Kernwoorden week 1
Kernwoorden week 1
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je de 10 kernwoorden herkennen, benoemen en in eenvoudige zinnen gebruiken.
Wat is een processor?
De processor is het brein van de computer. Hij voert de belangrijkste berekeningen uit. Zonder processor werkt de computer niet.
Waarvoor dient een moederbord?
Het moederbord is de hoofdplaat waarop alle onderdelen worden aangesloten. Het verbindt alles met elkaar.
Wat is een behuizing?
De behuizing is de kast van de computer. Hierin zitten alle onderdelen veilig opgeborgen.
Wat betekent (werk)geheugen of RAM?
Het werkgeheugen (RAM) zorgt dat je computer snel informatie kan opslaan die je direct nodig hebt. Dit geheugen is tijdelijk.
Wat zijn onderdelen of componenten?
Onderdelen of componenten zijn alle losse stukken waaruit een computer bestaat, zoals processor, geheugen en harde schijf.
Wat betekent verbinden?
Verbinden is het samenvoegen van onderdelen, bijvoorbeeld door kabels te gebruiken om componenten aan te sluiten op het moederbord.
Wat betekent controleren?
Controleren is het nakijken of iets goed werkt. Bijvoorbeeld kijken of alle onderdelen in de computer juist zijn aangesloten.
Wat is een functie?
Een functie is wat iets doet. Bijvoorbeeld: de functie van een ventilator is warmte afvoeren uit de computer.
Wat betekent aansluiten?
Aansluiten is het fysiek verbinden van onderdelen, bijvoorbeeld een muis aansluiten op de computer.
Wat bedoelen we met "verstaan onder"?
Met "verstaan onder" bedoelen we: wat we bedoelen met een woord of begrip. Bijvoorbeeld: wat verstaan we onder 'processor'? Dat is het brein van de computer.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.