Theater ontdekken en spelen

Theater ontdekken en spelen

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDramaBasisschoolGroep 6

This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Theater ontdekken en spelen

Open de les alsof een voorstelling begint: licht uit, denkbeeldige spot aan, gordijnen open. Dit sluit aan bij de wens voor een theatrale start.

Dit ga ik leren

Ik kan vertellen wat theater is, verschillende vormen van theater herkennen en samen een kort toneelstukje voorbereiden en spelen.

This item has no instructions

Welke woorden passen voor jou bij theater?

Gebruik de woordenwolk om voorkennis op te halen. Vraag daarna door: welke woorden gaan over het gebouw, welke over spelen, en welke over kijken?

Wat is theater?

Theater is een plek waar je kijkt naar live podiumkunsten.


Het woord betekent letterlijk een schouwplaats: een plek om te kijken.


Op het toneel spelen, zingen, dansen of bewegen mensen een verhaal voor publiek.

Benadruk het verschil tussen live theater en film: bij theater gebeurt het op dat moment, in dezelfde ruimte als het publiek.

Theater beleef je samen

In een theater kijk je niet alleen.


Je merkt ook:

  • stilte of spanning in de zaal

  • applaus na afloop

  • hoe spelers emoties laten zien

Koppel dit aan eigen ervaringen van leerlingen: hoe voelt het om met veel mensen tegelijk te kijken?

Welke theaterervaringen ken je al?

Sommige bekende theaters in Nederland zijn:

  • Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

  • Beatrix Theater in Utrecht

  • Koninklijke Schouwburg in Den Haag

  • AFAS Circustheater in Scheveningen


In deze gebouwen kun je verschillende voorstellingen bekijken.

Gebruik deze slide als herkenning: misschien zijn leerlingen er geweest of hebben ze erover gehoord. Houd het bij kennismaken, niet bij uitgebreide geschiedenis.

Een theatergebouw helpt het verhaal

De ruimte maakt veel verschil.


Licht laat zien waar je moet kijken.

Geluid helpt je goed luisteren.

Het podium is de plek waar het verhaal tot leven komt.

This item has no instructions

Welke genres zijn er?

In theater bestaan verschillende soorten voorstellingen:

  • toneel

  • musical

  • opera

  • dans

  • circus

  • poppentheater

This item has no instructions

Van kijken naar zelf spelen

Nu ga je niet alleen naar theater kijken, maar ook zelf maken.


Je werkt toe naar een kort toneelstukje van ongeveer 2 tot 3 minuten.

Daarvoor kun je een fragment uit een boek kiezen als begin van het verhaal.

Maak de overgang duidelijk: eerst voorkennis over theater, daarna zelf toepassen in een eigen mini-voorstelling.

Een verhaal uit een boek

Een boekfragment geeft je:

  • personages

  • een plek

  • een begin van het verhaal

  • woorden en sfeer


Eén kind kan lezen, terwijl anderen het verhaal naspelen.

Boeksuggesties uit de input hoeven niet allemaal op de slide. Je kunt ze mondeling noemen, zoals Applaus voor jou of Het Gruffalo toneelstuk.

Welke sfeer krijgt het?

Een kort toneelstukje kan bijvoorbeeld zijn:

  • spannend

  • vrolijk

  • grappig

  • verdrietig


De sfeer bepaalt hoe je praat, kijkt en beweegt.

Benadruk dat dezelfde tekst anders kan voelen door spelkeuzes.

Kies je personages

Voor een kort stuk zijn 3 of 4 personages vaak handig.


Denk aan rollen zoals:

  • een held

  • een slechterik

  • een dier

  • iemand die helpt of iets ontdekt

Laat zien dat rollen duidelijk en herkenbaar moeten zijn, zodat het publiek het snel begrijpt.

Attributen helpen mee

Met een paar simpele attributen wordt je spel duidelijker.


Denk aan:

  • een hoed

  • een sjaal

  • een boek

  • een stok, tas of doek

Leg uit dat attributen ondersteunend zijn: ze hoeven niet groot of duur te zijn.

Oefenen maakt het sterker

Tijdens het oefenen let je op:

  • duidelijk praten of voorlezen

  • groot genoeg spelen

  • goed samenwerken

  • begin, midden en einde

  • de sfeer van het verhaal

Noem dat een korte scène extra duidelijk moet zijn, omdat er weinig tijd is.

Tips en tops

Na het oefenen kun je elkaar helpen met feedback.


Een top zegt wat al goed gaat.

Een tip helpt om het nog beter te maken.


Zo groeit het toneelstukje stap voor stap.

Model eventueel één voorbeeld van een tip en een top, zodat feedback veilig en concreet blijft.

Klaar voor de voorstelling

Aan het eind presenteer je een toneelstukje van ongeveer 2 tot 3 minuten.


Dan laat je zien:

  • welke sfeer je koos

  • wie de personages zijn

  • hoe je het verhaal hebt gespeeld

Benadruk dat het doel niet perfectie is, maar duidelijk en samen spelen.