11.4 Gedichten

Spelen met Taal
Gedichten
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Spelen met Taal
Gedichten

Slide 1 - Slide

Wat ga je leren?
Je leert:
  • nieuwe mogelijkheden van beschrijven proberen;
  • een gedicht herkennen;
  • rijm herkennen;
  • bijzonder taalgebruik herkennen;
  • een gedicht voordragen.


Slide 2 - Slide

Wat is een gedicht?

Slide 3 - Mind map

Een gedicht herkennen
Maak opdracht 13a t/m 13c.

Lesdoel
Ik kan een gedicht herkennen.

Slide 4 - Slide

Eigenschappen van gedichten herkennen
Gedichten zijn anders dan verhalen. Een gedicht herken je aan deze eigenschappen:

  • De regels zijn niet helemaal vol geschreven. Er is veel wit op de bladzijde.
  • De regels staan vaak in groepjes bij elkaar.
  • In een gedicht komt soms rijm voor.
  • Een gedicht heeft vaak ritme. Je hoort dat goed als je het gedicht hardop leest.

Maak opdracht 15a t/m 15c.
Lesdoel
Ik kaneen gedicht herkennen;
Ik kan rijm herkennen.

Slide 5 - Slide

Bijzonder taalgebruik
Schrijvers en sprekers maken hun teksten vaak mooier met bijzonder taalgebruik.






Maak opdracht 8a t/m 8d
Lesdoel
Ik kan bijzonder taalgebruik herkennen.
bijzonder taalgebruik
uitleg
herhaling
Je herhaalt woorden of zinnen of je zegt meerdere keren hetzelfde, maar telkens net iets anders.
opsomming
Je zet een aantal dingen op een rij of noemt ze na elkaar op.

Slide 6 - Slide

Rijm en ritme
Rijm aan het eind van de regels noem je:
  • gepaard rijm: telkens twee regels rijmen na elkaar.
  • gekruist rijm: regels rijmen om en om.

Werk in groepjes van 3. 
Maak opdracht 16a t/m 16f
Lesdoel
Ik kan:
  • rijm herkennen;
  • bijzonder taalgebruik herkennen;
  • een gedicht voordragen.

Slide 7 - Slide

Gedicht voordragen
In het verhaal
Een lied dat alleen ik kan horen
 staat dit stukje:
'Goedemorgen, mevrouw Cunningham', dreunden wij op een walgelijke zangtoon.

Doe dit met de hele klas na.

Maak opdracht 17b t/m 17 e.
Lesdoel
Ik kan:
  • een gedicht voordragen.

Slide 8 - Slide

Poster maken
Kies één van de gedichten die in de Classroom staan.
  1. Lees het gedicht dat je gekozen hebt aandachtig.
  2. Neem het gedicht over op een vel papier (schrijven of printen, gebruik wat grotere letters).
  3. Geef de lettergrepen waar je nadruk op legt een kleurtje.
  4. Maak van het gedicht een mooie poster op A3-formaat met tekst en afbeeldingen.

Lesdoel
Ik kan:
  • een gedicht voordragen.
Kleur deze woorden:
Welke woorden rijmen?
Hoe gaat het ritme?
Is er een logische volgorde in het gedicht?
Zie je herhalingen of rijtjes?
Bij welke woorden zie je een beeld in gedachten?

Slide 9 - Slide

Voordragen oefenen
Oefen het voordragen.
  1. Zeg het gedicht op. Oefen net zo lang tot je het gedicht uit je hoofd kent.
  2. Neem jezelf op terwijl je oefent. Probeer zo mooi en duidelijk mogelijk voor te dragen.
  3. Luister naar de opname. Ben je tevreden of wil je nog iets verbeteren?
  4. Oefen zo nodig nog een paar keer.
Lesdoel
Ik kan:
  • een gedicht voordragen.

Slide 10 - Slide

Gedicht voordragen
Hang je poster in de klas.

Draag je gedicht voor aan de klas.

Luister ook naar de gedichten van je klasgenoten. 
Gebruik het beoordelingsformulier.
Lesdoel
Ik kan:
  • een gedicht voordragen.

Slide 11 - Slide

Het lukte goed om het gedicht uit het hoofd te leren.
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

De eindopdracht gaf mij plezier in creatieve taal.
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

Ik ben trots op hoe ik het gedicht uit het hoofd heb voorgedragen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll