1TH Woordenschat H4 (2)

Welkom 1A!
Vervolg Woordenschat H4: een tegenstelling zoeken


1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom 1A!
Vervolg Woordenschat H4: een tegenstelling zoeken


Slide 1 - Slide

Pak je plenda
18 januari 
Toets woordenschat H3 en H4

Slide 2 - Slide

Even opfrissen...
welke drie manieren om achter een moeilijk woord te komen ken je nu?

Slide 3 - Mind map

Vandaag...
- Terugblik woordraadstrategieën
(doel: ik kan de betekenis van een woord vinden
 met behulp van de tegenstelling)
- Uitleg versterkinge n

(doel: ik ken de betekenis van alle woorden en uitdrukkingen 
uit de paragraaf)
- Nieuw Nederlands Online > H4 > Woordenschat afmaken

Slide 4 - Slide

Tegenstelling vinden
Je kunt de betekenis van een onbekend woord soms begrijpen doordat er in de tekst een tegenstelling van dat woord staat. 
Bijvoorbeeld:
Toms ouders sliepen in een riante caravan, maar hij lag zelf in een klein tentje.

Het woord riant is een tegenstelling van klein. Riant betekent dus groot.

Slide 5 - Slide

Mirna houdt van outdooractiviteiten, Jos is echter liever binnen bezig.
A
Mirna - Jos
B
Houdt - Liever
C
Outdooractiviteiten - binnen

Slide 6 - Quiz

Op school gaat de tijd traag, maar de vakantie gaat juist snel voorbij.
A
Op school - vakantie
B
traag - snel
C
gaat - gaat

Slide 7 - Quiz

Tegenstellingen
Soms kun je de betekenis van een moeilijk woord raden 
door een tegenstelling op te zoeken.
Tegenstellingen worden vaak aangekondigd door signaalwoorden:
maar, anderzijds, daarentegen, echter, toch, evenwel, hoewel, 
aan de ene kant ... aan de andere kant.


Slide 8 - Slide

Versterkingen
Je kunt de betekenis van woorden sterker maken - versterken - door het woordje 'heel' ervoor te zetten:

heel mooi - heel lelijk
heel wit - heel zwart
heel mager - heel vet

Slide 9 - Slide

Versterkingen
De betekenis van woorden wordt nóg sterker wanneer je er een ander, passend woordje aan vastplakt:

heel mooi - heel lelijk ..... bloedmooi - foeilelijk
heel wit - heel zwart ..... spierwit - inktzwart 
heel mager - heel vet ..... broodmager - moddervet

Heel veel van die versterkingen ken je wel, kijk maar:

Slide 10 - Slide

Welke versterking hoort bij 'rijk'?
A
springrijk
B
superijk
C
steenrijk
D
straatrijk

Slide 11 - Quiz

Welke versterking hoort bij 'duur'?
A
zoutduur
B
peperduur
C
paprikaduur
D
kaneelduur

Slide 12 - Quiz

Welke versterking hoort bij 'zwaar'?
A
ijzerzwaar
B
staalzwaar
C
zinkzwaar
D
loodzwaar

Slide 13 - Quiz

Aan de slag!
- Maak Nieuw Nederlands Online > H4 > Woordenschat helemaal af
- Leer de uitdrukkingen en begrippen van de paragraaf

- Vind je een opdracht lastig of snap je een opdracht niet?
- Vraag mij om hulp!

Slide 14 - Slide