De oeosphagus (1).pptx

DE OESOPHAGUS

Kc1 O5 Gastro-enterologie

Hilde De Vos


1 / 64
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGastro-enterologieHoger onderwijs

This lesson contains 64 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

DE OESOPHAGUS

Kc1 O5 Gastro-enterologie

Hilde De Vos


Wat verwacht je van dit vak?

Wat wil je allemaal leren?

Wat is de functie van de slokdarm?

A

Het verteren van voedsel

B

Het produceren van spijsverteringssappen.

C

Het transporteren van voedsel naar de maag.

D

Het opslaan van voedsel in het lichaam.

Hoe wordt de beweging van voedsel in de slokdarm genoemd?

A

Osmose

B

Peristaltiek

C

Diffusie

D

Fagocytose

Welke structuur voorkomt dat voedsel terugvloeit naar de slokdarm?

A

De cardia

B

De pylorus

C

De klep van Bohain

D

De papil van Vater

ONDERWERPEN

ONDERWERPEN

  • oesophagitis

  • brandend maagzuur

  • oesophaguscarcinoom

  • oesophagusdivertikels

ANATOMIE

ANATOMIE

  • Gespierde buis ca 25 à 30 cm lang

    • Diameter ca 2 cm

    • Transportfunctie: vast voedsel / vloeistof van de mond naar de maag brengen

    • Begint bij pharynx

    • Loopt achter de trachea

    • Passeert mediastium komt via de hiatus oesophagus (opening in het diafragma) in het abdomen

ANATOMIE

ANATOMIE

  • Gelaagd plaveiselepitheel: vormt bescherming tegen hitte, koude, agressieve chemische stoffen en slijtage

    • Slijmklieren: preventie tegen verkleving van het voedsel tegen de wand

    • Bovenste 3de deel bevat skeletspierweefsel, onderste gedeelte bevat glad spierweefsel, middelste gedeelte bevat een mix van beide

    • In het bovenste en onderste uiteinde bevinden zich kringvormige spieren of sfincters

    • In normale omstandigheden is de onderste sfincter (LES) actief samengetrokken om reflux te voorkomen

ANATOMIE

ANATOMIE

Hoe zuur is maagzuur?

OESOPHAGITIS

OESOPHAGITIS

Definitie:

  • Ontsteking van het slokdarmslijmvlies

Oorzaken:

  • Slechte werking LES – cardia

  • Infectie: bv. Candida Albicans - geneesbaar

  • Caustische oorsprong - blijvende schade

OESOPHAGITIS

OESOPHAGITIS

Symptomen:

  • Keelpijn

    • Dysfagie (moeilijk slikken)

    • Brandend gevoel retrosternaal, zuurbranden (‘s nachts, bij vooroverbuigen, bij tillen van zware lasten)

OESOPHAGITIS

Complicaties

  • Herhaaldelijk ontwikkelen van zweertjes - littekenvorming

    Stenose

    Dysfagie

OESOPHAGITIS

Diagnose: endoscopisch

OESOPHAGITIS

Normaal Candida albicans Littekenvorming

OESOPHAGITIS

Behandeling:

  • Gistdodende medicatie

    • Behandelingsplan voor reflux

BRANDEND MAAGZUUR

BRANDEND MAAGZUUR

Definitie:

  • Refluxklachten bij volwassenen

Synoniemen:

  • Reflux

  • Zuurbranden

  • Pyrosis

  • Gastro oesofagale refluxziekte (GORZ)

  • Gastroesophageal reflux disease (GERD)

BRANDEND MAAGZUUR

Oorzaken:

  • Hiatus hernia oeosphagei

BRANDEND MAAGZUUR

Oorzaken:

  • Zwangerschap:

    • druk op maag: cardia sluit niet goed meer

  • Overgewicht:

    • verhoogde abdominale druk

BRANDEND MAAGZUUR

Oorzaken:

  • Ouderdom:

    verslapping cardia

  • Voedingsmiddelen / roken:

    verslapping cardia

BRANDEND MAAGZUUR

Symptomen:

  • 25% symptoomloos

  • Retrosternale pijn: differentieel diagnose hartproblemen

  • Keelklachten

  • Ructus of boeren

  • Oprispingen met beetje zuur in de mond

  • Brok in de keel (globusgevoel)

  • Heesheid

  • Dysfagie (moeilijk slikken)

  • Slecht gebit

BRANDEND MAAGZUUR

Complicatie: Barrett-slokdarm

  • Slijmvlies van de oesophagus verandert door langdurige ontsteking in een ander weefsel - vergelijkbaar met slijmvlies van de maag

  • 5% ontwikkelt slokdarmkanker

  • Kan symptoomloos ontstaan

  • Komt 2 tot 4x meer voor bij mannen (+50j)

  • Preventie: biopsie + refluxbehandeling

  • Jaarlijkse controle (PPI à 2x/j)

BRANDEND MAAGZUUR

BRANDEND MAAGZUUR

BRANDEND MAAGZUUR

Complicatie: Stenosering

  • Door littekenvorming

    • Dysfagie voor vast voedsel

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling stenose:

BRANDEND MAAGZUUR

Diagnose:

  • RX slokdarm maag

    • Gastroscopie

    • ECG - differentieel diagnose

    • 24u pH metrie

    • Manometrie

Wat kan je doen om brandend maagzuur te verminderen?

A

Stoppen met roken

B

Liggen direct na het eten

C

Veel koffie drinken

D

Kleine maaltijden eten

Welke dranken kunnen brandend maagzuur verergeren?

A

Water

B

Koffie

C

Verse vruchtensappen

D

Alcohol

Welke houding kan helpen bij het voorkomen van brandend maagzuur?

A

Plat liggen

B

Slapen met het hoofd iets hoger

C

Op de linkerzij slapen

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling:

  • Conservatief:

    • Verminderen abdominale druk

      • Vetarm dieet

      • Niet onmiddellijk gaan liggen na de maaltijd

      • Roken beperken

      • Alcohol, koffie, koolzuurhoudende dranken beperken

      • Geen knellende kledij thv de maag

      • Vooroverbuigen vermijden

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling:

  • Medicamenteus

    • afhankelijk van resultaat endoscopie

      • weinig uitgesproken letsel: antacida

      • meer uitgesproken letsel:

        • step-up-methode: antacida - PPI halve dosis - PPI volle dosis

        • step-down-methode: volle dosis PPI - halve dosis PPI, eventueel antacida

        • step-in-methode: intermittend PPI zo nodig

        • stop na 4 - 8 weken

        • indien onvoldoende resultaat: onderhoudsdosis

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling:

  • Chirurgisch: Fundoplicatie Nissen

    • Ongeveer 5% van de pt is niet geholpen met PPI’s

      • Fundus van de maag wordt rond distale slokdarm gefixeerd

      • Laparascopisch

BRANDEND MAAGZUUR

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling:

  • Chirurgisch: verpleegkundige aandachtpunten

  • Controle vitale parameters

    • Verband controle

      • Controle pijn + schouderpijn

      • Controle maagsonde

      • Controle slikfoto. Indien deze in orde is, mag de patiënt beginnen met vloeibare voeding

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling:

  • Chirurgisch: mogelijke complicaties op korte termijn

  • Nabloeding

    • Wondinfectie

      • Maagperforatie

      • Letsel milt en/of nervus vagus

BRANDEND MAAGZUUR

Behandeling:

  • Chirurgisch: mogelijke complicaties op lange termijn

  • In ervaren handen >90% tevreden

    • 4 à 10% persisterende refluxkachten

      • 4 à 10% dysfagie, onvermogen tot boeren of diarree

      • 10% binnen 5 à 10 jaar na OK re-operatie met 70% slaagkans

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

Definitie:

  • Slokdarmkanker

    • Vroege hematogene metastasering

    • Slechte curatie (genezing)

Verschillende soorten:

  • Plaveiselcelcarcinoom

    • Adenocarcinoom

OESOPHAGUSCARCINOOM

  • Plaveiselcelcarcinoom of spinocellulair carcinoom:

    • Vanuit plaveiselcellen, bovenste laag slokdarmslijmvlies

      • Meestal boven in slokdarm

      • Nicotine en alcohol

    • Adenocarcinoom

      • Vanuit klierweefsel, slokdarmweefsel is blijvend veranderd

      • Meestal onderaan slokdarm thv cardia

      • Barrett-slokdarm

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

Oorzaken:

  • Roken, overmatig alcoholgebruik

    • Langdurige reflux

    • Ongezonde eenzijdige voeding

    • Overgewicht

OESOPHAGUSCARCINOOM

Symptomen:

  • Dysfagie

    • Verminderde eetlust

    • Onverklaarbaar gewichtsverlies

    • Retrosternale pijn + vol gevoel  angina pectoris

    • Duizeligheid – vermoeidheid  bloedarmoede

    • Melaena

    • Bloedbraken (hematemesis)

    • Chronische hikklachten

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

Diagnose:

  • Klinisch klachtenpatroon

    • RX slokdarm-maag

    • Oesophago-gastro-duodenoscopie met biopsie

    • Echo-endoscopie

    • CT-scan

    • MRI

    • PET-scan

OESOPHAGUSCARCINOOM

Behandeling:

  • Afhankelijk van TNM

    • T = doorgroei tumor

      • N = metastasering dichtbij

      • M = metastasering op afstand

    • Radicale resectie: 24% 5j overleving indien geen metastasering

    • Curatieve behandeling is slechts mogelijk indien carcinoom zeer vroeg ontdekt wordt

    • Palliatie: RT, endoprothese

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

Chirurgische behandeling:

Verwijderen van de oesophagus + belangrijkste lymfeklieren

  • Goede conditie pt

    • Geen lokale irresectabele tumordoorgroei

    • Geen metastasen op afstand

    • Via thoraxholte of abdominaal (transthoracaal)

    • Slokdarm en maag worden aan elkaar vastgemaakt

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

Chirurgische behandeling: verpleegkundige aandachtspunten

  • Maagsonde – nooit hersteken  HMS

    • Nut evacuatie van bloed en maagsecreet en door decompensatie van maagtransplant = beveiligen van de sutuur

    • Voedingssonde

    • Thoraxdrain: negatieve druk herstellen en behouden

    • Redondrainage

    • Verblijfsonde

    • Pijnpomp

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSCARCINOOM

Chirurgische behandeling: mogelijke complicaties

  • INZO

    • Chirurgisch: lekkage anastomose

    • Internistisch: cardiale stoornissen, pulmonaire problemen.

    • Stembanduitval: heesheid (zenuwen stembanden)

    • Verslikken (CAVE: slikpneumonie)

OESOPHAGUSCARCINOOM

Palliatieve behandeling:

  • Oplossen dysfagie problemen.

    • Plaatsen stent (levensverwachting < 3 maanden)

    • RT

    • Brachytherapie (inwendige bestraling)

    • Chemotherapie

OESOPHAGUSCARCINOOM

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

Definitie:

  • Uitstulping van het slokdarmslijmvlies

    • Zwakke plek spierlaag slokdarmwand

    • Meest voorkomende = divertikel van Zenker

Oorzaken: combinatie van factoren

  • Verhoogde druk in de slokdarm

    • Zwakke plek in de spierwand

    • Verslapping door ouderdom

    • Veelvuldige rek

    • Reflux

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

Symptomen:

  • Foetor ex ore: door rotting van voedsel

    • Dysfagie / slikproblemen

    • Regurgitatie van onverteerd voedsel

Complicatie:

  • Aspiratiepneumonie

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

Diagnose:

  • RX slikfoto met contrast

    • Gastroscopie

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

Behandeling:

  • Klieven van de weefselbrug: al dan niet poliklinisch tijdens een gastroscopie

OESOPHAGUSDIVERTIKELS

Verpleegkundige aandachtspunten na chirurgie:

  • Controle vitale parameters

    • Controle van eventuele wonde

    • Controle eventueel bloedverlies

    • Controle van eventuele redon

Mogelijke complicaties:

  • perforatie slokdarm: AB + NPO

    • Nabloeding

    • Heesheid

    • Pijnlijke keel

    • Tandproblemen