Conjunctuur en werkloosheid
Conjunctuur en werkloosheid
This item has no instructions
Leerdoel
Ik kan uitleggen hoe veranderingen in bestedingen, export en investeringen samenhangen met laagconjunctuur, hoogconjunctuur, conjuncturele werkloosheid en een loon-prijsspiraal.
This item has no instructions
Bestedingen, export en investeringen dalen
De totale vraag in de economie neemt af
Bedrijven verkopen minder producten en diensten
Productie wordt teruggeschroefd
De economische groei vertraagt of slaat om in krimp
Benadruk dat dit gaat om de bestedingskant van de economie: als huishoudens, bedrijven en het buitenland minder kopen, voelen producenten dat direct.
Waarom dalen deze drie tegelijk?
Vaak versterken deze ontwikkelingen elkaar. Huishoudens geven minder uit, bedrijven stellen investeringen uit en de export daalt als buitenlandse vraag afneemt. Daardoor komt er op meerdere plekken tegelijk minder geld in omloop.
Leg eventueel uit dat vertrouwen hierbij belangrijk is: pessimisme bij consumenten en producenten kan een neergang versterken.
Gevolgen voor bedrijven
Minder afzet betekent lagere omzet
Voorraden kunnen oplopen
Bedrijven produceren minder
Er is minder vraag naar arbeid
This item has no instructions
Van daling naar neergang
Bestedingen dalen → bedrijven verkopen minder → productie daalt → minder werknemers nodig → inkomens dalen → bestedingen dalen verder
Dit is een causale keten. Gebruik deze slide om te laten zien dat economische neergang zichzelf tijdelijk kan versterken.
Laagconjunctuur
This item has no instructions
Wat is laagconjunctuur?
Een periode waarin de economie zwak presteert
De productie groeit nauwelijks of krimpt
De vraag naar goederen en diensten is laag
Werkloosheid loopt vaak op
Conjunctuur: schommelingen in de economie
Recessie: een periode van economische afname, waarbij het bbp daalt en de werkloosheid stijgt
Depressie: een langdurige recessie
BBP: Bruto Binnenlands Product
Koppel terug aan de vorige slides: laagconjunctuur is niet één los feit, maar het bredere economische beeld dat ontstaat bij dalende vraag.
Conjuncturele werkloosheid
Ontstaat door een tekort aan vraag in de economie
Bedrijven hebben minder personeel nodig
Werknemers verliezen hun baan door de economische neergang
Deze werkloosheid hangt samen met de conjunctuur
Maak onderscheid met andere vormen van werkloosheid, maar werk die niet uitgebreid uit omdat deze les draait om conjuncturele werkloosheid.
Waarom juist in laagconjunctuur?
Als de afzet daalt, proberen bedrijven kosten te verlagen. Een belangrijke kostenpost is arbeid. Daardoor verdwijnen banen vooral wanneer de economische activiteit terugvalt.
Trump-dividend!
This item has no instructions
Kenmerken van laagconjunctuur
Lage bestedingen
Dalende export en investeringen
Minder productie
Oplopende conjuncturele werkloosheid
Somber vertrouwen bij consumenten en bedrijven
Deze slide bundelt het subtopic. Laat leerlingen zien dat de verschijnselen samen één economisch patroon vormen.
Hoogconjunctuur
This item has no instructions
Wat is hoogconjunctuur?
Een periode waarin de economie sterk groeit
De vraag naar goederen en diensten is hoog
Bedrijven produceren meer
De werkloosheid is meestal laag
Zet hoogconjunctuur expliciet neer als tegenbeeld van laagconjunctuur.
Wat gebeurt er in de economie?
Huishoudens besteden meer
Bedrijven investeren vaker
Export kan toenemen
Bedrijven nemen sneller personeel aan
This item has no instructions
Krapte op de arbeidsmarkt
In hoogconjunctuur hebben bedrijven veel werknemers nodig. Als er weinig beschikbare werknemers zijn, ontstaat krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor stijgt de druk om lonen te verhogen.
Deze slide bereidt het volgende subtopic voor: de overgang van hoogconjunctuur naar loonstijgingen en prijsstijgingen.
Laag- en hoogconjunctuur vergeleken
Laagconjunctuur: lage vraag, minder productie, meer conjuncturele werkloosheid
Hoogconjunctuur: hoge vraag, meer productie, lage werkloosheid
De conjunctuur beïnvloedt dus direct hoeveel arbeid bedrijven vragen
This item has no instructions
Wat past het best bij hoogconjunctuur?
Lage vraag
Meer productie
Meer ontslagen
Minder investeringen
Toetst het tegenbeeld van laagconjunctuur: hoge vraag, meer productie, lage werkloosheid.
Vul de vergelijking aan
Bij hoogconjunctuur is de vraag hoog en nemen bedrijven sneller personeel aan. Daardoor is de werkloosheid meestal laag. Bij laagconjunctuur gebeurt juist het omgekeerde.
Verankert het contrast tussen beide fasen van de conjunctuur.
Wat kan krapte op de arbeidsmarkt veroorzaken?
Lagere prijzen
Hogere lonen
Minder export
Meer werkloosheid
Bereidt de overgang naar de loon-prijsspiraal voor: bij schaarste aan werknemers neemt de druk op lonen toe.
Loon-prijsspiraal
This item has no instructions
Wat is een loon-prijsspiraal?
Een loon-prijsspiraal is een proces waarbij hogere lonen leiden tot hogere prijzen, waarna werknemers opnieuw hogere lonen willen. Zo kunnen lonen en prijzen elkaar blijven opdrijven.
This item has no instructions
Hoe ontstaat dit proces?
Krapte op de arbeidsmarkt → lonen stijgen → loonkosten van bedrijven stijgen → bedrijven verhogen prijzen → koopkracht komt onder druk → werknemers vragen opnieuw hogere lonen
Leg uit dat dit vooral een risico is in hoogconjunctuur, wanneer bedrijven personeel moeilijk kunnen vinden.
Waarom hoort dit bij hoogconjunctuur?
De vraag in de economie is hoog
Bedrijven concurreren om werknemers
Loonstijgingen zijn beter haalbaar
Bedrijven kunnen prijsstijgingen soms makkelijker doorberekenen
This item has no instructions
Gevolg voor de economie
Prijzen kunnen sneller stijgen
De economie kan oververhit raken
Hoge inflatie maakt geld minder waard
Sterke groei heeft dus ook risico's
Gebruik hier de term inflatie alleen functioneel: als algemene stijging van prijzen. Houd de focus op het verband met de loon-prijsspiraal.
Begrippenlijst
bestedingen - uitgaven van huishoudens, bedrijven en overheid aan goederen en diensten
export - verkoop van goederen en diensten aan het buitenland
investeringen - uitgaven van bedrijven aan bijvoorbeeld machines, gebouwen of uitbreiding
conjunctuur - schommelingen in de economische groei
laagconjunctuur - periode van zwakke economische ontwikkeling
hoogconjunctuur - periode van sterke economische groei
conjuncturele werkloosheid - werkloosheid die ontstaat door een daling van de vraag in de economie
This item has no instructions
Begrippenlijst
arbeidsmarkt - geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
krapte op de arbeidsmarkt - situatie waarin er weinig beschikbare werknemers zijn
loon - beloning die werknemers voor hun arbeid krijgen
prijzen - bedragen die betaald worden voor goederen en diensten
loon-prijsspiraal - proces waarbij lonen en prijzen elkaar blijven verhogen
inflatie - algemene stijging van het prijsniveau
This item has no instructions