Mondeling Nakijken

Vandaag
1 / 46
next
Slide 1: Slide
EnglishSecondary Education

This lesson contains 46 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Vandaag

Slide 1 - Slide

The structures
A presentation follows 3 main steps:
The opening
The main part
The conclusion

Slide 2 - Slide

The opening
Important things to mention in your opening:
Your own introduction (who you are)
Introduction of your topics (what are you going to talk about and when)
A few main points of your topics.
and a time slot for questions.

Slide 3 - Slide

Opening
Hey I am jippe and a go to tell you about is united 811. 
Took of from Honolulu to Auckland New Zealand it was a Boeing 747-122. 
On this flight there was a accident. 

After the accident the plane have safely land in
Honolulu in the united states of America and the investigation has started
and after that there is something changed

Slide 4 - Slide

Good points!
  • Makes clear what you are going to talk about
  • Doesn't give away too much info, but gets you interested

Slide 5 - Slide

What can we improve?
  • Grammar needs some improving
  • we're going to add some Segway words
  • We're going to add a time for questions

Slide 6 - Slide

Basiskennis
Werkwoorden vervoegen

Slide 7 - Slide

Present Simple
I / You / We / They / You (meervoud) : Hele werkwoord
I walk 
He / She / It : Hele werkwoord + s
He walks
 

Slide 8 - Slide

Present Simple
Twee regels bij het maken van de present simple in de he/she/it vorm:
Eindigt een werkwoord op één van deze letters?
-y : dan schrijf je de present simple met -ies
Voorbeeld: He try → he tries / She study → She studies
Sissende klank : dan schrijf je de present simple met -es
Voorbeeld: He kiss → he kisses / She watch → She watches
Deze regels gelden alleen voor he/she/it

Slide 9 - Slide

Present Continuous
Am/Are/Is + werkwoord + -ing

I am walking
you are going
She is studying
 
iets gebeurt nu (continuous)
 

Slide 10 - Slide

Present continuous
You 
He/she/it
We
they
You
am
are
is
are
are
are

Slide 11 - Slide

Uitzonderingen
Werkwoord eindigend op -e 
Leave                    Leaving
Werkwoorden waarvan de laatste twee letters 1 klinker en              1 medeklinker zijn:
Put           putting

Slide 12 - Slide

Past simple
de verleden tijd 
Regelmatig werkwoord + -ed
I want, I wanted, I have wanted

Onregelematige werkwoorden veranderen
I drive (present simple) I drove (past simple) I have driven (present perfect)

Slide 13 - Slide

Present perfect simple

Het betekent: Voltooide tijd​
Het wordt gebruikt om te zeggen dat iets eerder begonnen is en nu nog bezig is​

I have been at school since nine o'clock​
werkwoord is : to be (onregelmatig)


Slide 14 - Slide

Present perfect simple
​Persoon + have/has + werkwoord (voltooid deelwoord)​

De formule voor regelmatige werkwoorden in de voltooide & verleden tijd​
Werkwoord + ed
Onregelmatige werkwoorden moet je leren, die veranderen per keer​


Slide 15 - Slide

Future tense

Toekomende tijd:
  1. Je denkt dat er iets gaat gebeuren (shall/will)
  2. als je zeker weet dat er iets gaat gebeuren (going to + present continuous)
  3. Bij besluiten en beloftes (will)
  4. Tijd schema's (present continuous)

Slide 16 - Slide

Future tense
1. I will see you tomorrow? (denk je)
2. I am going to see her tomorrow (going to + ww)
3. The doorbell rings, I will open it
4. My plane is leaving at 11:30 tonight (tijdschema)

Slide 17 - Slide

They, there, they're, their
They = zij 
There = daar
They're = they are (in de verleden tijd they were, kan je niet afkorten)
Their = van hun (their bag, hun tas)

Deze mag je nog even nakijken overal :)

Slide 18 - Slide

This, that, these and those
Aanwijzende voornaamwoorden (Demonstrative pronouns)
this en these verwijzen naar een iets dat dichtbij staat 
That hose verwijzen naar een iets dat ver weg is.

In zinnen zoals sentence 2 gebruiken we "this aircraft" 

Slide 19 - Slide

What would you improve?
Hey I am jippe and a go to tell you about is united 811.


Slide 20 - Slide

Sentence 1
Hey I am jippe and a go to tell you about is united 811.

Hey, I am Jippe and I am going to

The expression be going to, followed by a verb in the infinitive (onvervoegd), allows us to express an idea in the near future: = Future tense
I am going to talk to him.

To be going to 
To be, vervoeg je (I am) going (volledige ww) to....

Slide 21 - Slide

Sentence 1
Hey I am jippe and a go to tell you about is united 811. 
I am going to tell you about united 811
or 
What I am going to tell you about is united 811

Slide 22 - Slide

Sentence 2
Took of from Honolulu to Auckland New Zealand,  it was a Boeing 747-122.

Good sentence! Short, to the point and full of information.

Slide 23 - Slide

This, that, these and those
Aanwijzende voornaamwoorden (Demonstrative pronouns)
this en these verwijzen naar een iets dat dichtbij staat 
That hose verwijzen naar een iets dat ver weg is.

In zinnen zoals sentence 2 gebruiken we "this aircraft" 

Slide 24 - Slide

Sentence 2
This aircraft took off from Honolulu to Auckland New Zealand, it was a Boeing 747-122.

Zijn er synoniemen voor "took off" die wat chiquer zijn?

Slide 25 - Slide

Sentence 3
On this flight there was a accident. 

Op deze vlucht was er een ongeluk

Hoe kunnen we deze beter vertalen?

Slide 26 - Slide

Let op! Lidwoorden
Bij woorden die beginnen met een klinker (a,e,o,u,i) gebruiken wij altijd an i.p.v. a 
Ook bij woorden die klinken alsof ze beginnen met een klinker (uniform = [joenifohrm]) gebruiken we ook an.

Slide 27 - Slide

Sentence 3
During this flight an accident happened

During this flight
 an accident occured

occured = opgetreden/gebeurt

Slide 28 - Slide

Sentence 4
After the accident the plane have safely land in
Honolulu in the united states of America and the investigation has started
and after that there is something changed

Wat kan beter?

Slide 29 - Slide

Grammar
After the accident the plane have safely land in
Honolulu 
I have
You have
He/she/it ....
we have



Slide 30 - Slide

Sentence 4
the plane have safely land in honolulu 

Welke tijd vindt dit plaats?

Tegenwoordige tijd, verleden tijd , voltooid verleden tijd?

Slide 31 - Slide

TT, VT, VVT
TT =  de tegenwoordige tijd zegt iets over een handeling die zich op het moment van spreken afspeelt
VT = verleden tijd iets over een handeling die zich al eerder heeft afgespeeld

VVT = De voltooid verleden tijd wordt gebruikt in contexten die zelf al in het verleden spelen, en dan specifiek om een gebeurtenis aan te duiden die in een nog verder verleden heeft plaatsgevonden.

Slide 32 - Slide

Sentence 4
After this happened, something else happened
Verleden tijd

Dus: After this accident (happened), the plane safely landed in..

Slide 33 - Slide

Sentence 4
  • The plane safely landed
  • An investigation started
  • Something was changed
Maak er 2 of 3 zinnen van :) 

Slide 34 - Slide

Sentence 4
After the accident the plane safely landed in
Honolulu, united states of America (USA) and the investigation has started
The gebruik bij bekende dingen, wanneer je weet over welk onderzoek je het hebt. In dit geval zou ik "and an investigation started" gebruiken gezien het publiek nog niet weet dat er een onderzoek is.

Slide 35 - Slide

Sentence 4
and after that there is something changed

Dit noemen we oorzaak en gevolg

Iets gebeurt (het onderzoek) en daardoor gebeurt er iets anders (de verandering).

Dan mag je "Because" gebruiken.

Slide 36 - Slide

Sentence 4
Because of that something changed.

Slide 37 - Slide

Verbindings en signaalwoorden
Met verbindingswoorden en signaalwoorden (‘transitions’) geef je de relatie aan van zinnen in je tekst, maar ook van je ideeën. Zonder verbindingswoorden vormt je tekst geen geheel.

Slide 38 - Slide

Questions
Usually during a presentation you also set aside some time for questions at the end, so you will not be disturbed during your talk. 
Something along the lines of "After my presentation there will be around five minutes for questions"
"Please hold you questions until after the presentation."

Slide 39 - Slide

The opening
Hey I am jippe and I am going to tell you about is united 811.
 This aircraft took off from Honolulu, USA to Auckland, New Zealand, it was a Boeing 747-122.
During this flight there was an accident. (an accident occured)
After the accident the plane safely landed in
Honolulu, United States of America (USA) and the investigation has started.
Because of that there is something changed.
After my presentation I will have a few minutes for questions.


Slide 40 - Slide

The main part
Introducing your aircraft:
The aircraft was built in 1970. And was 18 years and 4 month old.(?) Was
built in Seattle between 1969 and 1970 (?) has delivered to united brand new
on 1970-10-20. Regi N4713U it was built to fly 342 people around
the globe. The builder is Boeing



Slide 41 - Slide

Introduction of the aircraft
The aircraft was built in 1970 by Boeing and was eighteen years and four months old at the time of the accident. 
It was built between 1969 and 1970 and was delivered brand new on 1970-10-20 (amerikaans). 
It was built (or designed) to fly 342 people around the globe.

Slide 42 - Slide

Start of accident
The plane took off from Honolulu
to Auckland in new Zealand . After the take off the captain left the
seat-belt signs on because of a storm in the air.  (?) Went there (when they were?) are at
22000 feet the trouble started. Because the cargo door on the
forward right hand side came open and there was explosive
decompression. (?) the cargo door took a big part of the right side of
the aircraft witch it row 9 to 13 are away killing 9 people.

Slide 43 - Slide

Start of the accident
The plane took off from Honolulu
to Auckland in new Zealand . After the take off the captain left the
seat-belt signs on because of a storm in the air. 
When they were at 22000 feet the trouble started. Because the cargo door on the forward right hand side came open and caused explosive
decompression. Which means that the cargo door took a big part of the right side of the aircraft with it, row 9 to 13,  killing 9 people.

Slide 44 - Slide

Grammar
There = daar
Their = van hun (their bag)
They're = they are = zij zijn.

Klinken wel hetzelfde , maar als je they're bedoelt VT gebruikt wordt het : they were. Dat hoor je wel tijdens je mondeling.

Slide 45 - Slide

Opdracht
Ik heb je hele presentatie nagekeken.
Ik heb rood gebruikt voor grammatica puntjes
blauw gebruikt voor taalsuggesties
en groen voor spellingsfoutjes (die hoor je niet op je mondeling)

Je mag je presentatie herschrijven en weer opsturen :)

Slide 46 - Slide