KED TOETS TREDE 1

TOETS TREDE 1 
¡ Buenos días !
Bekijk het filmpje dat hierna volgt net zo vaak tot je alle vragen hebt beantwoord die op de slides erna volgen. Over het filmpje worden in totaal 9 vragen gesteld
1 / 16
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

TOETS TREDE 1 
¡ Buenos días !
Bekijk het filmpje dat hierna volgt net zo vaak tot je alle vragen hebt beantwoord die op de slides erna volgen. Over het filmpje worden in totaal 9 vragen gesteld

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Noem minstens 2 manieren die je kunt gebruiken om iemand te begroeten (saludar) in het Spaans:

Slide 3 - Open question

Op welke 2 manieren vraag je hoe het met iemand gaat?

Slide 4 - Open question

¡ Bienvenidos! betekent:

A
hoe gaat het
B
welkom
C
tot ziens

Slide 5 - Quiz

Hoe vraag je: Hoe oud ben je?
A
¿ cuántos años eres?
B
¿ cuántos años tienes?
C
¿ cómo te llamas ?

Slide 6 - Quiz


Hoe vertaal je:
¡ encantado ! en ¡ mucho gusto!

A
aangenaam kennis te maken
B
tot ziens dan!
C
welkom

Slide 7 - Quiz

juiste antwood op de vraag:
¿dónde vives? :
A
Vives en Holanda
B
Vive en Holanda
C
Vivo en Holanda

Slide 8 - Quiz

2 manieren om te antwoorden op de vraag: ¿ cómo te llamas? (je kiest dus 2 antw)
A
Soy Carmen
B
Eres Carmen
C
Me llamo Carmen

Slide 9 - Quiz

Zet in het volgende kaartje de dagen van de week in de juiste volgorde

Slide 10 - Slide



  lunes


martes


miércoles


viernes


sábado


domingo


jueves

Slide 11 - Drag question

Sleep op de volgende 2 kaartjes de spaanse woorden naar de juiste Nederlandse vertaling

Slide 12 - Slide

Tekst
Tekst
&nbsp;una&nbsp;<div>pregunta</div>
tot morgen<div><br></div>
de datum
heel goed
we zien&nbsp;<div>elkaar</div><div>morgen</div>
1. een
 vraag

2. hasta
mañana
3. la fecha
4. muy bien
nos vemos
mañana

Slide 13 - Drag question

de kinderen
het gaat<div>wel</div>
de leeftijd
fantastisch
de<div>achter-</div><div>naam</div>
1. más o menos
2. fenomenal
3. el
apellido
4. la edad

5. los
hijos

Slide 14 - Drag question

In welke landen wordt Spaans gesproken?
A
Holanda-Belgica-Alemania
B
Inglaterra-Austria-Japon
C
México-Argentina-Bolivia

Slide 15 - Quiz

welke cijfers worden voluit geschreven:
once - diez - quince - diecisiete
A
12 - 1 - 15 -20
B
16 - 3 - 11 - 17
C
11- 10 - 15 - 17

Slide 16 - Quiz