Digibordles niveau A

Digibordles
Begrijpend lezen
1 / 16
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4-8

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Introduction

Begrijpend lezen strategie 1 + 7

Items in this lesson

Digibordles
Begrijpend lezen

Slide 1 - Slide

WELKOM bij de digibordles begrijpend lezen van week 45 - Niveau A.
Wat weten jullie al over apen?
Vertel het aan je buurman of buurvrouw.

Slide 2 - Slide

Activeer de voorkennis van uw leerlingen. Wat weten zij al over het onderwerp? Laat de leerlingen eerst individueel nadenken. Vervolgens wisselen zij hun informatie uit in tweetallen. Tenslotte kunt u een paar kinderen klassikaal laten vertellen wat zij al weten over het onderwerp van de tekst.





              Lesdoelen
Wat willen jullie weten over dit onderwerp? Schrijf jouw vragen voor jezelf op.

Je leert deze les meer over de Pongo Tapanuliensisaap.
Je maakt een woordveld bij de tekst. Dit helpt je om de tekst beter te begrijpen.

Slide 3 - Slide

Bespreek de lesdoelen met uw leerlingen en vraag hen wat zij graag willen leren over het onderwerp.
Tip! Laat uw leerlingen hun eigen leervragen opschrijven op een oefenblaadje.
Strategie 6

Slide 4 - Slide

Bij de lessen begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas staan zeven strategieën centraal. In deze les wordt strategie 3 ingeoefend. Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij al weten over het onderwerp en noteren dit in een woordveld. Na het lezen schrijven zij in hun woordveld wat zij geleerd hebben door het lezen van deze tekst. Ze schrijven de nieuwe informatie in een andere kleur op. 

Slide 5 - Slide

Bij de lessen begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas staan zeven strategieën centraal. In deze les wordt strategie 3 ingeoefend. Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij al weten over het onderwerp en noteren dit in een woordveld. Na het lezen schrijven zij in hun woordveld wat zij geleerd hebben door het lezen van deze tekst. Ze schrijven de nieuwe informatie in een andere kleur op. 
Bekijk het artikel hieronder, maar lees de tekst nog niet.

Slide 6 - Slide

Bekijk samen met uw leerlingen het artikel. Kijk naar:
- de kop
- afbeeldingen
- tussenkopjes
- opvallende woorden en getallen

Lees het intro. 

Kunnen jullie voorspellen waar de tekst over gaat?
moeilijke woorden
apensoort
Er zijn verschillende soorten apen. Je kent misschien wel de chimpansee, de breedneusaap of de orang-oetan. Dit zijn allemaal <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">apensoorten</span>.
oerwoud
Een <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">oerwoud</span> is een groot bos dat zonder de hulp van mensen is ontstaan. Ook wordt weleens het woord&nbsp;<span style="font-style:italic">jungle</span>&nbsp;gebruikt.
uniek
Iets is <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">uniek</span> als er maar één van bestaat. Het is zeldzaam of bijzonder.
experts
Een <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">expert</span> is iemand die heel veel weet over een bepaald onderwerp. Het woord <span style="font-style:italic">deskundige</span> wordt ook wel eens gebruikt en betekent hetzelfde.

Slide 7 - Slide

Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen voor het lezen. Uw leerlingen zullen de tekst hierdoor beter begrijpen. Tevens vergroten zij hun woordenschat. 


Woordveld

Slide 8 - Slide

Vertel uw leerlingen dat zij gaan oefenen met het maken van een woordveld en dat u hiervoor eerst voordoet hoe het gaat. Maak een gedeelte van het woordveld hardop denkend op het bord. Suggestie voor modeling:
  • Ik kijk bij stap 1 in het stappenplan. Ik lees dat ik het onderwerp in het midden van mijn woordveld zet. Waar gaat deze tekst over, denken jullie? Ja, ik denk ook dat de tekst over apen gaat. Ik schrijf het woord apen in het midden van mijn woordveld.
  • Ik kijk nu bij stap 2 in mijn woordveld. Ik lees dat ik voor het lezen in mijn woordveld opschrijf wat ik al weet over apen. Dat is handig, want zo begrijp ik de tekst straks beter. Ik weet al best veel over apen. Ik weet dat er verschillende apensoorten zijn. Die schrijf ik op. Kijk maar hoe ik dat doe: Ik noteer 'apensoorten' en 'chimpansee' en 'orang-oetan. Ik bedenk wat ik nog meer weet over apen. Ik weet al dat het dieren zijn. Ik schrijf op 'dieren'. Weten jullie nog meer over apen zonder dat we de tekst gelezen hebben? Schrijf het maar op je woordveld.
Laat uw leerlingen vervolgens individueel nadenken en opschrijven in een woordveld wat zij al over apen weten. 
Lees nu het artikel hieronder.

Slide 9 - Slide

Lees samen met uw leerlingen het artikel. Suggesties voor modeling leest u in de lesinstructie.

Slide 10 - Map

Bekijk samen met uw leerlingen waar Indonesië / Sumatra liggen. 
Tip! U kunt het poppetje op het eiland Sumatra plaatsen en uw leerlingen het straatbeeld van Sumatra laten zien. 
Woordveld
Kunnen jullie het woordveld aanvullen?

Slide 11 - Slide

Vertel dat u nu, na het lezen, stap 3 van het stappenplan gaat toepassen. Doe hardopdenkend een aantal dingen voor. Laat uw leerlingen het woordveld vervolgens individueel afmaken. Tenslotte kunt u een aantal woordvelden bespreken. 

Suggestie voor modeling:
Ik heb in de tekst veel nieuwe informatie over apen gelezen. Ik schrijf dit in een andere kleur in sleutelwoorden in mijn woordveld. Zo kan ik straks snel zien wat ik geleerd heb door het lezen van deze tekst. Kijk maar hoe ik dat doe. Ik lees hier dat moeilijke woord (Pongo Tapanuliensis). Die schrijf ik op. Ik weet dat dit een nieuwe apensoort is. Ik schrijf er 'nieuwe apensoort' bij. Ook las ik dat de aap is ontdekt in een oerwoud. Ik schrijf 'oerwoud' in mijn woordveld. Zien jullie wat ik doe? Ik lees steeds een zin en schrijf de nieuwe informatie op in mijn woordveld. Kunnen jullie jullie woordveld verder aanvullen?
Laat uw leerlingen hun woordveld individueel aanvullen. Tenslotte kunnen zij hun woordveld in tweetallen bespreken en kunnen zij elkaar tips en tops geven. Klassikaal kunt u een woordveld laten zien dat goed is gelukt. Vertel erbij waarom het woordveld goed is gelukt. Welke belangrijke informatie staat erin?

Op welk eiland is de apensoort ontdekt?
Hebben jullie de tekst goed begrepen? Beantwoord de vraag hieronder.
A
Java
B
Bali
C
Sumatra
D
Dat staat niet in de tekst.

Slide 12 - Quiz

Beantwoord samen met uw leerlingen de vraag. Tip! Laat uw leerlingen eerst voor zichzelf het antwoord opschrijven op een wisbordje of kladblaadje. Zij houden op uw teken hun antwoord in de lucht. Op deze manier zijn alle leerlingen actief betrokken bij de instructie én kunt u vlot inschatten welke leerlingen de lesstof al goed beheersen en welke leerlingen nog extra hulp nodig hebben.

Welke zinnen zijn waar?
Er zijn meerdere antwoorden goed.
Hebben jullie de tekst goed begrepen? Beantwoord de vraag hieronder.
A
De Pongo Tapanuliensis is uniek.
B
Experts denken dat er nog maar zeshonderd Pongo Tapanuliensis-apen in de bomen leven.
C
De vacht van de orang-oetans is meer oranje dan de vacht van de Pongo Tapanuliensis.
D
De snor van de mannetjes Pongo Tapanuliensis is groter dan die van de orang-oetans.

Slide 13 - Quiz

Beantwoord samen met uw leerlingen de vraag. Tip! Laat uw leerlingen eerst voor zichzelf het antwoord opschrijven op een wisbordje of kladblaadje. Zij houden op uw teken hun antwoord in de lucht. Op deze manier zijn alle leerlingen actief betrokken bij de instructie én kunt u vlot inschatten welke leerlingen de lesstof al goed beheersen en welke leerlingen nog extra hulp nodig hebben.

Heb ik de lesdoelen behaald?

Wat hebben jullie geleerd over het onderwerp van de tekst?

Weten jullie hoe je een tekst uit kan tekenen in een woordveld?

Slide 14 - Slide

Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.
Denk je mee?

Hoe moeilijk vond jij het om de tekst uit te tekenen in een woordveld? 

Wat zou de regering volgens jullie kunnen doen om de Pongo Tapanuliensis te beschermen?


Slide 15 - Slide

Bespreek de reflectievragen met uw leerlingen.
Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.
Begrijpend lezen

Slide 16 - Slide

Dit is het einde van de digibordles. Uw leerlingen maken de opdrachten in het lesboekje (dat in het midden van de krant zit) of digitaal. Let op! Wilt u de les digitaal laten verwerken door uw leerlingen? Plan dan de les voor uw leerlingen in. Meer informatie over het gebruik van de digitale leeromgeving vindt u in de handleiding in de Digitale Leeromgeving. Ga hiervoor naar www.kidsweekindeklas.nl/lesmateriaal. De handleiding vindt u in het mapje begrijpend lezen - extra materialen - handleiding digitale leeromgeving.