Paragraaf 5.4 Pincode

1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Je weet wat het UWV doet en welke rol deze instelling heeft bij het begrip werkloosheid
  • Verschil tussen geregistreerde en verborgen werkloosheid
  • De 5 soorten werkloosheid die we kennen benoemen en toe kunnen lichten met een voorbeeld

Slide 2 - Slide

H5.4 Check
H5.4 zes meerkeuzevragen

Slide 3 - Slide

Als je een WW-uitkering wilt, moet je ingeschreven staan bij het UWV
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

UWV
Als je werkloos bent, schrijf je je in bij het UWV als je een WW-uitkering wilt.

Je bent werkloos als je tussen de vijftien jaar en de pensioenleeftijd bent, geen baan hebt en actief op zoek naar werk bent.

Slide 5 - Slide

We spreken van verborgen werkloosheid wanneer je
A
Zwart werkt
B
Niet meedoet in de les
C
Niet geregistreerd bent bij het UWV
D
Niet op zoek bent naar werk

Slide 6 - Quiz

Werkloos
Geregistreerde werkloosheid omvat de werklozen die staan ingeschreven bij het UWV.

Verborgen werkloosheid zijn de werklozen die niet staan ingeschreven bij het UWV.


Slide 7 - Slide

Wanneer het goed gaat met de economie
A
Neemt de werkloosheid toe
B
Neemt de werkloosheid af
C
Gebeurd er niets met de werkloosheid

Slide 8 - Quiz

Economische conjunctuur
Schommelingen waarin het goed of minder goed gaat in de economie noem je de economische conjunctuur.

minder koopkracht → vraag naar producten daalt → bedrijven verkopen minder →productie daalt → werkgelegenheid daalt → werkloosheid stijgt



Slide 9 - Slide

Conjuncturele werkloosheid is
A
Structurele werkloosheid
B
werkloosheid omdat het economisch goed gaat
C
werkloosheid omdat het economisch slecht gaat
D
Seizoenswerkloosheid

Slide 10 - Quiz

Soorten werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid
Werkloosheid die het gevolg is van een daling van de vraag naar goederen en diensten door vermindering van koopkracht.
Structurele werkloosheid
Werkloosheid als gevolg van veranderingen in de aanbodkant van de economie.



Slide 11 - Slide

Soorten werkloosheid
Frictiewerkloosheid: Kortdurende werkloosheid tussen banen in of als je klaar bent met school.
Regionale werkloosheid: Werkloosheid die in bepaalde gebieden hoger is dan gemiddeld.
Seizoenwerkloosheid: Werkloosheid die ontstaat doordat bepaald werk alleen maar in een deel van het jaar verricht kan worden.


Slide 12 - Slide

Conjunctureel
Structureel

Slide 13 - Slide

Sjors is snowboard instructeur. In de zomer heeft hij geen werk. Hij valt dan onder de
A
Frictie werkloosheid
B
Structurele werkloosheid
C
Conjuncturele werkloosheid
D
Seizoenswerkloosheid

Slide 14 - Quiz

Melanie is net klaar met de bakkers-opleiding en zoekt werk. Door mechanisatie is er minder werk
A
Frictie werkloosheid
B
Structurele werkloosheid
C
Conjuncturele werkloosheid
D
Seizoenswerkloosheid

Slide 15 - Quiz