Schrijfvaardigheid

Schrijfvaardigheid
1 / 21
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Schrijfvaardigheid

Slide 1 - Slide

Plattegrond m3-sp1 (2026)

Slide 2 - Slide

Plattegrond m3-sp2 (2026)

Slide 3 - Slide

Objetivos de la clase/ Lesdoelen



Aan het einde van de les kun je:
  • leertips voor schrijven weten en ze toepassen.
  • de beoordelingmodel voor de toets kennen en analiseren.
  • schrijf opdrachten oefenen
Op tafel:
 Schrift, pen en woordenboek NL/SP

Slide 4 - Slide

LB p. 73
Taalgebruik en Grammatica

Slide 5 - Slide

Beoordelingsmodel 
2 schrijfopdrachten: 
1. 80-90 woorden
2. 40-60 woorden

Slide 6 - Slide

LB p. 74

Slide 7 - Slide

¡A completar!
                                                                                                 Apeldoorn, 9 de abril de 2026
Hola ______________:
¿Cómo _________? Yo estoy muy _______. Me ________ María. Vivo ___ Apeldoorn
____mi familia. _____ en una casa grande __bonita. ___en la calle Jhr. Mr. G.W. Molleruslaan.
_________15 años. Soy __________, ___________ y __________. Además, soy __________.
_______en el Instituto KSG . Me ___________la biología. Es mi clase ____________. _____________, me gusta el español, _________ aprendo muchas palabras. Mis hobbies son: ____________ y ______________. ___________, trabajo en ____________. Acomodo la ______________. Me gusta más que trabajar en Jumbo.
¡Eso es todo! ¡Espero tu respuesta!
Te mando muchos saludos.
María.

timer
10:00

Slide 8 - Slide

¡A corregir!
                                                                                                 Apeldoorn, 9 de abril de 2026
Hola Anna :
¿Cómo estás? Yo estoy muy/un poco bien/mal. Me llamo María. Vivo en Apeldoorn con mi familia. Vivo en una casa grande y bonita. Vivo/Mi casa está en la calle Jhr. Mr. G.W. Molleruslaan.
Tengo (casi) 15 años. Soy inteligente, amable y guapa. Además, soy holandesa.
Estudio en el Instituto KSG . Me gusta la biología. Es mi clase favorita. También, me gusta el español, porque aprendo muchas palabras. Mis hobbies son:  leer y bailar. Además, trabajo en Jumbo. Me gusta más que trabajar en Jumbo.
¡Eso es todo! ¡Espero tu respuesta!
Te mando muchos saludos.
María.

Slide 9 - Slide

¡A escribir!
                                                                                                 [plek en datum] 
- Groet + naam
- Vraag hoe je vriend/in is
- Vertel hoe je voelt
- Vertel dat je hebt iemand ontmoet op school (Voltooidtegenwoordige tijd)
- Vertel de naam en leeftijd
- Vertel 5 gingen over deze persoon (karakter en uiterlijk)
- Vertel over wat hij/zij leuk vindt (2 hobby's)
- Zeg dat je wacht op zijn/haar reactie
- Groet
- Je naam


Gebruik je woordenlijst en Frases Claves 
timer
10:00

Slide 10 - Slide

¡A escribir!
- Groet + naam: Hola, Anna
- Vraag hoe je vriend/in is: ¿Cómo estás?
- Vertel hoe je voelt: Yo estoy bien/súper/fenomenal
- Vertel dat je hebt iemand ontmoet op school (gebruik de verleden tijd): Yo he conocido un(a) chica(o) en el instituto.
- Vertel de naam en leeftijd: Se llama ...., tiene ... años.
- Vertel 5 gingen over deze persoon (karakter en uiterlijk)Él/ ella es ...., tiene pelo, tiene ojos....
- Vertel over wat hij/zij leuk vindt (2 hobby's): Le gusta ...
- Zeg dat je wacht op zijn/haar reactie. Espero tu respuesta.
- Groet: Adiós/ Hasta luego
- Je naam


Slide 11 - Slide

¡A escribir!
                                                                                               
Vakantie: (Voltooidtegenwoordige tijd)

  • Vertel of je op vakantie bent geweest, waarheen, met wie, wanneer.
  • Vertel wat je op vakantie hebt gedaan.
  • Noem iets leuks en iets minder leuks van je vakantie.
  • Vraag of hij/zij deze zomer op vakantie is geweest.
  • Vraag of hij/zij wel eens in ….. is geweest. 



Gebruik je woordenlijst en Frases Claves 
timer
10:00

Slide 12 - Slide

¡A escribir!
                                                                                               
Vakantie: (Voltooidtegenwoordige tijd)

  • Vertel of je op vakantie bent geweest , waarheen, met wie, wanneer: Yo he ido a/ estado en/ visitado... con .... en ....
  • Vertel wat je op vakantie hebt gedaan En las vacaciones yo he..., Yo he... y yo he...
  • Noem iets leuks en iets minder leuks van je vakantie.: Me gusta(n) (mucho) ...., No me gusta(n) (nada).....
  • Vraag of hij/zij deze zomer op vakantie is geweest: ¿Has ido de vacaciones este verano?
  • Vraag of hij/zij wel eens in ….. is geweest. ¿Has ido a/ estado en ....?



Slide 13 - Slide

¡A escribir!
 
Vrienden
  • Vertel me de naam van je vriendin en hoe oud ze is.Beschrijf een vriend of vriendin (hoe hij/zij eruitziet, persoonlijkheid en welke stijl hij/zij heeft). 
  • Vertel me wat je vriend(in) graag doet
  • Vraag hoe zijn/haar beste vriend(in) eruitziet.
  • Vraag of hij/zij een foto van zijn/haar vriend(in) heeft.    



Gebruik je woordenlijst en Frases Claves 
timer
10:00

Slide 14 - Slide

¡A escribir!
 
Vrienden
  • Vertel me de naam van je vriend(in) en hoe oud hij/ze is: Se llama ... tiene ... años
  • Beschrijf een vriend of vriendin (hoe hij/zij eruitziet, persoonlijkheid en welke stijl hij/zij heeft): Él/ ella es muy/ bastante/ un poco...., tiene pelo, tiene ojos..... Ella tiene un estilo ....
  • Vertel me wat je vriend(in) graag doet: A mi amiga le gusta....
  • Vraag hoe zijn/haar beste vriend(in) eruitziet. ¿Cómo es tu mejor amiga(o)?
  • Vraag of hij/zij een foto van zijn/haar vriend(in) heeft. ¿Tienes una foto de tu amigo(a)?



Slide 15 - Slide

¡A escribir!


Sport
  • Vertel of je een sport beoefent en hoe vaak je traint.
  • Leg uit waarom je die sport beoefent.
  • Vraag of hij/zij aan sport doet.
  • Vraag hoe vaak hij/zij per week traint.
  • Geef een tip over gezond leven: debes + hele ww
     (Debes comer muchas verduras/ 
      Debes beber mucha agua, dos litros al día)
 




Gebruik je woordenlijst en Frases Claves 
timer
10:00

Slide 16 - Slide

¡A escribir!
Sport

  • Vertel of je een sport beoefent en hoe vaak je traint: Yo practico.... 2/3/4 veces por semana, los lunes, miércoles.... Yo entreno 1 vez por semana, los sábados.
  • Leg uit waarom je die sport beoefent: Yo practico ... porque es muy/bastante ...
  • Vraag of hij/zij aan sport doet: ¿Qué deportes practicas?/ ¿Practicas algún deporte?
  • Vraag hoe vaak hij/zij per week traint: ¿Con qué frecuencia entrenas?
  • Geef een tip over gezond leven: debes + hele ww
     (Tú debes comer muchas verduras/ 
      Debes beber mucha agua, dos litros al día)
 




Slide 17 - Slide

¡A escribir!
                                                                                               
Pasatiempos/Hobby’s (werkwoord "Gustar")

  • Vertel wat je hobby’s zijn en wat je graag doet.
  • Vertel sinds wanneer je je hobby beoefent.
  • Vraag wat zijn/haar hobby is.
  • Vraag wat voor soort muziek hij/zij leuk vindt. 



Gebruik je woordenlijst en Frases Claves 
timer
10:00

Slide 18 - Slide

¡A escribir!
                                                                                               
Pasatiempos/Hobby’s (werkwoord "Gustar")

  • Vertel wat je hobby’s zijn en wat je graag doet en waarom: Me gusta.... porque es....
  • Vertel sinds wanneer je je hobby beoefent: Yo .... desde hace ... años/meses
  • Vraag wat zijn/haar hobby is: ¿Qué te gusta hacer en tu tiempo libre?/ ¿Cuáles son tus pasatiempos favoritos?
  • Vraag wat voor soort muziek hij/zij leuk vindt. ¿Qué música te gusta escuchar?



Slide 19 - Slide

Heb je de lesdoelen behaald?


1. Welk werkwoord gebruik je om over je hobby's te praten? Geef een voorbeeld.
2. Welk werkwoord gebruik je om over sport te praten? Geef een voorbeeld en vermeld hoe vaak.

Slide 20 - Slide

iiMucha suerte en el examen de escritura!!

Slide 21 - Slide