aanwijzend en vragend voornaamwoord

1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsPrimary Education

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Aanwijzend 
Vragend
Welke 
Dat
Deze
Wat
Wat voor (een)
Dit
Zulke
Wie

Slide 5 - Drag question

Noem twee aanwijzend voornaamwoorden.

Slide 6 - Open question

Noem twee vragend voornaamwoorden.

Slide 7 - Open question

Wat is het aanwijzend voornaamwoord?
Deze schoenen zijn in de winkel altijd uitverkocht.
A
Zijn
B
Deze
C
In
D
Altijd

Slide 8 - Quiz

Wat is het vragend voornaamwoord?
Waar gaan jullie deze vakantie naar toe?
A
Deze
B
Naar
C
Waar
D
Toe

Slide 9 - Quiz

Wat is het vragend voornaamwoord?
Wie gaan naar welke klas volgend jaar?
A
Wie
B
Wat
C
Wie, Naar
D
Wie, Welke

Slide 10 - Quiz

Aanwijzend voornaamwoord

Slide 11 - Mind map

Vragend voornaamwoord

Slide 12 - Mind map

Hoe vonden jullie het?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 13 - Poll

Slide 14 - Slide