1.1 introductieles Leesvaardigheid GL 1

3BB introductieles
4 introductieles Leesvaardigheid
Welkom
ga rustig zitten
Werkboek A, laptop op tafel
Pak je leesboek 
1 / 41
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3Leerroute 4

This lesson contains 41 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min
Report this lesson

Items in this lesson

3BB introductieles
4 introductieles Leesvaardigheid
Welkom
ga rustig zitten
Werkboek A, laptop op tafel
Pak je leesboek 

Slide 1 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - Leesvaardigheid - vandaag
- Kort uitleg over leesvaardigheid 
- Wat nodig - werkboek/laptop/pen
- Aan de slag

Slide 2 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - Leesvaardigheid - vandaag
timer
8:20

Slide 3 - Slide

3BB introductieles
Een paar vragen vooraf A of B?
Het gevaar van niet goed kunnen lezen is ....
A. Werkloosheid, lage lonen en minder carrièrekansen.

B. Slechte gezondheid, het nieuws niet begrijpen, oplichting.

Slide 4 - Slide

3BB introductieles
Een paar vragen vooraf. A of B?
In hoeveel procent van de banen moet je goed kunnen lezen en schrijven.
A. 60%

B. 80%

Slide 5 - Slide

3BB introductieles
Een paar vragen vooraf. A of B?
Bij welk vak heb je lezen en schrijven nodig?
A. Nederlands, Engels en Wiskunde

B. Alle vakken

Slide 6 - Slide

3BB introductieles
Een paar vragen vooraf. A of B?
Hoe verbeter je je leesvaardigheid het beste?
A. Door veel boeken te lezen.

B. Door veel te lezen.

Slide 7 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - Leesvaardigheid
Leesvaardigheid wordt getoetst op het Centraal Examen (CE). Je leest een aantal teksten en daarover krijg je vragen. Dit zijn open en gesloten vragen.
Op het CE krijg je ook een schrijfopdracht over één van de teksten..

Dit jaar is er ook SE Leesvaardigheid, hierdoor we oefenen het hele jaar door met lezen. Hiervoor gebruiken we teksten uit eerdere examens, maar ook teksten uit je werkboek.

Slide 8 - Slide

3BB introductieles
1.1 Leesvaardigheid - introductie - aan de slag
- Maak opdracht 1 t/m 5 blz. 8-10
- Maak opdracht 1 t/m 4 blz. 12-14 (huiswerk)

Slide 9 - Slide

3BB introductieles
Leesvaardigheid - meerkeuzevragen - blz. 14
Veel vragen in het CE zijn meerkeuzevragen. Je moet dan kiezen uit een aantal antwoorden, meestal vier.
Zo pak je dat aan.
  1. Lees de vraag. Bedenk zelf het antwoord. Kijk daarna of jouw antwoord bij de antwoorden staat.
  2. Twijfel je over een antwoord? Streep dan de antwoorden weg die zeker fout zijn. Kies het beste van de andere antwoorden.
  3. Sla evetueel de vraag over. Door verrder te werken krijg je beter zicht op de tekst.  Beantwoord aan het eind de vragen die je hebt overgeslagen.
  4. Twijfel je nog steeds? Kies het antwoord dat het eerst bij je opkwam.
  5.  Vul altijd een antwoord in. Als je niets invult, is je antwoord zeker fout.

Slide 10 - Slide

3BB introductieles
Leesvaardigheid - open vragen - blz. 15
Elk examen bevat ook een aantal open vragen. Je moet zelf een antwoord bedenken.

Stappenplan open vragen
  1. Lees de vraag goed. Markeer eventueel wat je precies moet doen.
  2. Kijk goed naar welk deel van de tekst de vraag verwijst: soms moet je iets uit een bepaalde alinea noteren.
  3. Moet je een zin citeren? Neem de eerste twee en de laatste twee woorden van de zin letterlijk over uit de tekst en zet deze tussen aanhalingstekens. Noteer het regel nummer er achter.
  4. Vergelijk je antwoord met de vraag. Sluit je antwoord goed op de vraag aan?

Slide 11 - Slide

3BB introductieles
Weet je het nog? Tekstverbanden en signaalwoorden - blz. 35
Tekstverband
Signaalwoorden
conclusie
dus, dan ook, concluderend, de slotsom is
oorzaak-gevolg
doordat, hierdoor, met als gevolg, zodat, waardoor, dan ook
opsomming
en, ook, daarnaast, bovendien, als eerste, vervolgens, tot slot
reden of argument
omdat, want, daarom, vanwege, immers, namelijk
samenvattend
kortom, dan ook, samenvattend, alles bij elkaar
tegenstelling
maar, toch, echter, daarentegen, integendeel, hoewel, enerzijds........ anderzijds
voorbeeld
bijvoorbeeld, een voorbeeld (hier)van (is), zo, zoals, ter illustratie
volgorde
eerst, dan, daarna, vervolgens, ten slotte
tijd
terwijl, voordat, nadat, tijdens

Slide 12 - Slide

3BB introductieles
Weet je het nog? Tekstdoelen - blz. 41










       Vaak kan een tekst meer dan één tekstdoel hebben.
Tekstdoelen
tekstsoort
doel van de schrijver
Informeren
informatieve tekst
- de lezer informatie geven
- de lezer instructie geven
Overtuigen
overtuigende tekst
de lezer overtuigen van zijn mening
Activeren
activerende tekst
de lezer overhalen om iets te doen
Amuseren
amuserende tekst
de lezer vermaken

Slide 13 - Slide

3BB introductieles
Even oefenen met één tekst
  • Je krijgt één tekst en 8 vragen uit een examen.

  • Maak de vragen in alle rust volgens het stappenplan.....

  • De antwoorden bespreken we daarna.

Slide 14 - Slide

3BB introductieles
Leesvaardigheid - meerkeuzevragen - blz. 14
Veel vragen in het CE zijn meerkeuzevragen. Je moet dan kiezen uit een aantal antwoorden, meestal vier.
Zo pak je dat aan.
  1. Lees de vraag. Bedenk zelf het antwoord. Kijk daarna of jouw antwoord bij de antwoorden staat.
  2. Twijfel je over een antwoord? Streep dan de antwoorden weg die zeker fout zijn. Kies het beste van de andere antwoorden.
  3. Sla evetueel de vraag over. Door verrder te werken krijg je beter zicht op de tekst.  Beantwoord aan het eind de vragen die je hebt overgeslagen.
  4. Twijfel je nog steeds? Kies het antwoord dat het eerst bij je opkwam.
  5.  Vul altijd een antwoord in. Als je niets invult, is je antwoord zeker fout.

Slide 15 - Slide

3BB introductieles
Leesvaardigheid - meerkeuzevragen - blz. 14
Veel vragen in het CE zijn meerkeuzevragen. Je moet dan kiezen uit een aantal antwoorden, meestal vier.
Zo pak je dat aan.
  1. Lees de vraag. Bedenk zelf het antwoord. Kijk daarna of jouw antwoord bij de antwoorden staat.
  2. Twijfel je over een antwoord? Streep dan de antwoorden weg die zeker fout zijn. Kies het beste van de andere antwoorden.
  3. Sla evetueel de vraag over. Door verrder te werken krijg je beter zicht op de tekst.  Beantwoord aan het eind de vragen die je hebt overgeslagen.
  4. Twijfel je nog steeds? Kies het antwoord dat het eerst bij je opkwam.
  5.  Vul altijd een antwoord in. Als je niets invult, is je antwoord zeker fout.

Slide 16 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - Leesvaardigheid - blz. 72
Veel vragen in het CE zijn meerkeuzevragen. Je moet dan kiezen uit een aantal antwoorden, meestal vier.
Zo pak je dat aan.
  1. Lees de vraag.
  2. Lees het gedeelte van de tekst waar de vraag over gaat.
  3. Bedenk zelf het antwoord. Kijk daarna of jouw antwoord bij de antwoorden staat.
  4. Staat jouw antwoord er niet bij? Kies dan het antwoord dat er het meest op lijkt.
  5. Twijfel je over een antwoord? Streep dan de antwoorden weg die zeker fout zijn. Kies het beste van de andere antwoorden.
  6. Twijfel je nog steeds? Kies het antwoord dat het eerst bij je opkwam.
  7. Weet je het antwoord echt niet? Ga dan verder met de volgende vragen. Beantwoord aan het eind de vragen die je hebt overgeslagen.
  8. Vul altijd een antwoord in. Als je niets invult, is je antwoord zeker fout.

Slide 17 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - Nederlands waarom?
Sterker communiceren

praten en schrijven = zelfverzekerd overkomen
Kans op toekomst

Goede taal = meer kans op werk, opleiding of stage
Snap wat er gebeurt

Nieuws, brieven, regels: snap wat er echt staat. bekijk dingen kritisch
Omgaan met anderen

iemand écht begrijpen. Ruzies voorkomen. jezelf goed uiten.


Slide 18 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - PTA LJR4 Nederlands

Slide 19 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - Nederlands waarom?
Sterker communiceren

praten en schrijven = zelfverzekerd overkomen
Kans op toekomst

Goede taal = meer kans op werk, opleiding of stage
Snap wat er gebeurt

Nieuws, brieven, regels: snap wat er echt staat. bekijk dingen kritisch
Omgaan met anderen

iemand écht begrijpen. Ruzies voorkomen. jezelf goed uiten.


Slide 20 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - PTA LJR4 Nederlands

Slide 21 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - planning
SE Week 1  : 13-17 oktober          Mondelinge spreekvaardigheid (VLOG) 

SE Week 2  : 1 - 5 december      Kijk- en Luistervaardigheid

SE Week 3  : 2 - 6 februari '26    Schrijfvaardigheid

SE Week 4  : 23 -27 maart'26      Gespreksvaardigheid (Podcast) 

Het hele jaar door oefenen we met Leesvaardigheid en schrijfvaardigheid (Spelling en Grammatica.

Slide 22 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - volgende les
  • Uitleg over Vlog
  • Denk thuis vast na over een leesboek (fictie) voor je vlog.


Het hele jaar door oefenen we met Leesvaardigheid en schrijfvaardigheid (Spelling en Grammatica.

Slide 23 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles -
Wat weten we eigenlijk van elkaar!
  • 2 personen voor het bord (zij mogen niet naar het bord kijken)
  • Op het bord staat een opdracht voor de klas. 
  • Ben je het eens met de opdracht dan ga je staan.
  • Weten de 2 personen waarom die personen staan?
  • Is een antwoord goed, dan gaat 1 persoon zitten, en komt er een nieuw persoon voor in de plaats. 

Slide 24 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
.... je thuis een kat hebt. 

Slide 25 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je het weekend naar het strand bent geweest.

Slide 26 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je vorig jaar nooit in het 'straflokaal' hebt gezeten.

Slide 27 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je wiskunde lastig vindt

Slide 28 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je vandaag met een fatbike naar school bent gekomen.

Slide 29 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... minimaal 1 keer per week bij de Mac komt.

Slide 30 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je vegetariër bent.

Slide 31 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je een familielid hier op school hebt.

Slide 32 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je weet welke vervolgopleiding je wilt doen.

Slide 33 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je wil stoppen met vapen/roken.

Slide 34 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je in het Westland woont.

Slide 35 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je je telefoon in je kluisje hebt.

Slide 36 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je op hockey zit.

Slide 37 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je meer dan 20 uur in de week aan het gamen bent.

Slide 38 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je in de zomervakantie had afgesproken met iemand uit je klas.

Slide 39 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je in de vakantie een boek hebt gelezen.

Slide 40 - Slide

3BB introductieles
Ga staan als .....
... je in de vakantie een boek hebt gelezen.

Slide 41 - Slide