13 maart

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken erga 14 en 15
  • Bespreken opdracht 20, 23, 24
  • Vervolg Hoofdstuk 13
1 / 50
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken erga 14 en 15
  • Bespreken opdracht 20, 23, 24
  • Vervolg Hoofdstuk 13

Slide 1 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 2 - Open question

Slide 3 - Slide

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 4 - Slide



Hulpboek blz. 118-120
Herhaling imperfectum en aoristus.


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Hulpboek blz. 121
 Erga 14 en 15.


Slide 7 - Slide

Ergon 14

Slide 8 - Slide

Ergon 15

Slide 9 - Slide

Hektor & Andromache


Taalboek blz. 58
Hulpboek blz. 51, 
Opdracht 20, 23, 24. 

Slide 10 - Slide

Opdracht 20abc
  • a + b eigen verwerking.
  • c Deze tekst gaat over Hektor, zijn vrouw Andromache en hun niet bij naam genoemde zoontje.

Slide 11 - Slide

Opdracht 20d
  • d In alinea 1 staat Andromache centraal. Zij is aan het woord van r.5 t/m r.11 en probeert met haar haar argumenten Hektor tegen te houden om weer naar de strijd te gaan.
  • In alinea 2 reageert Hektor op de woorden van zijn vrouw en staat hij centraal. 
  • In alinea 3 staat het kind centraal. Het kind reageert op Hektor en daarop reageren beide ouders.

Slide 12 - Slide

Opdracht 23a
  • a Hektor beargumenteert dat hij zichzelf te schande maakt als hij, de aanvoerder van de mannen, niet vecht. Hektor wil zijn dapperheid laten zien. Hektor zegt dat hij hen niet vrijwillig verlaat maar dat hij liever sneuvelt dat moet toekijken naar wat de Grieken met zijn vrouw en kind zullen doen.

Slide 13 - Slide

Opdracht 23bc
  • b Bijvoorbeeld: schande: het gaat erom wat ik, Andromache, van jou vind en niet wat de mensen zullen zeggen. Het is juist een schande om ons, jouw vrouw en kind, in de steek te laten. Sneuvelen: Wij kunnen beter samen als gezin omkomen als dat ons lot is.
  • c Eigen verwerking.

Slide 14 - Slide

Opdracht 24
  • a Het zoontje is niet afgebeeld.
  • b De kunstenaar legt het accent op het verdriet van de man en de vrouw die afscheid van elkaar nemen in de wetenschap dat ze misschien wel voor het laatst bij elkaar zijn: hij gaat de oorlog in. Dat verdriet tussen man en vrouw is voor iedereen in een oorlogssituatie herkenbaar, het kind speelt daarbij geen rol.
  • c Eigen verwerking.

Slide 15 - Slide

Hektor & Achilles


Taalboek blz. 60
Maak Hulpboek blz. 52, 
Opdracht 26 en 29. 
timer
15:00

Slide 16 - Slide

Opdracht 26
  • a Hij had zich teruggetrokken uit de strijd omdat hij beledigd was door Agamemnon. Bijvoorbeeld: Ja, want Agamemnon had hem beledigd. Of: Nee, hij had de Grieken en zijn vriendPatroklos moeten helpen nu de Trojanen aan het winnen waren.
  • b De Trojanen krijgen de overhand en steken zelfs al een paar schepen in het scheepskamp in brand.
  • c Hij vraagt Achilles of hij zijn wapenrusting mag lenen en met Achilles’ troepen toch mee mag vechten.

Slide 17 - Slide

Opdracht 26
  • d Hij hoopt dat de Trojanen zullen schrikken omdat ze zullen denken dat Achilles weer meevecht. Ja, de list lukt.
  • e Patroklos wordt overmoedig en waagt zich te ver op de vlakte en komt te dicht bij de stad.
  • f Eigen verwerking.
  • Bijvoorbeeld: Ja, Patroklos hield zich niet een de afspraak. Of: Nee, Achilles had de ruil van wapenrusting niet moeten toestaan want dan had Hektor waarschijnlijk niet zo agressief gereageerd.

Slide 18 - Slide

Opdracht 26
  • g Eigen verwerking.
  • Bijvoorbeeld: Ja, want hij laat Patroklos zo een risico lopen terwijl hij zelf niet meevecht. Of: Nee, Patroklos heeft immers zelf gevraagd om de wapenrusting te mogen aantrekken en mee te mogen vechten.

Slide 19 - Slide

Opdracht 29c
  • ὁ πόλεμος oorlog
  • ἡ νίκη overwinning
  • βάλλω gooien (hier van wapens)
  • ἀπο-κτείνω doden
  • τὸ σῶμα, σώματος lichaam
  • ἀπο-θνῄσκω sterven, omkomen
  • πάσχω lijden
  • πίπτω vallen

Slide 20 - Slide


Hulpboek blz. 122

Bijzonderheden Augment


Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Hulpboek blz. 123
Maak Ergon 17.


timer
10:00

Slide 30 - Slide

Ergon 17

Slide 31 - Slide


Hulpboek blz. 124

Bijzonderheden Augment


Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Hulpboek blz. 125
Maak Ergon 21.


timer
10:00

Slide 37 - Slide

Ergon 21

Slide 38 - Slide


Hulpboek blz. 126

Imperativus en infinitivus Aoristus


Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Slide

Aan het werk.
  • Leer Hulpboek blz. 156, 1 t/m 12.
  • Leer Hulpboek blz. 140 t/m 148 + 150
  • Maak blz. 127, ergon 24. 
  • Lees Taalbloek blz. 61
  • Maak Hulpboek blz. 54, Opdracht 32, 34, 35
Dit is ook huiswerk.

Slide 47 - Slide

Opdracht
  • Ieder krijgt (ongeveer) 2 zinnen toegewezen.
  • Benoem ieder woord in de zin.
  • Bij naamwoorden: geef naamval, geslacht, getal
  • Bij werkwoorden: geef modus, tijd, these, aspect, persoon.
  • Geef bij naamwoorden de (vermoedelijke) functie in de zin, of geef aan of dit een vaste aanvulling is (waarbij?)

Slide 48 - Slide

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 49 - Open question

Wat is nog onduidelijk?
Waar wil je meer over weten?

Slide 50 - Open question