1. Instructies geven
Leg je uit hoe je het gerecht maakt? Zeg je de verschillende stappen? Gebruik je signaalwoorden voor de volgorde?
2. Vragen begrijpen en beantwoorden
Kan je reageren op vragen van elkaar?
3. Actief samen praten
Stel je zelf ook vragen? Antwoord je met een zin of alleen ja/nee?
4. Begrijpen
Weet je hoe je iets moet zeggen? Is je instructie duidelijk?