2.4 Conjunctuur en werkloosheid

Conjunctuur en werkloosheid

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min
Report this lesson

Items in this lesson

Conjunctuur en werkloosheid

This item has no instructions

Leerdoel

Ik kan uitleggen hoe veranderingen in bestedingen, export en investeringen samenhangen met laagconjunctuur, hoogconjunctuur, conjuncturele werkloosheid en een loon-prijsspiraal.

This item has no instructions

Bestedingen, export en investeringen dalen

  • De totale vraag in de economie neemt af

  • Bedrijven verkopen minder producten en diensten

  • Productie wordt teruggeschroefd

  • De economische groei vertraagt of slaat om in krimp

Benadruk dat dit gaat om de bestedingskant van de economie: als huishoudens, bedrijven en het buitenland minder kopen, voelen producenten dat direct.

Waarom dalen deze drie tegelijk?

Vaak versterken deze ontwikkelingen elkaar. Huishoudens geven minder uit, bedrijven stellen investeringen uit en de export daalt als buitenlandse vraag afneemt. Daardoor komt er op meerdere plekken tegelijk minder geld in omloop.

Leg eventueel uit dat vertrouwen hierbij belangrijk is: pessimisme bij consumenten en producenten kan een neergang versterken.

Gevolgen voor bedrijven

  • Minder afzet betekent lagere omzet

  • Voorraden kunnen oplopen

  • Bedrijven produceren minder

  • Er is minder vraag naar arbeid

This item has no instructions

Van daling naar neergang

Bestedingen dalen → bedrijven verkopen minder → productie daalt → minder werknemers nodig → inkomens dalen → bestedingen dalen verder

Dit is een causale keten. Gebruik deze slide om te laten zien dat economische neergang zichzelf tijdelijk kan versterken.

Laagconjunctuur

This item has no instructions

Wat is laagconjunctuur?

  • Een periode waarin de economie zwak presteert

  • De productie groeit nauwelijks of krimpt

  • De vraag naar goederen en diensten is laag

  • Werkloosheid loopt vaak op


Conjunctuur: schommelingen in de economie

Recessie: een periode van economische afname, waarbij het bbp daalt en de werkloosheid stijgt

Depressie: een langdurige recessie

BBP: Bruto Binnenlands Product

Koppel terug aan de vorige slides: laagconjunctuur is niet één los feit, maar het bredere economische beeld dat ontstaat bij dalende vraag.

Conjuncturele werkloosheid

  • Ontstaat door een tekort aan vraag in de economie

  • Bedrijven hebben minder personeel nodig

  • Werknemers verliezen hun baan door de economische neergang

  • Deze werkloosheid hangt samen met de conjunctuur

Maak onderscheid met andere vormen van werkloosheid, maar werk die niet uitgebreid uit omdat deze les draait om conjuncturele werkloosheid.

Waarom juist in laagconjunctuur?

Als de afzet daalt, proberen bedrijven kosten te verlagen. Een belangrijke kostenpost is arbeid. Daardoor verdwijnen banen vooral wanneer de economische activiteit terugvalt.


Trump-dividend!

This item has no instructions

Kenmerken van laagconjunctuur

  • Lage bestedingen

  • Dalende export en investeringen

  • Minder productie

  • Oplopende conjuncturele werkloosheid

  • Somber vertrouwen bij consumenten en bedrijven

Deze slide bundelt het subtopic. Laat leerlingen zien dat de verschijnselen samen één economisch patroon vormen.

Hoogconjunctuur

This item has no instructions

Wat is hoogconjunctuur?

  • Een periode waarin de economie sterk groeit

  • De vraag naar goederen en diensten is hoog

  • Bedrijven produceren meer

  • De werkloosheid is meestal laag

Zet hoogconjunctuur expliciet neer als tegenbeeld van laagconjunctuur.

Wat gebeurt er in de economie?

  • Huishoudens besteden meer

  • Bedrijven investeren vaker

  • Export kan toenemen

  • Bedrijven nemen sneller personeel aan

This item has no instructions

Krapte op de arbeidsmarkt

In hoogconjunctuur hebben bedrijven veel werknemers nodig. Als er weinig beschikbare werknemers zijn, ontstaat krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor stijgt de druk om lonen te verhogen.

Deze slide bereidt het volgende subtopic voor: de overgang van hoogconjunctuur naar loonstijgingen en prijsstijgingen.

Laag- en hoogconjunctuur vergeleken

  • Laagconjunctuur: lage vraag, minder productie, meer conjuncturele werkloosheid

  • Hoogconjunctuur: hoge vraag, meer productie, lage werkloosheid

  • De conjunctuur beïnvloedt dus direct hoeveel arbeid bedrijven vragen

This item has no instructions

Wat past het best bij hoogconjunctuur?

A

Lage vraag

B

Meer productie

C

Meer ontslagen

D

Minder investeringen

Toetst het tegenbeeld van laagconjunctuur: hoge vraag, meer productie, lage werkloosheid.

Vul de vergelijking aan

Bij hoogconjunctuur is de vraag hoog en nemen bedrijven sneller personeel aan. Daardoor is de werkloosheid meestal laag. Bij laagconjunctuur gebeurt juist het omgekeerde.

hoogconjunctuur
laag
laagconjunctuur
inflatie
hoog
export
krapte

Verankert het contrast tussen beide fasen van de conjunctuur.

Wat kan krapte op de arbeidsmarkt veroorzaken?

A

Lagere prijzen

B

Hogere lonen

C

Minder export

D

Meer werkloosheid

Bereidt de overgang naar de loon-prijsspiraal voor: bij schaarste aan werknemers neemt de druk op lonen toe.

Loon-prijsspiraal

This item has no instructions

Wat is een loon-prijsspiraal?

Een loon-prijsspiraal is een proces waarbij hogere lonen leiden tot hogere prijzen, waarna werknemers opnieuw hogere lonen willen. Zo kunnen lonen en prijzen elkaar blijven opdrijven.

This item has no instructions

Hoe ontstaat dit proces?

Krapte op de arbeidsmarkt → lonen stijgen → loonkosten van bedrijven stijgen → bedrijven verhogen prijzen → koopkracht komt onder druk → werknemers vragen opnieuw hogere lonen

Leg uit dat dit vooral een risico is in hoogconjunctuur, wanneer bedrijven personeel moeilijk kunnen vinden.

Waarom hoort dit bij hoogconjunctuur?

  • De vraag in de economie is hoog

  • Bedrijven concurreren om werknemers

  • Loonstijgingen zijn beter haalbaar

  • Bedrijven kunnen prijsstijgingen soms makkelijker doorberekenen

This item has no instructions

Gevolg voor de economie

  • Prijzen kunnen sneller stijgen

  • De economie kan oververhit raken

  • Hoge inflatie maakt geld minder waard

  • Sterke groei heeft dus ook risico's

Gebruik hier de term inflatie alleen functioneel: als algemene stijging van prijzen. Houd de focus op het verband met de loon-prijsspiraal.

Begrippenlijst

bestedingen - uitgaven van huishoudens, bedrijven en overheid aan goederen en diensten

export - verkoop van goederen en diensten aan het buitenland

investeringen - uitgaven van bedrijven aan bijvoorbeeld machines, gebouwen of uitbreiding

conjunctuur - schommelingen in de economische groei

laagconjunctuur - periode van zwakke economische ontwikkeling

hoogconjunctuur - periode van sterke economische groei

conjuncturele werkloosheid - werkloosheid die ontstaat door een daling van de vraag in de economie

This item has no instructions

Begrippenlijst

arbeidsmarkt - geheel van vraag naar en aanbod van arbeid

krapte op de arbeidsmarkt - situatie waarin er weinig beschikbare werknemers zijn

loon - beloning die werknemers voor hun arbeid krijgen

prijzen - bedragen die betaald worden voor goederen en diensten

loon-prijsspiraal - proces waarbij lonen en prijzen elkaar blijven verhogen

inflatie - algemene stijging van het prijsniveau

This item has no instructions