Les 2 Reinigen en desinfecteren

Les: Reinigen en desinfecteren
1 / 16
next
Slide 1: Slide
VoedingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Les: Reinigen en desinfecteren

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

De les doelen
Jij kan
  • uitleggen wat de verschillen zijn tussen een zure- neutrale en een basisch reinigingsmiddel.
  • uitleggen wat de schijf van 4 inhoudt
  • je kan een CIP uitleggen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Een voorbeeld van organisch vuil is?
A
Mineralen
B
Koolhydraten
C
Vet
D
Eiwit

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Een voorbeeld van anorganisch vuil is?
A
Mineralen
B
Koolhydraten
C
Vet
D
Eiwit

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een ernstige kruisbesmetting?
A
De overdracht van allergenen en/of MO van "vies" naar "schoon"
B
Besmetting van product op verpakking
C
Besmetting van gaar naar rauw
D
Besmetting van levensmiddelen

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

PH schaal
PH = 0 tot 14                                               PH 7 = Neutraal

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Reinigingsmiddelen

Indeling op basis van pH:

  • Zure reinigingsmiddelen pH < 7
  • Neutrale reinigingsmiddelen pH = 6-8
  • Basische reinigingsmiddelen pH > 7

Slide 7 - Slide

Binnen het grote aanbod aan reinigingsmiddelen kunnen we drie groepen  onderscheiden: 
1 zure reinigingsmiddelen;
2 basische reinigingsmiddelen;
3 neutrale reinigingsmiddelen.
de pH...
A
is hoog in een zure oplossing
B
Gaat omhoog in een basische oplossing
C
Gaat omlaag in een zure oplossing
D
Gaat omhoog in een zure oplossing

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Ik heb een oplossing met pH 6.3. Ik doe hier een basisch middel bij. De pH
A
gaat omlaag
B
gaat omhoog
C
blijft hetzelfde

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

5 Fasen van de reiniging
  1. Voorspoelen met lauw water 
  2. Reinigen met reinigingsmiddel (basisch) (organisch vuil: vet, suiker en eiwitten verwijderen)
  3. Tussenspoelen met water
  4. Reinigen met reinigingsmiddel (zuur) (anorganisch vuil: kalk)
  5. Naspoelen met water

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Wat is waar ?
A
Met het voorspoelen wordt vastzittend vuil verwijderd
B
Bij een 3 fasen reiniging wordt er met een base en een zuur gereinigd
C
Tussenspoelen moet goed gebeuren anders reageert het loog met het zuur
D
Bij een zure reiniging wordt alles verwijderd

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Veilig werken en symbolen kennis
Gebruik PBM's: Persoonlijke beschermingsmiddelen

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Check: les doelen
Jij kan
  • uitleggen wat de verschillen zijn tussen een zure- neutrale en een basisch reinigingsmiddel.
  • uitleggen wat de schijf van 4 inhoudt
  • je kan een CIP uitleggen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions