Oefenen ontleden: is het 1e, 3e of 4e naamval?

Willkommen in dieser Nachhilfestunde.
 
Na dit uur weet je of je: 
* of je (nog) kan ontleden,  
* moet je de pv, ow, lv en het mw in een zin  kunnen vinden
*ga je alvast bestuderen wat er dan in het Duits bij het mw verandert



1 / 25
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Willkommen in dieser Nachhilfestunde.
 
Na dit uur weet je of je: 
* of je (nog) kan ontleden,  
* moet je de pv, ow, lv en het mw in een zin  kunnen vinden
*ga je alvast bestuderen wat er dan in het Duits bij het mw verandert



Slide 1 - Slide

Stappenplan: VWO
Normaal gesproken bepalen we de naamval met behulp van het stappenplan VWO. 
1. Voorzetsel --> Staat er een voorzetsel met vaste naamval? 
2. Werkwoord --> Staat er een werkwoord met vaste naamval? 
3. Ontleden --> Ontleed de zin. 

Deze LessonUp gaat alleen over stap 3 --> Ontleden. 

Slide 2 - Slide

We oefenen door: 1e, 3e en 4e naamval bepalen
Als je het niet meer weet, kun je je aantekeningen nog eens bekijken! 

Slide 3 - Slide

Bekijk zin 1: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 4 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 1?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 5 - Quiz

Bekijk zin 2: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 6 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 2?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 7 - Quiz

Bekijk zin 3: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 8 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 3?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 9 - Quiz

Bekijk zin 4: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 10 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 4?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 11 - Quiz

Bekijk zin 5: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 12 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 5?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 13 - Quiz

Bekijk zin 6: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 14 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 6?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 15 - Quiz

Bekijk zin 7: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 16 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 7?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 17 - Quiz

Zin 8 slaan we over: 'gehören' is een werkwoord met 3e naamval

Slide 18 - Slide

Bekijk zin 9: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 19 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 9?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 20 - Quiz

Bekijk zin 10: In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel?

Slide 21 - Slide

In welke naamval staat het dikgedrukte zinsdeel bij zin 10?

A
1e
B
3e
C
4e

Slide 22 - Quiz

Huiswerk
Voor de volgende les weet je dus welke woorden er bij de der- en de ein-Gruppe horen. 
Ook leer je de rijtjes van het lidwoord in de 1e, 3e en 4e naamval. 

Slide 23 - Slide

Heb je nog vragen over deze les?

Slide 24 - Open question

Dank voor je aandacht en graag tot volgende week!


Slide 25 - Slide