Herzlich Willkommen in der Berufsschule

Herzlich Willkommen in der Berufsschule
1 / 23
next
Slide 1: Slide
DuitsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herzlich Willkommen in der Berufsschule

Slide 1 - Slide

Lektion 2 (Woche 36)
Programm:
Deutsch plaudern
Lesetext mit Fragen
Besprechen
Ihre Antwort auf: Warum kommen Deutsche Gäste gerne in die Niederlande?




Slide 2 - Slide

Ziel: 
Na deze les...
  • kun je aan iemand vragen hoe het met iemand gaat (en daarop reageren).
  • kun je een aantal redenen geven waarom Duitsers zo graag in Nederland op vakantie gaan.
  • kun je een aantal gastronomische en toeristische Duitse woorden benoemen. 
  • kun je in het Duits uitleggen waarom Duitsers zo graag in Nederland op vakantie gaan.

Slide 3 - Slide

Deutsch plaudern.
Warum?
Wie? 
Was? 

Basiswoorden en eenvoudige zinnen
2 sterren= uitgebreidere zinnen, complexere woorden.
3 sterren = doorvraagwoorden en reacties die je zelf verder moet aanvullen.

Slide 4 - Slide

Deutsch plaudern.
Ronde 1: groet elkaar, stel elkaar 1 beleefdheidsvraag en antwoord.

Ronde 2: draai naar achter en/of de twee achterste groepjes met elkaar
Groet elkaar, stel elkaar 1 andere beleefdheidsvraag en antwoord.

Ronde 3: groet elkaar, stel elkaar 2 beleefdheidsvragen en antwoord, 
maar ZONDER BLAD.


timer
1:00
timer
1:00
timer
1:00

Slide 5 - Slide

Warum Deutsche so gern Urlaub machen in den Niederlanden?
Was is jullie voorspelling?

Slide 6 - Slide

Warum Deutsche so gern Urlaub machen in den Niederlanden?
Aufgabe:
  • Lees de vragen op je werkblad.
  • Scan daarna de tekst.
  • Zoek antwoorden op de vragen.
  • Onderstreep woorden die je niet weet.
timer
15:00

Slide 7 - Slide

Warum kommen Deutsche Gäste gerne in die Niederlande?
Weil sie... (omdat ze...)
• die niederländische Küste sehr schön finden. 
• in den Niederlanden viel deutsches Essen essen können.
• die Niederlande nicht weit von Deutschland entfernt sind. 
• alles in den Niederlander weniger kostet als in Deutschland.
• die Freundlichkeit der Niederländer mögen. 
• sich hier als Gast willkommen fühlen. 
• die niederländischen Fahrradwege toll finden. 
• hier gut Deutsch sprechen können.
• in den Niederlanden die Sonne immer scheint.

Slide 8 - Slide

N.a.v. lessen week 36:
Korter kletsen, sneller aan de activiteiten, kortere leestekst.
Die Deutschen
Die Niederländer
Der Gast/ die Gäste
Die deutsche Sprache

sind löcker, offen, freundlich, sprechen Deutsch,
lieben die Küste, finden die Fahrradwege schön, begrüßen, 

Slide 9 - Slide

Lektion 3 (Woche 37)
Programm
  • Korte terugblik
  • Die Welt der Gastronomie: Örte, Berufe und Tätigkeiten

Slide 10 - Slide

Ziele
Na deze les kun je...
  • verschillende functies in de hospitality in het Duits beschrijven,
  • vertellen welke werkzaamheden en eigenschappen bij een functie horen,
  • uit een korte Duitse beschrijving herkennen om welke functie het gaat en uitleggen waaraan je dat herkende.

Slide 11 - Slide

Deutsche Gäste fühlen sich in den Niederlanden willkommen.
Warum auch wieder?

Gebruik een van onderstaande woordcombi's om te starten met je antwoord: 
Weil sie ...
Deutsche Gäste ...

Slide 12 - Slide

Die Welt der Gastronomie FT
Welke taal (woorden) heb je nodig om over jouw beroepswereld te praten?

Opdracht:
Verzamel woorden rondom:
  • Plekken (locaties): waar komen toeristen/gasten zoal?
  • Personen (functies): wie werken daar?
  • Werkzaamheden: wat doen die mensen daar?
  • Eigenschappen: wat moeten deze mensen bezitten aan kennis/vaardigheden/ houding/gedrag om die werkzaamheden te kunnen doen?
 
Noteer eerst woorden die je al weet. Noteer daarna woorden in het Nederlands die je nog niet weet en zoek deze op via mijnwoordenboek.nl.
          Verzamel per categorie minimaal 4 woorden die je nog niet kende.

timer
10:00

Slide 13 - Slide

Zusammenfassung Text
Deutsche Gäste kommen gerne in die Niederlande.
Sie fahren gerne ans Meer, denn sie lieben unsere Küste.
Sie mögen die niederländische Gastfreundlichkeit und Offenkeit.
Sie fühlen sich willkommen, weil man sie hier auf Deutsch begrüßt.
Die Deutschen lieben die niederländische Fahrradkultur.
Vor allem ältere Deutsche lieben es, wenn die Niederländer Deutsch sprechen.
Deutsch sprechen ist deswegen wichtig in diesem Beruf.


Slide 14 - Slide

Die Welt der Gastronomie
Welke taal (woorden) heb je nodig om over jouw beroepswereld te praten?

Opdracht:
Verzamel woorden rondom:
  • Plekken (locaties): waar komen toeristen/gasten zoal?
  • Personen (functies): wie werken daar?
  • Werkzaamheden: wat doen die mensen daar?
 
Noteer eerst woorden die je al weet.
Noteer daarna woorden in het Nederlands die je nog niet weet en zoek deze op via mijnwoordenboek.nl.
Verzamel per categorie minimaal 4 woorden die je nog niet kende.

          Je verzamelt dus minimaal 12 nieuwe Duitse woorden:
4 plekken + 4 personen + 4 werkzaamheden.
timer
7:00

Slide 15 - Slide

1.Welke Duitse woorden ken je al?
2. Welke woorden ken je nog niet? 2
3. Welk woord vind je interessant?

Slide 16 - Open question

Ein Beruf beschreiben
In de volgende opdracht gaan we jullie woordverzamelingen bundelen.
Een beroep beschrijven:
  • Wie
  • Waar
  • Wat

3 sterren niveaus.
timer
10:00

Slide 17 - Slide

Stavaza na les 3
1H1: tot aan beschrijven
1H2: idem
1H4: tot aan woorden verzamelen
1H5: tot aan beschrijven
1H6: tot aan beschrijven
1H7: tot aan luisteroefening met woordverzameling
Korte terugkoppeling en dan nog 2 korte opdracht + terugkoppeling.

Slide 18 - Slide

Hör mal zu
Ik geef drie Duitse beschrijvingen van personen die in de hospitalitybranche werken.
Bepaal op basis van wat je hoort wat de functie van deze persoon is.
Schrijf per persoon een aantal kenmerkende woorden op.

Slide 19 - Slide

Check der Ziele
Na deze les kun je...
  • verschillende functies in de hospitality in het Duits beschrijven,
  • vertellen welke werkzaamheden en eigenschappen bij een functie horen,
  • uit een korte Duitse beschrijving herkennen om welke functie het gaat en uitleggen waaraan je dat herkende.

Slide 20 - Slide

Opbrengst:
welke 3 functies,
2 werkzaamheden,
2 eigenschappen.

Slide 21 - Open question

Stellenanzeigen
Je leest zo 3 kleine vacatures.
  • Bepaal welke functie bij iedere vacature past
  • Welke woorden herken je al? Onderstreep deze in de tekst.
  • Welke woorden zijn nieuw? Noteer het Duitse woord en de Nederlandse vertaling.
timer
10:00

Slide 22 - Slide

Microbewerbung
  • Kies een van de 3 vacatures uit.
  • Leg mondeling op je eigen niveau uit waarom jij geschikt bent voor deze vacature.
timer
10:00

Slide 23 - Slide