Voorzetsels bij praatplaat vrije tijd

Voorzetsels
* plaats
* werkwoorden met vaste voorzetsels
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Voorzetsels
* plaats
* werkwoorden met vaste voorzetsels

Slide 1 - Slide

Programma
Voorzetsels
Herhaling verleden en voltooide tijd
Tekst schrijven

Slide 2 - Slide

Wat zijn voorzetsels?

Slide 3 - Slide

Voorzetsels
Als het gaat om iets wat je kunt zien, zijn voorzetsels vaak niet zo moeilijk. Het wordt moeilijk als het werkwoorden met vaste voorzetsels gaat. 
Denk je nog aan de boodschappen?
Karim praat niet graag over zijn problemen. 
Ik heb last van de muziek.  

Slide 4 - Slide

Marco staat ..... de douche.

Slide 5 - Open question

Tessa zit .... haar fiets.

Slide 6 - Open question

Ilse zit met haar gezin .... tafel.

Slide 7 - Open question

Hans staat .... zijn surfplank.

Slide 8 - Open question

Carla duikt .... het zwembad.

Slide 9 - Open question

Marie leest iets leuks .... de krant.

Slide 10 - Open question

Jessie ligt .... de parasol .... haar handdoek.

Slide 11 - Open question

Kees woont ... de derde verdieping.

Slide 12 - Open question

Werwoorden met vaste voorzetsels

Slide 13 - Mind map

Hij praat vaak .... zijn problemen.
A
met
B
tegen
C
over

Slide 14 - Quiz

Ik vind het vaak moeilijk om .... saaie mensen om te gaan. (omgaan ...)
A
met
B
over
C
langs

Slide 15 - Quiz

Ik heb zin .... appeltaart.
A
met
B
in
C
aan

Slide 16 - Quiz

Ik schaam mij .... mijn oude kleren.
A
met
B
niet
C
voor

Slide 17 - Quiz

Mijn dochter is erg gevoelig .... harde geluiden.
A
met
B
van
C
voor

Slide 18 - Quiz

Mijn dochter lijkt niet .... mij.
A
met
B
op
C
naar

Slide 19 - Quiz

Welk werkwoord of welke werkwoorden zie je in deze slide? Antwoord in de volgende slide. 

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Mind map

Welk werkwoord of welke werkwoorden zie je in deze slide. Antwoord in de volgende slide. 

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Mind map

Bekijk
Een ervaring 
Ik heb vandaag een ongeluk gezien.

Ik zoom in op de situatie/ beschrijving van de situatie
Ik fietste naar huis, zag een man op de grond liggen en belde de politie.

Voltooide tijd:              Ik meld dat iets gebeurd is.
Verleden tijd:               Ik vertel wat er gebeurde. Ik zoom in op de situatie.

Slide 24 - Slide

Bekijk
Ik heb drie jaar in Syrië gewerkt waar ik werkte op een afdeling met tien collega's. Wij moesten samen veel projecten doen.

(Ik heb drie jaar in Syrië gewerkt) Dit is een ervaring uit het verleden.
Ik vertel wat er gebeurde. Ik zoom in op die periode: waar ik werkte op een afdeling met tien collega's. Wij moesten samen veel projecten doen. Nu vertel ik hoe die situatie toen was. Daarom gebruik ik de verleden tijd.



Slide 25 - Slide

Bekijk
                                                       eerst            daarna
1. Nadat hij zijn tanden had gepoetst, ging hij naar de tandarts.

2. Nadat wij ons huiswerk hadden gemaakt, namen wij een kop koffie.
3. Hij ging naar de tandarts nadat hij zijn tanden had gepoetst.
4. Toen hij bij de tandarts aankwam, had hij zijn tanden al gepoetst.
                                                        Wat valt op?

Slide 26 - Slide

Schrijfopdracht
1. Je buren waren boos. Schrijf wat er was gebeurd, waarom ze boos waren en hoe de situatie is opgelost.

2. Je telefoon was ineens weg. Je dacht dat hij was gestolen. Schrijf wat er gebeurde, waar je hebt gezocht en hoe het eindigde.

3. Je eerste dag als vrijwilliger. Beschrijf je eerste dag. Vertel wat je moest doen, wat er onverwacht gebeurde, wie je hebt ontmoet en wat je hebt geleerd.

Slide 27 - Slide