Verdieping biologie; enzymkinetiek

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Verdieping biologie 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Verdieping biologie 

Slide 1 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Inhoud
Praktijk
Praktijk:  
  • Bloedgroepen bepaling en ELISA
  • Alkalische fosfatase
Theorie
Theorie: immunochemie, enzymkinetiek

Slide 2 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Examinering
Observatie
Praktijk: 
Je krijgt als examen een ELISA, bloedgroepbepaling of alkalische fosfatase.

Welke je krijgt, zie je pas bij binnenkomst op de dag van het examen
Tijdens het examen word je geobserveerd door de docent. 
Deze observatie is 50% van je eindbeoordeling.

Product
Van de praktijk wordt een meetrapport gemaakt.
Dit meetrapport wordt digitaal ingeleverd.
Dit meetrapport is 25% van je eindbeoordeling
Examengesprek
Dit betreft geen gesprek, maar een schtriftelijke toets over het uitgevoerde praktijkexamen. De schriftelijke toets gaat dan over een ELISA, Bloedgroepbepaling of alkalische fosfatase
Deze toets vormt 25% van de eindbeoordeling 
LET OP!
Alle onderdelen moeten voldoende zijn om te slagen

Slide 3 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Inleiding enzymen
Substraat
De stof die omgezet wordt in een (bio)chemische reactie
enzym
Product
De stoffen die ontstaan bij een (bio)chemische reactie

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Werking van enzymen
Wat zijn enzymen? 
  • Eiwitten 
  • Bezitten een ruimtelijke structuur 
  • Deze structuur is van groot belang voor de werking
  • Zijn biologisch actief = versnellen een biochemische reactie
  • Worden zelf niet verbruikt tijdens de reactie
  • Hebben een co-factor nodig om goed te kunnen werken
Co-factor
  • Is een hulpstof die bijdraagt aan de juiste ruimtelijke structuur van het enzym (eiwit)
  • Meestal zijn dit vitaminen of metaal-ionen (Mg2+)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Het sleutel slot model
  • Elk enzym past op 1 substraat
      = substraatspecificiteit
  • Het substraat bindt op de actieve plaats van het enzym
  • Vormen een complex
  • Het substraat splitst in producten of substraat wordt opgebouwd.
  • Het enzym komt los en kan weer ingezet worden

Slide 8 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Invloed van de temp. op enzymen
Algemeen:
Als de temperatuur stijgt, neemt de activiteit van een molecuul toe 
  • Is dit bij enzymen ook het geval? 

Slide 9 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Leg uit: 
Bij verhoging van de temperatuur stijgt de reactiesnelheid, maar niet onbeperkt. 
Minimumtemperatuur
De laagste temp. waarbij het enzym nog actief is
Optimumtemperatuur
Temp. waarbij enzym het best functioneert

Maximumtemperatuur
De hoogste temp. waarbij een enzym nog actief is. Boven deze temp. is het enzym niet meer actief. Eiwitten denatureren bij hoge temp. 

Slide 10 - Slide

In onderstaande grafiek is het verband tussen de enzymactiviteit en de temperatuur te zien. 
Welke bacteriegroep past bij welke curve? 
Mesofielen
Thermofielen
Psychrofielen

Slide 11 - Drag question

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Invloed van de zuurgraad op enzymen
Eiwitten: 
  • Hebben een ruimtelijke structuur.
  • Wordt bepaald door de rangschikking van de aminozuren
  • De zuurgraad heeft invloed op de ruimtelijke structuur en de activiteit van het enzym


Slide 12 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Invloed van de zuurgraad op het enzym is vergelijkbaar met de invloed van de temperatuur op het enzym

Slide 13 - Slide

Gegeven: 
2 enzymen en 2 curves. Het enzym pepsine komt voor in de maag. Het enzym amylase zit in ons speeksel. Zet de enzymen op de juiste plek.
Pepsine
Amylase

Slide 14 - Drag question

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Optimale omstandigheden voor enzymen
De optimale temperatuur, zuurgraad en zoutconcentratie van het enzym is afhankelijk van waar het enzym werkzaam moet zijn. 


Bijvoorbeeld:
De enzymen nodig voor de stofwisseling van thermofielen hebben andere optimale omstandigheden dan enzymen nodig voor de stofwisseling van psychrofielen





Slide 15 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Enzymactiviteit
Als de omstandigheden optimaal zijn, is de activiteit van een enzym het grootst. 
Activiteit
De activiteit van een enzym wordt uitgedrukt als de hoeveelheid substraat die per tijdseenheid wordt omgezet in product onder optimale omstandigheden (temperatuur, pH, zoutconcentratie). 

De eenheid voor activiteit is: Units/ Liter = (U/L) 
Eén U/l komt overeen met een reactiesnelheid waarbij de 
productconcentratie per minuut met 1 µmol/l toeneemt.

Slide 16 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Gaat de activiteit van het enzym omhoog als de substraatconcentratie toeneemt? 

M.a.w. Blijft de activiteit toenemen bij gelijke hoeveelheid enzym? 
De invloed van de substraatconcentratie op de enzymactiviteit

Slide 17 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Situatie I
Er zijn meer enzymen dan dat er substraat is. 
Een substraat verhoging laat de activiteit nog wel toenemen. 
Situatie II
De hoeveelheid substraat is gelijk aan de hoeveelheid beschikbare enzymen. 
De activiteit is maximaal
Situatie III
Er is meer substraat aanwezig dan er enzymen zijn. 
Alle enzymen zijn aan het werk. 
De reactiesnelheid kan niet toenemen en blijft gelijk. 
Geen toename activiteit = verzadiging

Slide 18 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
De invloed van de hoeveelheid enzymen op de enzymactiviteit
Gaat de activiteit van het enzym omhoog als de enzymhoeveelheid toeneemt? 

M.a.w. Blijft de activiteit toenemen bij gelijke substraatconcentratie? 

Slide 19 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Situatie I
Er is substraat in overmaat.
Bij verhoging enzymconcentratie stijgt de activiteit
Situatie II
De enzymconcentratie is verhoogd
Alle actieve plaatsen bezet
Activiteit is maximaal
Situatie III
Enzymen zijn in overmaat.
Er zijn enzymen 'werkloos'
De activiteit kan niet meer toenemen en blijft gelijk.
Geen toename activiteit = verzadiging

Slide 20 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
De werking van een enzym wordt beïnvloed door: 
  • Temperatuur
  • Zuurgraad
  • Zoutconcentratie
Samenvattend
De activiteitsmeting is afhankelijk van: 
  • Substraatconcentratie
  • Hoeveelheid enzymen die aanwezig zijn

Slide 21 - Slide

K0377 Verdieping biologie; Enzymkinetiek
Praktijk AF
Uitvoering 1: 
Lees het voorschrift grondig

Slide 22 - Slide