Horatius Ode 2.7

Horatius Ode 2.7
Veel grammatica vandaag: 
1. De predicatieve bepaling
2. conditionele periode
3. Comparativi
4. coniunctivus in de betrekkelijke bijzin

Bekijk hoe je aantekeningen maakt van wat je hier leert!
1 / 15
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Horatius Ode 2.7
Veel grammatica vandaag: 
1. De predicatieve bepaling
2. conditionele periode
3. Comparativi
4. coniunctivus in de betrekkelijke bijzin

Bekijk hoe je aantekeningen maakt van wat je hier leert!

Slide 1 - Slide

predicatieve bepaling
 (ook wel dubbelverbonden bepaling of bepaling van gesteldheid) 
Het zegt iets over zowel een werkwoord als over het (zelfstandig) naamwoord waarmee het congrueert.
   
Een predicatief bijvoeglijk naamwoord vertaal je vaak als bijwoord. (bijv. Marcus laetus templum intrat.: Marcus treedt blij de tempel binnen.; blij zegt zowel iets over Marcus als over de manier waarop hij binentreedt.)

Een predicatief zelfstandig naamwoord vertaal je vaak met behulp van het woordje ‘als’ (bijv. Rhea Silvia virgo vestalis vivebat: Rhea Silvia leefde als Vestaalse maagd)

Slide 2 - Slide

Hoe vertaal je nu
r. 8: ille flebilis occidit

Slide 3 - Open question

Hoe vertaal je nu:
- r.11-12 tu pius poscis

Slide 4 - Open question

2. conditionele periode 
een conditionele periode is een "als ...,  dan ..."-zin.
(een periode is een zin, een conditie is een voorwaarde. 

Slide 5 - Slide

Er zijn drie smaakjes:
  1. realis (als je niest, maak je geluid). Dit is een feitelijke gevolgtrekking. Hiervoor wordt een indicativus gebruikt. 
  2. potentialis (stel dat je dat doet, dan zal het wel lukken). Dit geeft een mogelijkheid of bescheiden mening weer. Hiervoor wordt een coniunctivus praesens of perfectum gebruikt. 
  3.  Irrealis. Dit geeft een onwerkelijke situatie weer, iets dat niet gebeurt of gebeurd is.
  • Met betrekking tot het heden: (als je dat wilde /zou willen, deed ik het /zou ik dat doen). Hiervoor wordt een coniunctivus imperfectum gebruikt.
  • Met betrekking tot het verleden: (als je dat had gewild, had ik het gedaan / als je dat zou hebben gewild, zou ik het hebben gedaan). Hiervoor wordt een coniunctivus plusquamperfectum gebruikt.

Slide 6 - Slide

Hoe vertaal je nu:
r. 13-14: si moderere fidem…

Slide 7 - Open question

r. 15: … num redeat sanguis ?

Slide 8 - Open question

comparativus
De vorming van de comparativus:
 long-ior, ioris (m/f) 
 long-ius, -ioris (n)
longius (adv)


Slide 9 - Slide

de vertaling van de comparativus
1. langer (als er een punt van vergelijking is)
2. redelijk lang, nogal lang (als er geen punt van vergelijking is)
3. ’t langst van twee. (als er twee dingen met elkaar vergeleken worden)


Slide 10 - Slide

 hoe geef je het punt van vergelijking aan?

  1.  Met quam: Marcus longior quam Lucius est: Marcus is langer dan Lucius.
  2.  Met de ablativus comparationis: Marcus longior Lucio est: Marcus is langer dan Lucius.

Slide 11 - Slide

Hoe vertaal je nu:
r. 10: nulli flebilior quam tibi

Slide 12 - Open question

Hoe vertaal je nu:
r. 13: si Threicio blandius Orpheo moderere fidem

Slide 13 - Open question

de coniunctivus in de betrekkelijke bijzin
Als je in een betrekkelijke bijzin  een coniunctivus tegenkomt, heb je vier opties, maar in praktijk is het vaak een van de bovenste twee:
  1. Finalis (doelaangevend): servos ad forum misit, [qui cibum emerent]= hij stuurde slaven naar de markt om eten te kopen / die ... moesten kopen.
  2. Consecutivus (in de betrekkelijke bijzin vaak definiërende coniunctivus genoemd): non sum is, [qui talia faciat] = ik ben niet (zo) iemand, die zoiets doet.
  3. Causalis (reden aangevend): puer hostes [qui patrem necaverint], odit = de jonge haat de vijanden, omdat die zijn vader hebben gedood.
  4. Concessivus (toegeving aangevend) puer hostes [qui patrem necaverint], non odit = de jongen haat de vijanden niet, hoewel ze zijn vader hebben gedood.




Slide 14 - Slide

Hoe vertaal je nu:
r. 15-18: (imago), [quam (…) compulerit Mercurius]

Slide 15 - Open question