KD Spaans 12

KD Spaans 12
Video's zijn heel nuttig om een taal te leren

Je kunt meerdere vaardigheden tegelijkertijd oefenen. 
Luisteren & lezen (als er tekst in of onder de video staat) 
& begrijpen 
& nazeggen  (niet vergeten!). 
1 / 31
next
Slide 1: Slide
SpaansMBOStudiejaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

KD Spaans 12
Video's zijn heel nuttig om een taal te leren

Je kunt meerdere vaardigheden tegelijkertijd oefenen. 
Luisteren & lezen (als er tekst in of onder de video staat) 
& begrijpen 
& nazeggen  (niet vergeten!). 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Hoe zeg je in het Spaans hoe je heet ?

Slide 3 - Open question

Hoe vraag je in het Spaans: En jij, hoe heet jij?

Slide 4 - Open question

Slide 5 - Video

Wat is het verschil tussen
nombre en apellido

Slide 6 - Open question

Hoe vraag je in het Spaans:
Wat is uw (voor)naam ?

Slide 7 - Open question

un caballo 
un caballero
entonces

Cómo va todo?
Cómo estás? 

conocer

een paard
een ruiter, een heer, een man
dan, dus 

Hoe gaat alles?
Hoe gaat het met jou?

kennen

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Wat stelt Ana voor?
A
ergens gaan dansen
B
ergens gaan eten
C
ergens gaan werken
D
ergens gaan studeren

Slide 10 - Quiz

Dónde? betekent ...
A
Wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Waarom?

Slide 11 - Quiz

estoy casado/a

soy moreno/a
soy rubio/a
soy delgado/a

soy profesor/profesora
en mi tiempo libre
me gusta ... 

 

ik ben getrouwd

ik ben donker 
ik ben blond
ik ben slank

ik ben leraar/lerares
in mijn vrije tijd 
ik houd van ... 


Slide 12 - Slide

en mi tiempo libre me gusta ...

escuchar música
hacer deporte
nadar
correr
cocinar 
Qué te gusta hacer 
en tu tiempo libre? 
in mijn vrije tijd ... graag 

muziek luisteren
sporten
zwemmen
rennen
koken
Wat doe jij graag 
in je vrije tijd? 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Antonio tiene ...
A
un hijo y dos hijas
B
un hermano y dos hermanas

Slide 15 - Quiz

Antonio es ...
A
holandés
B
español
C
inglés
D
alemán

Slide 16 - Quiz

Antonio es ...
A
estudiante
B
profesor

Slide 17 - Quiz

Antonio nada en ...
A
el mar
B
la piscina
C
el río
D
el lago

Slide 18 - Quiz

Antonio corre en ...
A
la calle
B
la avenida
C
el parque
D
el estadio de fútbol

Slide 19 - Quiz

Antionio corre por ...
A
la mañana
B
la tarde
C
la noche

Slide 20 - Quiz

A Antonio le gusta ...
A
la sopa
B
la ensalada
C
la paella
D
el chorizo

Slide 21 - Quiz

Puedes desciribir tu rutina diaria?
Het volgende stuk van de video is langer en moeilijker. 
Let vooral op de dingen die je wel begrijpt. 

Andrea vraagt aan Antonio om zijn  dagelijkse routine 
te beschrijven. 

Pak pen en papier om aantekeningen te maken. 

Slide 22 - Slide

Pak pen en papier om aantekeningen te maken. 
  1. Hoe laat staat Antonio meestal  op, op werkdagen/door de week?
  2. Wat  drinkt  Antonio bij het ontbijt?
  3. Wat  eet  Antonio bij het ontbijt? 
  4. Hoe laat gaat hij het huis uit naar zijn werk?
  5. Hoe laat komt Antonio op zijn werk als hij lopend gaat? 
  6. Als Antonio niet te voet gaat, hoe gaat hij dan naar zijn werk?
  7. Wat doet Antonio als eerste als hij op zijn werk komt? 
  8. Hoe laat neemt Antonio lunchpauze (om te eten)? 
  9. Neemt Antonio eten van thuis mee? 
  10. Hoe laat vertrekt Antonio van zijn werk? 
  11. Op welke dagen gaat hij naar het zwembad om een half uur te zwemmen? 
  12. Hoe laat is Antonio meestal thuis? 
  13. Noem een paar dingen die Antonio 's avonds doet als hij thuis is. 

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

nieuwe woorden gebruiken
Er zaten veel nieuwe woorden in de video. 
Allemaal woorden om je dag te beschrijven. 

Kun jij je dag beschrijven?
Op de volgende dia's woorden die je daarbij kunnen helpen. 
In de video zie je hoe je daar zinnen mee kunt maken. 

Slide 25 - Slide


Me despierto a las ... 
Me levanto a las ... 
Voy al baño. 
Me ducho. 
Me visto. 
Desayuno. 
Me lavo los dientes.
Salgo de casa.


Ik word wakker om ... 
Ik sta op om ...
Ik ga naar de wc/badkamer.
Ik douch me. 
Ik kleed me aan. 
Ik ontbijt.
Ik poets mijn tanden. 
Ik vertrek van huis.

Slide 26 - Slide

al trabajo
a la escuea

voy andando
voy en bicicleta
voy en autobús
voy en metro
voy en tren
voy en coche
naar het werk
naar school

ik ga lopend
ik ga met de fiets
ik ga met de bus 
ik ga met de metro
ik ga met de trein
ik ga met de auto

Slide 27 - Slide

A qué hora? 

A la una.
A la una y media.
A las dos. 
A las dos y media. 
A las tres. 
A las tres y media. 
...
Op welk uur? = Hoe laat?

Om een uur.
Om 1 uur en een half (1.30)
Om twee uur. 
Om 2.30 uur. 
Om drie uur. 
Om 3.30 uur.
...

Slide 28 - Slide

LAS COMIDAS
el desayuno
desayunar

la comida
comer

la cena
cenar
DE MAALTIJDEN
het ontbijt 
ontbijten

het (middag)eten
eten/lunchen

het avondeten
dineren

Slide 29 - Slide

Cuántas veces? 

a veces
muchas veces
todas las veces
otras veces 
siempre
nunca
una vez
Hoeveel keren? = Hoe vaak?

sommige keren = soms
veel keren = vaak
alle keren 
andere keren 
altijd
nooit
één keer

Slide 30 - Slide

hacer deporte 
nadar 
correr 

leer un libro 
ver la tele(visión)
ver las noticias
ver una serie (en Netflix) 
me acuesto a las ... 
sport doen/beoefenen
zwemmen 
rennen

een boek lezen
televisie kijken
nieuwberichten kijken
een serie kijken (op Netflix)
ik ga naar bed om ...

Slide 31 - Slide