voltooid deelwoord van zwakke en sterke werkwoorden

1 / 17
next
Slide 1: Slide
DuitsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Welke van de vier werkwoorden is zwak?
A
versuchen
B
bringen
C
gehen
D
fahren

Slide 9 - Quiz

Welke van de vier werkwoorden is sterk?
A
kaufen
B
machen
C
leben
D
verstehen

Slide 10 - Quiz

Wat is het juiste deelwoord van ''laufen''?
A
gelauft
B
gelaufen
C
geliefen
D
gelufen

Slide 11 - Quiz

Het voltooid deelwoord van ''studieren'' is 'studiert'. Waarom?
A
Het is een sterk werkwoord
B
Het is een zwak werkwoord
C
Het is een zwak werkwoord op -ieren
D
Het is een sterk werkwoord op -ieren

Slide 12 - Quiz

De juiste Duitse vertaling van ''Ik heb mijn pen vergeten'' is?
A
Ich bin meinen Kugelschreiber vergessen
B
ich habe meinen Kugelschreiber vergessen.
C
Ich habe meinen Kugelschreiber vergesst
D
Ich bin meinen Kugelschreiber vergesst

Slide 13 - Quiz

Het voltooid deelwoord van ''entladen'' is?
A
entladen
B
entlud
C
entladt
D
geentladen

Slide 14 - Quiz

Wat is het voltooid deelwoord van ''aufstehen''?
A
aufgesteht
B
geaufsteht
C
geaufgestanden
D
aufgestanden

Slide 15 - Quiz

Hoe vertalen we ''zij is naar Berlin gereden''?
A
Sie hat nach Berlin gefuhrt
B
Sie ist nach Berlin gefahren
C
Sie hat nach Berlin gefahren
D
Sie ist nach Berlin gefahrt

Slide 16 - Quiz

Welke regel klopt niet?
A
Een deelwoord van sterk ww eindigt op 't'
B
Sterke werkwoorden krijgen altijd -en
C
Er zijn deelwoorden zonder -ge- voor de stam
D
Deelwoorden kunnen met 'haben' en 'sein' gevormd worden.

Slide 17 - Quiz