13.2 De bloedsomloop en de bloedvaten

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 13.2 blz. 107 
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 13.2 blz. 107 
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de bestanddelen van bloed noemen met hun kenmerken en functies.

Slide 2 - Slide

13.2 De bloedsomloop en de bloedvaten
Thema 13 Transport en afweer

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 13.2
  • Je kunt in de dubbele bloedsomloop van de mens de kleine en de grote bloedsomloop onderscheiden met hun functies.
  • Je kunt de drie typen bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt in het bloedvatenstelsel van de mens slagaders en aders benoemen en je kunt de samenstelling van het bloed daarin aangeven.

Slide 4 - Slide

Bloedsomloop
  • Door het hele lichaam lopen bloedvaten. Het hart pompt het bloed door de bloedvaten.
  • De weg die het bloed aflegt noemen we de bloedsomloop.
  • Het hart bestaat uit de rechter- en linkerharthelft. Deze zijn gescheiden door een tussenwand.
  • Bij alle afbeeldingen van het hart kijk je naar de voorkant van een persoon. Dus links zie je de rechterhelft en rechts en de linkerhelft 
  • Mensen hebben een dubbele bloedsomloop: tijdens één complete rondgang door het lichaam stroomt het bloed 2 x door het hart. 

Slide 5 - Slide

Kleine bloedsomloop
  • De rechterhelft van het hart pompt het bloed naar beide longen.
  • Hier wordt zuurstof opgenomen in het bloed en koolstofdioxide afgegeven aan de lucht.
  • Vanuit de longen stroomt het bloed dan weer terug naar het hart. 
  • Dit deel van de bloedsomloop heet de  kleine bloedsomloop.
  • In afbeeldingen bevatten de rode bloedvaten zuurstofrijk bloed en de blauwe bloedvaten zuurstofarm bloed.
  • In ons lichaam is al het bloed rood. 

Slide 6 - Slide

Grote bloedsomloop
  • Vanuit de kleine bloedsomloop komt het bloed in de linkerhelft van het hart.
  • Deze harthelft pompt het bloed naar alle organen en delen van het lichaam.
  • Zuurstof en voedingsstoffen worden afgegeven aan de cellen.
  • Koolstofdioxide en andere afvalstoffen worden opgenomen in het bloed.
  • Het bloed stroomt weer terug naar de rechterhelft van het hart. 
  • Dit deel van de bloedsomloop heet de grote bloedsomloop

Slide 7 - Slide

Bloedvaten
Er zijn 3 typen bloedvaten:
  • Slagaders
  • Haarvaten
  • Aders

Slide 8 - Slide

Slagaders
  • Door de slagaders stroomt het bloed weg van het hart, naar de organen toe. Het hart pompt het bloed met kracht weg.
  • De bloeddruk is de kracht waarmee het bloed tegen de wanden van de bloedvaten drukt. De bloeddruk in de slagaders is hoog.
  • De wanden van de slagaders zijn dan ook dik, stevig en elastisch.
  • Door deze druk voel je je hartslag op plekken waar slagaders niet diep in het lichaam zitten. De meeste slagaders liggen dieper in het lichaam, hierdoor beschadigen ze niet zo snel.  
  • Slagaders vertakken zich in de weefsels tot dunnere bloedvaten.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Haarvaten
  • De slagaders vertakken in steeds dunnere bloedvaatjes. Hierbij wordt de wand dunner en neemt de bloeddruk af.
  • De kleinste bloedvaatjes zijn de haarvaten. De wand hiervan zijn maar één cellaag dik.
  • De haarvaten in een orgaan vormen samen een haarvatennet. Door de dunne wand verlaat vocht met zuurstof en voedingsstoffen de haarvaten een gaat naar de cellen toe.
  • Cellen verbruiken dit en hierbij komen koolstofdioxide en afvalstoffen vrij. Deze komen weer terug in de haarvaten. 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Aders
  • De haarvaten komen samen in grotere bloedvaten: de aders.
  • Hierdoor stroomt het bloed van de organen weg, terug naar het hart.
  • De bloeddruk is hier laag en de wanden zijn dunner en minder elastisch.
  • In de aders is geen hartslag merkbaar. Het hart zuig het bloed terug. 
  • Veel aders hebben kleppen, deze zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan stromen.
  • De aderkleppen laten het bloed door naar het hart.
  • De aders liggen meestal minder diep in het lichaam.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Warmtetransport
  • Het bloed vervoert niet alleen stoffen, maar ook warmte.
  • Deze warmte ontstaat bij de verbranding in de cellen.
  • Bij veel beweging wordt de verbranding hoger en ontstaat er veel warmte.
  • De bloedvaten in de huid worden dan wijder. De kleur van de huid wordt daardoor roder en het warme bloed geeft veel warmte af.
  • Als er weinig verbranding is, zijn de bloedvaten nauwer. Het bloed geeft dan weinig warmte af. 

Slide 17 - Slide

Het bloedvatenstelsel
  • Het bloedvatenstelsel van de mens bestaat uit het hart en alle bloedvaten.
  • In de volgende sheet staan de belangrijkste bloedvaten.
  • Slagaders en aders hebben in het algemeen de naam van het orgaan waar ze naartoe of vanaf lopen.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

De lever
  • De poortader voert het bloed uit een groot deel van het darmkanaal af.
  • Via de poortader gaat het bloed naar de lever. Dit bloed is zuurstofarm. De lever ontvangt zuurstofrijk bloed via de leverslagader.
  • Het glucosegehalte kan erg verschillen in de poortader. 
  • De lever speelt een belangrijke rol in het constant houden van het glucosegehalte in het bloed. Komt er teveel glucose binnen dan slaat hij dit op als glycogeen.
  • Zit er te weinig in het bloed dan geeft hij weer glycogeen af en wordt het weer omgezet in glucose. Dit wordt via de leverader afgegeven.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Aan het werk!
Maken opdrachten 13.2: 1, 2, 3, 5, 6 en 7
Werk af?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Werk nagekeken en laten controleren?
  • Plusopdracht maken
  • Test jezelf
  • Lezen
  • Bezig met een ander vak

 

timer
25:00

Slide 22 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt in de dubbele bloedsomloop van de mens de kleine en de grote bloedsomloop onderscheiden met hun functies.
  • Je kunt de drie typen bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt in het bloedvatenstelsel van de mens slagaders en aders benoemen en je kunt de samenstelling van het bloed daarin aangeven.

Slide 23 - Slide