alinea's) 

Middenstuk = bespreekt het onderwerp uitgebreid en vaak van verschillende kanten (meerdere alinea's)

Slot = afronden van de tekst. Samenvatting of conclusie

Slide 11 - Slide

Inleiding, middenstuk en slot
Het eerste deel van een tekst is de inleiding. Hierin maak je kennis met het onderwerp. Vaak gebeurt dat met een voorbeeld of een grappig verhaaltje.


Het middenstuk is het grootste gedeelte van de tekst. Daarin staat de meeste informatie. Het middenstuk bestaat meestal uit meerdere losse stukjes tekst (alinea’s).

Het laatste stukje van een tekst is het slot. Hierin wordt het belangrijkste uit de tekst vaak kort herhaald.

Let op: nieuwsberichten hebben vaak geen slot.
Ook kijk- of luisterfragmenten hebben vaak een inleiding, een middenstuk en een slot.

Slide 12 - Slide


Deze les af:  de opdrachten tot 


Klaar:  oud huiswerk af ?  Nieuw huiswerk genoteerd?                         Dan rustig even iets voor jezelf  totdat  
             we met het slot starten.

Slot:     LessonUp 
$6 /
th $6 / hv $5st 

Slide 13 - Slide

Maak opdracht 6 - 7 - 8.

Klaar: * C5 Grammatica - ww.gez
            * Woordenschat $1 gezondheid

Slot:     Quiz + huiswerk
Wk. 6

Slide 14 - Slide

Slot 
Huiswerk voor dinsdag:
th: Cursus 1 Meer dan lezen
       $5 alinea's en kernzinnen
       opdr. 7, 9b en 10b       
                 
       Cursus Fictie $1

hv: Cursus 1 Meer dan lezen 
       $4 alinea's en kernzinnen
       opdr. 8, 10b, 11b en 12b

Slide 15 - Slide

Een tekst is altijd opgebouwd uit 3 delen. Welke?

Slide 16 - Open question

Een tekst bestaat uit?
A
een inleiding
B
een middenstuk
C
een slot
D
een inleiding, middenstuk, slot

Slide 17 - Quiz

Wat staat waar?
Kies uit: inleiding, middenstuk of slot

Slide 18 - Slide

introductie van het onderwerp
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 19 - Quiz

conclusie
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 20 - Quiz

anekdote (= leuk verhaaltje, weetje)
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 21 - Quiz

voorbeelden
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 22 - Quiz

samenvatting
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 23 - Quiz

korte uitleg
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 24 - Quiz

afronding
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 25 - Quiz

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Veel jongeren luisteren naar de spannende podcasts van Carry Slee.
A
luisteren
B
veel jongeren
C
de spannende podcasts van Carry Slee
D
Carry Slee

Slide 26 - Quiz

Wat is fout geschreven in deze zin?

Soms rijd mijn broer op zijn scooter door een rood verkeerslicht.
A
scooter
B
verkeerslicht
C
soms
D
rijd

Slide 27 - Quiz

>

Slide 28 - Slide

Hoe is een goede tekst opgebouwd?

Slide 29 - Open question

Wat staat in de inleiding?

Slide 30 - Open question

Wat staat in het middenstuk?

Slide 31 - Open question

Wat staat in het slot?

Slide 32 - Open question

Waaraan kan je zien dat een stuk tekst een inleiding is?

Slide 33 - Open question

In de inleiding vertelt de schrijver..
A
waar de tekst niet over gaat
B
waar de tekst over gaat

Slide 34 - Quiz

De inleiding is meestal...
A
onderaan de tekst
B
erg lang
C
dik gedrukt en meestal 1 alinea

Slide 35 - Quiz

Hoe herken je een slot van een tekst?
A
daar begint de schrijver mee
B
de schrijver houdt gewoon op
C
de schrijver maakt een duidelijk einde en het is meestal 1 alinea

Slide 36 - Quiz