les 4 EN LES 5 ademhalingsstelsel

1 / 88
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 88 slides, with interactive quizzes, text slides and 11 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
Les 4 – Ademhalingsstelsel (bouw & functie, longpracticum)

Mindmap: Zet “ademhaling” in het midden en verzamel minstens 6 begrippen die jij erbij vindt horen.

Onderzoeksvraag: Hoe zou je kunnen bewijzen dat er lucht in je longen zit? Noteer een experimentidee.

Koppelen: Bedenk welke sporten veel met ademhaling te maken hebben en waarom.
timer
3:00

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 1 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 2

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Je kunt de delen van het ademhalingsstelsel benoemen met hun kenmerken en functies. / Creatief met biologie, schapenlongen snijpracticum
  2. Je kunt de verschillen noemen tussen ingeademde lucht en uitgeademde lucht. / practicum ingeademde en uitgeademde lucht

Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Verbranding in organismen
Longen =  zuurstof en koolstofdioxide 
darmen = brandstof
bloed = vervoer brandstof en zuurstof

Slide 9 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Orgaanstelsels 
  1. Verteringsstelsel
  2. Bloedvatenstelsel
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel

Functionele verbanden

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Het ademhalingsstelsel
Strottenhoofd
Luchtpijp 
bronchiën
luchtpijptakjes
longblaasjes
Middenrif: stevig gespierd vlies

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Via de neusholte
Neusslijmvlies maakt de ingeademde lucht vochtig
Bloedvaatjes in de neusslijmvlies maken de lucht warm
Neusharen houden stofdeeltjes tegen
Reukzintuig in de neus: Waarschuwt voor giftige gassen

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Luchtpijp
Onderkant van strottenhoofd
Wand: Hoefijzervormige kraakbeenringen

Vertakt zich in 2 bronchiën
--> luchtpijptakjes


Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Longblaasjes
Uiteinde van luchtpijptakjes

Longhaarvaten
- wanden erg dun
- uitwisseling CO2 en O2

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Waarom is het gezonder om door de neus adem te halen?

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 21 - Drag question

This item has no instructions

Wat sluit de huig af?
A
De keel
B
De neusholte
C
De luchtpijp

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Als je zwemt kun je een snorkel gebruiken om adem te halen. Wat is een nadeel van ademhalen door een snorkel?

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Gaswisseling
Uitwisseling van gassen
O2 - CO2
Bloed vervoert:
O2 naar de cellen
Wat gebeurt er in de cellen?



Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Gaswisseling
Bloed vervoert:
- CO2 naar longblaasjes

uitademen
- CO2 + water + energie (warmte)



Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Inademen

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Uitademen

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Ademhalingsspieren

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Video

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions

 Je beschrijft hoe je inademt en uitademt.
Hoe werkt dit?
Inademen: borstholte wordt groter
Uitademen: borstholte wordt kleiner

Bij het vergroten en verkleinen van je borstkas werken er spieren, de elasticiteit van weefsels en de zwaartekracht samen

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Ademhaling
  • Ribademhaling of borstademhaling: 
het bewegen van je ribben om te ademen

  • Middenrifademhaling of buikademhaling: 
het bewegen van je middenrif om te ademen

Ze vinden meestal tegelijk plaats

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Inademen
  1. Tussenribspieren en middenrifspieren trekken samen.
  2. Ribben kantelen omhoog en het middenrif wordt plat. 
  3. Borstholte en je longen worden groter. 
  4. Lucht in je longen krijgt meer ruimte, daardoor neemt de luchtdruk in je longen af. 
  5. Lucht stroomt vanzelf naar binnen: je ademt in. 

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Uitademen

  1. Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen.
  2. Ribben zakken naar beneden. Het middenrif wordt bol.
  3. Borstholte en longen worden kleiner.
  4. Lucht in je longen krijgt minder ruimte, luchtdruk neemt toe.
  5. Lucht stroomt naar buiten: je ademt uit. 

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Zet de stappen van inademen in de goede volgorde
Lucht stroomt je longen in
Je borstholte en longen worden groter
Tussenribspieren en middenrifspieren trekken samen
Luchtdruk in je longen neemt af
Ribben kantelen omhoog en middenrif wordt plat

Slide 35 - Drag question

This item has no instructions

Zet de stappen van uitademen in de goede volgorde
Je borstholte en longen worden kleiner
Lucht stroomt naar buiten
Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen
Luchtdruk in je longen neemt toe
Ribben zakken naar beneden en middenrif wordt bol

Slide 36 - Drag question

This item has no instructions

Hoe komt zuurstof in je bloed en koolstofdioxide uit je bloed
Ademhalingstelsel:
  • neusholte
  • keelholte
  • luchtpijp(kraakbeenringen)
  • bronchiën (luchtpijptakken)
  • longblaasjes
  • middenrif
 

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Hoe komt zuurstof in je bloed?
  • Dit gebeurt in de longblaasjes

Hier gebeuren 2 dingen:
  1. Zuurstof gaat vanuit de lucht in de longblaasjes naar het bloed.
  2. Koolstofdioxide gaat vanuit het bloed naar de lucht in de longblaasjes, daarna adem je dit uit.

  • Deze uitwisseling noemen we gaswisseling!

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

lezen-Actualiteit 

Opdracht:
  • maak een korte samenvatting van het gelezen artikel

Slide 39 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Gaswisseling
De uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide verloopt snel door: 
  • veel longblaasjes dus groot oppervlak om uit te wisselen (70-90m2)
  • wand van longblaasjes heel dun dus zuurstof en koolstofdioxide kunnen er makkelijk doorheen
  • ook de vele haarvaten rond longblaasjes hebben dunne wand en bloed er doorheen wordt steeds ververst
  • door je ademhaling ververs je steeds de lucht in je longen, dus steeds nieuwe zuurstof en je raakt de koolstofdioxide kwijt

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 42 - Video

This item has no instructions

Sleep de namen naar de juiste plaats 
Longblaasje
Luchtpijp
Keelholte
Bronchiën 
Neusholte

Slide 43 - Drag question

This item has no instructions

Je legt uit waarom het beter is om door je neus te ademen
  1. Je neus keurt de lucht met het reukzintuig
  2. Je neusharen houden stof tegen 
  3. Je neus maakt de lucht vochtig (door water uit slijm) en warm (door bloedvaatjes). 

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Wat is er nodig voor verbranding in het lichaam?

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

Welke stoffen komen vrij bij verbranding in het lichaam?

Slide 46 - Open question

This item has no instructions

Wat is verbranding?
A
Een reactie tussen brandstof en koolstofdioxide
B
Een reactie tussen brandstof en water
C
Een chemische reactie
D
Energie verbruiken

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Waar in het lichaam vindt verbranding plaats?
A
Alleen in de spiercellen
B
In alle levende cellen van het lichaam
C
Alleen in het verteringsstelsel
D
In de spiercellen en dan wordt de energie vervoerd naar de rest van het lichaam

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

Waar komt energie vandaan?
A
Uit jouw lichaam
B
Uit jouw eten
C
Uit jouw cellen
D
Uit het water

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Welk orgaanstelsel zorgt voor de voedingsstoffen in jouw lichaam?
A
Ademhalingsstelsel
B
Spierstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Uitscheidingsstelsel

Slide 50 - Quiz

This item has no instructions

Welk orgaanstelsel zorgt voor zuurstof in jouw lichaam
A
Spierstelsel
B
Uitscheidingsstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Ademhalingsstelsel

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Welk gas ontbreekt?
Glucose + ??? -> Koolstofdioxide + water + energie

Slide 52 - Open question

This item has no instructions

aantekeningen maken

Slide 53 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Wat weet je al over de ademhaling van vissen?

Slide 54 - Open question

This item has no instructions

Waarom is het gezonder om door de neus adem te halen?

Slide 55 - Open question

This item has no instructions

wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 56 - Drag question

This item has no instructions

 Je beschrijft hoe je inademt en uitademt.
Hoe werkt dit?
Inademen: borstholte wordt groter
Uitademen: borstholte wordt kleiner

Bij het vergroten en verkleinen van je borstkas werken er spieren, de elasticiteit van weefsels en de zwaartekracht samen

Slide 57 - Slide

This item has no instructions

Ademhaling
  • Ribademhaling of borstademhaling: 
het bewegen van je ribben om te ademen

  • Middenrifademhaling of buikademhaling: 
het bewegen van je middenrif om te ademen

Ze vinden meestal tegelijk plaats

Slide 58 - Slide

This item has no instructions

Inademen
  1. Tussenribspieren en middenrifspieren trekken samen.
  2. Ribben kantelen omhoog en het middenrif wordt plat. 
  3. Borstholte en je longen worden groter. 
  4. Lucht in je longen krijgt meer ruimte, daardoor neemt de luchtdruk in je longen af. 
  5. Lucht stroomt vanzelf naar binnen: je ademt in. 

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Uitademen

  1. Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen.
  2. Ribben zakken naar beneden. Het middenrif wordt bol.
  3. Borstholte en longen worden kleiner.
  4. Lucht in je longen krijgt minder ruimte, luchtdruk neemt toe.
  5. Lucht stroomt naar buiten: je ademt uit. 

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

Zet de stappen van inademen in de goede volgorde
Lucht stroomt je longen in
Je borstholte en longen worden groter
Tussenribspieren en middenrifspieren trekken samen
Luchtdruk in je longen neemt af
Ribben kantelen omhoog en middenrif wordt plat

Slide 61 - Drag question

This item has no instructions

Zet de stappen van uitademen in de goede volgorde
Je borstholte en longen worden kleiner
Lucht stroomt naar buiten
Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen
Luchtdruk in je longen neemt toe
Ribben zakken naar beneden en middenrif wordt bol

Slide 62 - Drag question

This item has no instructions

Hoe komt zuurstof in je bloed en koolstofdioxide uit je bloed
Ademhalingstelsel:
  • neusholte
  • keelholte
  • luchtpijp(kraakbeenringen)
  • bronchiën (luchtpijptakken)
  • longblaasjes
  • middenrif
 

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

Hoe komt zuurstof in je bloed?
  • Dit gebeurt in de longblaasjes

Hier gebeuren 2 dingen:
  1. Zuurstof gaat vanuit de lucht in de longblaasjes naar het bloed.
  2. Koolstofdioxide gaat vanuit het bloed naar de lucht in de longblaasjes, daarna adem je dit uit.

  • Deze uitwisseling noemen we gaswisseling!

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

Waarom dus door je neus ademen?

Slide 65 - Slide

This item has no instructions

Slijmvlies
  • Aan binnenkant luchtpijp en bronchiën

Twee soorten cellen:
1. Slijmcellen: maken slijm
2. Trilhaarcellen: bewegen heen en weer en duwen slijm met daarin stof en ziektever-wekkers naar je keel. Dit hoest je uit of slik je door.

Dus zo krijg je schone, warme en vochtige lucht in je longblaasjes en beschadigen ze niet

Slide 66 - Slide

This item has no instructions

Wat gebeurt er in je longen als je slijmvlies niet werkt?
A
Je kunt niet meer goed hoesten...
B
Er komt steeds meer rotzooi in je longen...
C
Je kunt geen ziektekiemen naar buiten werken...
D
Je longen raken verstopt...

Slide 67 - Quiz

This item has no instructions

Je legt uit hoe je ademhaling geregeld wordt
  1. Via koolstofdioxidezintuigcellen in bloedvaten (aorta)
  2. Impulsen naar ademcentrum in hersenen
  3. Hersenen sturen signalen naar tussenribspieren en middenrifspieren die daardoor samentrekken

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

De luchtpijp vertakt zich in
A
bronchiën
B
longblaasjes
C
luchtpijpvaten
D
luchtpijptakjes

Slide 69 - Quiz

This item has no instructions

Waarom kan er snel gaswisseling plaatsvinden in de longen?

A
de wand van de luchtpijp is erg dun
B
er zit een laagje slijm in de longblaasjes
C
Het oppervlak van de longblaasjes is groot
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 70 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt beter ademhalen door je neus omdat
A
de lucht dan wordt verwarmd
B
je gewaarschuwd wordt voor gevaarlijke stoffen
C
de lucht vochtig gemaakt wordt
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 71 - Quiz

This item has no instructions

het ademhalingsstelsel



gaswisseling


Slide 72 - Slide

This item has no instructions

Gaswisseling

Slide 73 - Slide

This item has no instructions

Slide 74 - Video

This item has no instructions

Slide 75 - Video

This item has no instructions

Slide 76 - Video

This item has no instructions

Slide 77 - Video

This item has no instructions

Slide 78 - Video

This item has no instructions

Slide 79 - Video

This item has no instructions

           Terugkijken op de leerdoelen                 


Je kunt de delen van het ademhalingsstelsel benoemen met hun kenmerken en functies. / Creatief met biologie, schapenlongen snijpracticum
Je kunt de verschillen noemen tussen ingeademde lucht en uitgeademde lucht. / practicum ingeademde en uitgeademde lucht

Slide 80 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
    Begrippen uit deze les
bouw en functie :
  • neusholte, 
  • mondholte,
  • keelholte, 
  • luchtpijp, 
  • bronchiën,
  •  longblaasjes, 
  • slijmvlies, 
  • trilharen,
  • huig,
  • strotklepje, 
  • kraakbeenringen, 
  • gaswisseling

Slide 81 - Slide

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les
  1. Verteringsstelsel
  2. Bloedvatenstelsel 
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel


Functionele verbanden

Slide 82 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

wat heb je geleerd?

Slide 83 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
Maak in tweetallen de volgende opdrachten uit het boek biologie voor jou: blz 9 tm 12 opdracht 1-2-3-4-5-6- 8-9
blz 17 tm 20 opdracht 1 tm 10
lever de gemaakte opdrachten in via team 
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 84 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
lezen-actualiteit 


Opdracht:
  • maak een korte samenvatting van het gelezen artikel

Slide 85 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Terugkijken 
op de leerdoelen
R: Je benoemt bouw en functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering.
R: Je benoemt de functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering

T1 en T2: Je benoemt dat gezondheid en ziektes beïnvloed worden door de combinatie van voeding, leefstijl, leefomgeving (o.a stress, schadelijke stoffen en straling), infecties, erfelijke aanleg en leeftijd.

Slide 86 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 87 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 88 - Slide

This item has no instructions