WEBB - Ruilen 2.15 t/m 2.24

Welkom
4 HAVO ECONOMIE  ||  2026-2027
1 / 37
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom
4 HAVO ECONOMIE  ||  2026-2027

Slide 1 - Slide

Programma
  • Vorige les
  • Leerdoelen
  • Theorie
  • Aan de slag
  • Evaluatie

Slide 2 - Slide

Vorige les
Absoluut voordeel
Comparatief voordeel

Opgave 2.13

Slide 3 - Slide

Als je in twee taken minder goed bent dan een ander maar in één van de taken ben je minder slecht
A
...dan heb je een comparatief voordeel
B
...dan heb je een absoluut voordeel
C
...dan je geen absoluut- en geen comparatief voordeel
D
...dan kan je beide taken beter door de ander laten doen

Slide 4 - Quiz

Wim en Bart hebben een overzicht gemaakt van
de taken in huis en hoeveel uren iedere taak kost
per week als Wim of Bart beide taken doet: zie bron.

Welke stelling is juist of onjuist?
I. Bij een optimale taakverdeling kunnen er 2 uur bespaard worden.
II. Er is sprake van een comparatief voordeel.
A
Beide zijn juist
B
I is juist II is onjuist
C
I is onjuist II is juist
D
Beide zijn onjuist

Slide 5 - Quiz

In welke taak heeft Jo
een comparatief
voordeel?
was
koken
Miep
1,5
2
Jo
2
3
A
was, want 2>3
B
koken, want 3>2
C
was, want 2/ 1,5= +33%
D
koken, want 3/2= +50%

Slide 6 - Quiz

Leerdoelen
Rol van banken --> zonder liquiditeitspercentage.
Verschillende vormen van lenen. 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Wat kunnen wij allemaal bij een geldbank?

Slide 9 - Open question

Functies van een bank
  • Banken beheren betaalrekeningen
  • Bij banken verstrekken kredieten ( je kunt geld lenen)
  • Bij banken kun je sparen voor een korte of langere periode

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Wat is ook alweer rente?

Slide 12 - Open question

Rente
Rente is een vergoeding voor het beschikbaar stellen van geld

Slide 13 - Slide

Wat zijn redenen om geld te lenen bij een bank?

Slide 14 - Open question

Leenmotieven
  • Tijdelijk geldtekort
  • Je wilt een duurzaam consumptiegoed kopen, zoals meubels of een auto (het is belangrijk dat het gebruik van hetgeen je koopt langer duurt dan de looptijd van de lening)
  • Plotseling dringend geld nodig
  • Voor het kopen van een huis. Het bedrag is te groot om bij elkaar te sparen

Slide 15 - Slide

Krediet
  • Een ander woord voor lenen is krediet

  • Je kunt pas geld lenen bij een bank als je meerderjarig bent
  • Als je geld leent moet je rente betalen!
  • Je moet het geld aflossen (terug betalen)
  • Hoelang je erover doet noem je de looptijd (van een lening)

Slide 16 - Slide

Vormen van krediet
Persoonlijke lening
Hypotheek

Slide 17 - Slide

Hypothecaire lening
  • Hypothecaire lening (of hypotheek): lening voor de aankoop van een huis
  • Het huis dient als onderpand. Als je de rente en aflossing niet kunt betalen, mag de bank het onderpand verkopen.
  • Lage rente: vanwege het onderpand loopt de bank minder risico dan bij een lening zonder onderpand. Daarom is de rente lager dan bij een andere lening.
  • Lange looptijd: de looptijd van een hypotheek is vaak wel 30 jaar.

Slide 18 - Slide

Persoonlijke lening
Persoonlijke lening: het geleende bedrag krijg je in één keer in handen en betaal je terug in vaste termijnen voor aflossing en rente.


Slide 19 - Slide

Leg uit waarom de rente bij een hypothecaire lening laag is

Slide 20 - Open question

Welkom
4 HAVO ECONOMIE  ||  2026-2027

Slide 21 - Slide

Rol van de bank?

Slide 22 - Slide

Leenmotieven?

Slide 23 - Slide

Hypothecaire lening?

Slide 24 - Slide

Programma
  • Vorige les
  • Leerdoelen
  • Theorie
  • Aan de slag
  • Evaluatie

Slide 25 - Slide

Leerdoelen
Absoluut en comperatief voordeel

Rol van banken --> zonder liquiditeitspercentage.
Verschillende vormen van lenen.

Uitleggen hoe de bankencrisis leidt tot een crisis in de reële economie (productie, werkgelegenheid).


Slide 26 - Slide

Optimale verdeling
Een optimale verdeling is de beste verdeling binnen de gegeven mogelijkheden

Slide 27 - Slide

Absoluut voordeel
Een voordeel in een aantal benodigde uren per jaar

Voorbeeld:


Slide 28 - Slide

Absoluut voordeel
Een voordeel in een aantal benodigde uren per jaar
Voorbeeld:

Slide 29 - Slide

Relatief voordeel
Relatief = procentueel



Slide 30 - Slide

Procentuele veranderingen


(nieuw - oud) / oud * 100 = procentuele verandering

Slide 31 - Slide

Relatief voordeel
Relatief = procentueel



Slide 32 - Slide

Comparatief voordeel

Marcel heeft bij koken een comparatief voordeel ten opzichte van de kinderen verzorgen. 

Slide 33 - Slide

Wat gebeurde er precies?

  • Amerikaanse banken verstrekte leningen aan mensen die het niet of nauwelijks konden betalen
  • De bank verkoopt het huis (onderpand)
  • Als de huizenprijzen stijgen is dit geen probleem
  • Wel als de huizenprijzen dalen
  • Hierdoor leidde dit tot verlies van de bank

Slide 34 - Slide

Wereldwijde crisis
  • De Amerikaanse banken hadden leningen doorverkocht aan andere banken ook buiten de VS om aan geld te komen
  • Hierdoor had de hele wereld te maken met de crisis

Slide 35 - Slide

Gevolgen
  • Banken gingen failliet → sommige mensen proberen zoveel mogelijk geld op te nemen
  • Aandelen werden minder waard (consumentenvertrouwen daalde) → minder bestedingen → werkloosheid

Slide 36 - Slide

Aan de slag
Maken 2.15 + 2.17 + 2.20 + 2.21 + 2.22 (alleen 1 en 3) + 2.23 + 2.24
Zachtjes overleggen! / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken
Niet af? Huiswerk!
Tot 5 minuten voor tijd

Slide 37 - Slide