Medicatie via de longen

Medicatie via de longen, malen en breken
1 / 18
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slide and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Medicatie via de longen, malen en breken

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Video

This item has no instructions

Wat weet je van medicatie toedienen via de longen?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Wat doet een luchtwegverwijder?
A
Maakt de longbuisjes wijder
B
Verhoogt de slijmproductie
C
Laat spiertjes minder samentrekken
D
Werkt alleen na enkele weken

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Hoe snel werkt een luchtwegverwijder?
A
Binnen 5-30 minuten
B
Na enkele uren
C
Onmiddellijk
D
Na een paar weken

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een functie van een ontstekingsremmer?
A
Werkt direct na inname
B
Vergroot de luchtwegen
C
Vermindert dikte van slijm
D
Remt slijmvliesontsteking

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Welke inhalator gebruikt een voorzetkamer?
A
Respimat
B
Droogpoederinhalator
C
Dosisaerosol
D
Vernevelaar

Slide 7 - Quiz

Laat de website inhalatorgebruik.nl zien.
Wat is de volgorde van inhaleren?
A
Eerst ontstekingsremmers en daarna luchtwegverwijders
B
Eerste luchtwegverwijders en daarna ontstekingsremmers
C
Eerst kortwerkende en dan langwerkende luchtwegverwijders
D
Eerst langwerkende en dan kortwerkende luchtwegverwijders

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Hoe lang werken kortwerkende luchtwegverwijders?
A
4-6 uur
B
24-36 uur
C
1-2 uur
D
12-48 uur

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Bij 2 verschillende pufjes, hoeveel tijd moet daartussen zitten?
A
minimaal één minuut wachten
B
een half uur wachten
C
direct een ander medicijn inhaleren
D
Even een kopje koffie drinken

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Wat kan er gebeuren bij het malen van medicijnen?
A
Minder maagklachten
B
Verminderde werking van het medicijn
C
Kans op verwisselen van medicijnen
D
Verbeterde opname van het medicijn

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is malen van tabletten riskant?
A
Minder kans op bijwerkingen
B
Verhoogde effectiviteit van het medicijn
C
Huidcontact met medicijnen
D
Verontreiniging via hulpmiddelen

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welke klacht kan ontstaan door het malen?
A
Maagklachten
B
Veranderde werking van het medicijn
C
Betere smaak van het medicijn
D
Verhoogde energie

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welke interacties kunnen optreden bij gemalen medicijnen?
A
Verbeterde werking met alcohol
B
Geen interacties met andere stoffen
C
Interacties met voedingsmiddelen en andere medicijnen

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer schrijft de arts het malen voor?
A
Als de cliënt daarom vraagt.
B
Bij elke medicatie.
C
Altijd zonder overleg.
D
Als er geen alternatieven zijn.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je gebruiken bij het malen?
A
Zuivelproducten.
B
Halfvaste voeding of water.
C
Alle soorten vloeistoffen.
D
Snoep of chocolade.

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Hoe vaak moet de tablettenvermaler gecontroleerd worden?
A
Jaarlijks.
B
Wekelijks.
C
Maandelijks.
D
Bij elke cliënt.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions