fruit en groenten - naar de markt

citroen - citroenen
sinaasappel - sinaasappellen / sinaasappels
ui- uien
druif - druiven
mandarijn - mandarijnen
bataat - bataten
ijsberg sla
appel - appelen / appels
peer - peren
andijvie
aardbei - aardbeien
rood fruit: framboos - frambozen, kers - kersen, bosbes - bosbessen, braam, bramen
knoflook
het kraam
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NT2Beroepsopleiding

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

citroen - citroenen
sinaasappel - sinaasappellen / sinaasappels
ui- uien
druif - druiven
mandarijn - mandarijnen
bataat - bataten
ijsberg sla
appel - appelen / appels
peer - peren
andijvie
aardbei - aardbeien
rood fruit: framboos - frambozen, kers - kersen, bosbes - bosbessen, braam, bramen
knoflook
het kraam

Slide 1 - Slide

Wat verkopen ze in dit kraam?
(de afdeling)

Slide 2 - Open question

Welk fruit is het?
Hoe vraag je het?

Slide 3 - Slide


A
de appel
B
de peer

Slide 4 - Quiz

de rode appel
de groene appel
twee appels

Slide 5 - Slide


A
de framboos
B
de aardbei

Slide 6 - Quiz

een bakje/een doosje 
aardbeien

Slide 7 - Slide


A
de banaan
B
het banaan

Slide 8 - Quiz

een tros bananen

Slide 9 - Slide


A
druiven
B
rozijnen

Slide 10 - Quiz

een tros 
blauwe druiven
een tros 
witte druiven

Slide 11 - Slide


A
de pruim
B
de perzik

Slide 12 - Quiz

de perziken - de nectarines

Slide 13 - Slide


A
de pinappel
B
de ananas

Slide 14 - Quiz


A
de sienappel/ de appelsinaas
B
de appelsien/ de sinaasappel

Slide 15 - Quiz


A
de kersen
B
de bessen

Slide 16 - Quiz

de kiwi
de mango
de mandarijnen
de citroenen
rode bessen
de frambozen

Slide 17 - Drag question

Het boodschappenlijstje

Slide 18 - Slide

een conversatie

Slide 19 - Slide

de verkoper:  aan wie is het?
de klant:        aan mij!
                        (...de vraag...: ) een ... alstublieft.
de verkoper:  Nog iets? Is dat alles?
de klant:         ja, een ..
                         dat is alles

de verkoper zegt de prijs
de klant betaalt.

Slide 20 - Slide


A
look
B
bloemkool
C
peterselie
D
boerenkool

Slide 21 - Quiz


A
look
B
paprika
C
komkommer
D
ui/ajuin

Slide 22 - Quiz


A
wortel
B
bonen
C
sperziebonen/ princessebonen
D
noten

Slide 23 - Quiz


A
wortel
B
bonen
C
boontjes
D
noten

Slide 24 - Quiz


A
look
B
prei
C
peterselie
D
rode kool

Slide 25 - Quiz

citroen - citroenen
sinaasappel - sinaasappellen / sinaasappels
ui- uien
druif - druiven
mandarijn - mandarijnen
bataat - bataten
ijsberg sla
appel - appelen / appels
peer - peren
andijvie
aardbei - aardbeien
rood fruit: framboos - frambozen, kers - kersen, bosbes - bosbessen, braam, bramen
knoflook

Slide 26 - Slide

de ... courgette
A
klein
B
kleine

Slide 27 - Quiz

een ... courgette
A
klein
B
kleine

Slide 28 - Quiz

het ... café
A
klein
B
kleine

Slide 29 - Quiz

een ... café
A
klein
B
kleine

Slide 30 - Quiz

een ... idee
A
goed
B
goede

Slide 31 - Quiz

een ... film
A
fantastisch
B
fantastische

Slide 32 - Quiz

een ... bril
A
leuk
B
leuke

Slide 33 - Quiz

een ... weekend
A
prettig
B
prettige

Slide 34 - Quiz