H4 par. 4.2 De Franken komen

Memo brugklas H/V
H4. De tijd van monniken en ridders
Vorsten, monniken en boeren
par. 4.2 De Franken komen
1 / 34
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Memo brugklas H/V
H4. De tijd van monniken en ridders
Vorsten, monniken en boeren
par. 4.2 De Franken komen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van deze paragraaf:
  • Kun je 3  voorbeelden van problemen geven die in de 4e eeuw ontstonden in het Romeinse Rijk.
  • Weet je in welk jaartal het Romeinse Rijk uit elkaar viel.
  • Weet je in welke 2 delen het Romeinse Rijk uit elkaar viel.
  • Kun je uitleggen wat de volksverhuizingen te maken hebben met het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk.
  • Weet je in welk jaar en met welke gebeurtenis het West-Romeinse Rijk ophield met bestaan.

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van deze paragraaf:
  • Kun je 3 gevolgen noemen van het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk. 
  • Kun je uitleggen waarom de bekering van Clovis tot het christendom belangrijk is geweest voor het Frankische Rijk.
  • Weet je uit welke gebieden het Frankische Rijk omstreeks 500 bestond.
  • Ken je de begrippen en jaartallen uit deze paragraaf. 

Slide 3 - Slide

Het Romeinse Rijk valt uit elkaar
In de 4e eeuw ontstonden er steeds grotere problemen, namelijk:
1. Het leger was eigenlijk te klein (300.000 man) om alle grenzen van het rijk goed te bewaken.

Slide 4 - Slide

Het Romeinse Rijk valt uit elkaar
2. Door de hoge belastingen voor het leger, hielden veel boeren niet genoeg geld over om zelf van te leven. Ze verlieten hun boerderijen: akkers bleven onbewerkt, voedselproductie daalde en in Rome kwamen minder inkomsten binnen.

3. Door de lange diensttijd van de soldaten, voelden ze zich meer verbonden met hun generaal dan met de keizer in Rome.

Slide 5 - Slide

Het Romeinse Rijk valt uit elkaar
4. Opvolging van de keizer: Romeinen vochten steeds vaker onderling, als er een nieuwe keizer moest komen. Tijdens zo'n ruzie werd het rijk niet goed bestuurd.

Gevolg: in 395 werd het Romeinse Rijk in tweeen gesplitst:
- West-Romeinse Rijk met een eigen keizer.
- Oost-Romeinse Rijk met een eigen keizer. Tot 1453 bestaan.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Volksverhuizingen
  • Toen de Hunnen (volk uit Azie) plunderd door Europa trokken werden de problemen nog groter.
  • Volken sloegen op de vlucht en zochten bescherming in het W.R.R.

Slide 8 - Slide

Volksverhuizingen
  • Germaanse volken, zoals de Visigoten en Vandalen, trokken ook rovend en plunderd Europa door.
  • Ze waren op zoek naar een nieuwe landbouwgronden, milder klimaat en rijkdom.
  • Germaanse volken, zoals de Franken, kregen toestemming om zich in het W.R.R. te vestigen als ze meehielpen bij de verdediging van het rijk.

Slide 9 - Slide

Volksverhuizingen
  • Zo kwamen de volksverhuizingen in de 4e eeuw op gang.
  • Het Romeinse leger was niet sterk genoeg om de grenzen van het West-Romeinse Rijk te verdedigen. 
  • En de Romeinse grenslegers bestonden grotendeels uit Germaanse soldaten: minder betrouwbaar!

Slide 10 - Slide

De Hunnen waren gewelddadig en joegen andere volken het Romeinse Rijk in. 
De zwakke verdediging en de andere volken (barbaren) zorgden ervoor dat de Romeinse keizer werd afgezet.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Einde West-Romeinse Rijk
  • De Romeinse keizer kreeg steeds minder macht.
  • In 476 zette het Germaanse stamhoofd Odoaker de laatste West-Romeinse keizer af.
  • Odoaker liet zichzelf in Rome tot keizer kronen.
  • Dit betekende het einde van het West-Romeinse Rijk.

Slide 13 - Slide

476 na chr. het einde

Slide 14 - Slide

Wat is geen oorzaak voor het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk?
timer
0:20
A
Volksverhuizingen
B
Te klein leger
C
Slecht bestuur
D
Ontstaan Oost-Romeinse Rijk

Slide 15 - Quiz

Wat zie je op de kaart?
timer
0:20
A
Splitsing in West- en Oost- Romeinse Rijk
B
De val van het Oost-Romeinse Rijk
C
De val van het West-Romeinse Rijk
D
De volksverhuizingen

Slide 16 - Quiz

Het begrip dat bij dit plaatje past is ...
timer
0:20
A
West Romeinse Rijk
B
Volksverhuizingen
C
Frankische rijk
D
Romeinse cultuur

Slide 17 - Quiz

Welk deel van het Romeinse Rijk is blijven bestaan tot 1453?
timer
0:15
A
West Romeinse Rijk
B
Oost Romeinse Rijk

Slide 18 - Quiz

Gevolgen
  • Overal in Europa ontstonden kleine koninkrijkjes.
  • Bruggen en wegen werden niet meer onderhouden.
  • Steden raakten in verval.
  • Bijna alle handel verdween.
  • Europa werd (weer) een landbouwsamenleving.

De middeleeuwen zijn begonnen.

Slide 19 - Slide

Schrijf 1 gevolg op van het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk.
timer
1:00

Slide 20 - Open question

Slide 21 - Slide

0

Slide 22 - Video

Franken
  • Germaanse stam.
  • Bondgenoot Romeinen.
  • Leefden eerst in Zuid-Nederland en Belgie.
  • Eind 5e eeuw ook Gallie (huidige Frankrijk).
  • Gebeurde onder Clovis.

Slide 23 - Slide

Frankische Rijk 
  • Rond 500 n.C. verenigde Clovis de Frankische stammen: begin Frankische Rijk
  • Veel inwoners van Gallie waren christen.
  • Rond deze tijd bekeerde hij zich ook tot het christendom.

Slide 24 - Slide

Frankische Rijk 
  • Hierdoor kreeg hij steun van de bevolking en van de christelijke kerk. 
  • De christelijke bevolking keek namelijk op tegen de geestelijken. 
  • De geestelijken hielpen Clovis bij het besturen van het rijk: lezen & schrijven.

Slide 25 - Slide

Frankische Rijk 
  • Clovis was de enige christelijke koning.
  • Hij verspreidde het christendom door heidense volken aan te vallen en te bekeren.

Slide 26 - Slide

het koninkrijk der Franken:

begin 5e eeuw groot deel van Frankrijk, Belgie en Nederland.

Clovis, 481-511

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Welk geloof had Clovis?
timer
0:20
A
Romeinse godsdienst
B
Jodendom
C
Christendom
D
Islam

Slide 29 - Quiz

Waarom was de bekering van Clovis tot het christendom belangrijk voor de uitbreiding van het Frankische Rijk?
timer
1:00

Slide 30 - Open question

Welke gebieden hoorden begin 5e eeuw bij het Frankische Rijk?
timer
0:20
A
Stukken van Frankrijk, Duitsland en Nederland
B
Stukken van Nederland, België en Duitsland
C
Stukken van Frankrijk, België en Nederland.
D
Stukken van België, Frankrijk en Duitsland.

Slide 31 - Quiz

Schrijf 2 dingen op die je vandaag geleerd hebt.

Slide 32 - Open question

Wat vind je nog lastig?

Slide 33 - Open question

Aan de slag
Wat? Eerst ga je de tekst van par. 4.2  lezen  en daarna maak je de opdr. van par. 4.2 tot de toepassingsopdracht.
Hoe? Alleen 
Hulp? Bij je buurman/buurvrouw. Kom je er samen niet uit? Dan bij je docent. 
Tijd? Tot het einde van de les. 
Klaar? Dan ga je de toepassingsopdracht maken. Daarna werk je de leerdoelen uit van par. 4.2. Je kunt ook de TestJezelf maken in SOM.

Slide 34 - Slide