LEF 4! 1. De baby

De baby

1 / 35
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogisch handelenSecundair onderwijs

This lesson contains 35 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

De baby

Wat leren we in dit thema? Pagina 19

1. Hoe verandert een kiem in een baby (fysieke ontwikkeling)



1.1 Hoe verloopt de fysieke ontwikkeling van een baby VOOR de geboorte p. 20-22


1.2 Hoe verloopt de fysieke ontwikkeling van de baby NA de geboorte? p. 23-30

De cognitieve/verstandelijke ontwikkeling van de baby


Wat valt onder de term cognitieve ontwikkeling?

A

Lichamelijke ontwikkeling

B

Sensorische ontwikkeling

C

Denkontwikkeling

D

Sociale ontwikkeling

De cognitieve ontwikkeling

1. Het denken


  • De baby verkent de wereld door zijn zintuigen. Hij probeert motorische handelingen uit. (bewegen)

  • De baby denkt niet na maar doet. 

  • De baby (12-18 maand) begint stilaan te begrijpen wat ik niet zie is er nog wel. Dat noemen we objectpermanentie.

  • Ontwikkeling verloopt anders? Dan spreken we van een ontwikkelingsachterstand of voorsprong.

De cognitieve ontwikkeling

 2. persoonlijkheidsontwikkeling

  • In deze periode begint het moreel besef zich te ontwikkelen


  • De baby snapt nog niet waarom de regels zijn zoals ze zijn.


  • De baby leert wat goed of fout is door te zien hoe volwassenen op zijn gedrag reageren. Hij experimenteert met gehoorzaamheid.


  • Straf krijgen of beloond worden is de maatstaf voor wat mag of niet mag.


  • De baby kan zichzelf aan die regeltjes houden maar enkel als er een volwassene in de buurt is 


Socio emotionele ontwikkeling


Socio-emotionele ontwikkeling

1. Sociale ontwikkeling


  • Huilen = de eerste communicatievorm, hij lacht af en toe als reflex

  • Stilaan echt glimlachen. Het zijn geen ongecontroleerde bewegingen meer

  • De baby lacht en "praat" met iedereen die hem positief benadert 

  • De baby reageert op aandacht

Socio-emotionele ontwikkeling

1. Sociale ontwikkeling


  • De sociale interacties worden steeds complexer.

  • De eerste 6 maanden verwen je een baby niet als je hem veel oppakt

  • Vanaf nu kun je de emoties van het gezichtje aflezen

  • Rond 8 maand --> scheidingsangst 

  • Rond 10 maand kan de baby echt al boos worden als hij zijn zin niet krijgt. 

Socio-emotionele ontwikkeling 

2. emotionele ontwikkeling

  • Het eerste jaar bouwt een baby een hechte relatie op met verzorgers die dicht bij hem staan.

  • Om contact te krijgen met zijn omgeving beschikt de baby over een aangeboren hechtingsdrang. 

Socio-emotionele ontwikkeling 

2. emotionele ontwikkeling

  • Door te huilen, glimlachen of brabbelen probeert de baby de verzorger dicht bij hem te houden. Daardoor ontstaat een emotionele band en hopelijk ook hechting



  • De baby heeft nood aan sensitieve responsiviteit = warme en positieve reacties op zijn behoeften

Behoeften van een baby

Welbevinden baby


Signalen van een hoog welbevinden


Tips om het welbevinden te stimuleren

1. Voldaan aan de basisbehoeften?


2. Zorgen dat je als verzorger goed in je vel zit. = “Hoe beter voor jezelf zorgt, hoe beter je voor anderen kan zorgen.”


3. Warmte, genegenheid en rust bieden.


4. Ruimte en tijd geven om de baby te laten spelen.






Hoe kunnen we de ontwikkeling en de betrokkenheid stimuleren met speelgoed? 


Waar kan je hulp zoeken bij gezondheids-en opvoedingsvragen? p. 50-54


Ik heb de lesinhoud begrepen.