W20 2B EN U6 past- , present simple & future

We are going to learn the phrases on page 64 and 67 of your textbook.
1 / 28
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

We are going to learn the phrases on page 64 and 67 of your textbook.

Slide 1 - Slide

We are going to learn the phrases on page 64 and 67 of your textbook.
Aan het einde van de les :
  • Heb je herhaald wanneer je past simple, de present simple gebruikt.
  • Je leert de future te herkennen en gebruiken.  
  • Welke regels erbij horen.
  • Hoe je ze bevestigend (+), vragend (?), ontkennend (-) maakt.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Wanneer gebruik je de
Future ?
A
Als je zegt dat iets gaat gebeuren.
B
Als iets regelmatig gebeurt.
C
Als je zegt dat iets gebeurt is..
D
Als je zegt dat iets niet gaat gebeuren.

Slide 6 - Quiz

Hoe herken je de
future ?
A
were
B
won't +ww
C
She, he, it -> ww+ed
D
will +ww

Slide 7 - Quiz

Uitzondering!
Als je iets aanbiedt of een voorstel doet
gebruikt je bij I en we:



shall
Shall I call you?

Shall we go to school?

Slide 8 - Slide

+ Bevestigende zin: ww (denk aan shit-regel)
- ontkennende zin: do/does + not +ww
? vregende zin: do/does vooraan de zin +ww

Slide 9 - Slide

future
+ (to teach) -> The teachers ..... English.

Slide 10 - Open question

future
+ (to teach) -> She ..... English.

Slide 11 - Open question

future
+(to teach) -> Miss Pollard ..... English.

Slide 12 - Open question

present simple
? (to teach) -> ....Miss Pollard ..... English?

Slide 13 - Open question

present simple
- (to teach) -> Miss Pollard ..... English.

Slide 14 - Open question

future
? (To go) -> .... he .... to school.

Slide 15 - Open question

furure
+ (to cry) -> The baby ..... .

Slide 16 - Open question

future
- (to walk) -> The super star ..... on the red carpet.

Slide 17 - Open question

future
+ (to buy) -> ... I a new jeans this weekend?

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Slide

Past- & Present
simple
door elkaar....

Slide 20 - Slide

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 21 - Quiz

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 22 - Quiz

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 23 - Quiz

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 24 - Quiz

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 25 - Quiz

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 26 - Quiz

In welke tijd staat de zin in het stripje?
A
past simple
B
present simple
C

Slide 27 - Quiz

We are going to learn the phrases on page 64 and 67 of your textbook.
Maak de oefeningen in je digitale boek op magistervan 6.2 en 6.3 af.

Slide 28 - Slide