H1: nakijken 4 - 6 (Lezen), herhalen 1.15, huiswerk

- Nakijken opdr. 2, 4, 5 en 6 (Lezen H1)
- Uitleg 1.14 (Leesmanieren) en 1.15 - Onderwerp en opbouw
- Huiswerk maken

Planning
leesautobiografie
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

- Nakijken opdr. 2, 4, 5 en 6 (Lezen H1)
- Uitleg 1.14 (Leesmanieren) en 1.15 - Onderwerp en opbouw
- Huiswerk maken

Planning
leesautobiografie

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Lezen H1:
- Je kunt een tekst lezen met behulp van het leesplan.
- Je kunt tekstsoorten en -doelen herkennen.
- Je kunt de beste leesmanier kiezen.
- Je kunt het onderwerp van een tekst of alinea benoemen.

Slide 2 - Slide

Nakijken opdr. 4 (blz. 39)
  • 1 C
  • 2 Ja, ze gaan allebei over het gebruik van social media.
  • 3 Nee, tekst 6 heeft als doel informeren en tekst 6 heeft als doel amuseren.
  • 4 Deel 2 begint bij 'Vader: wauw, fantastisch!'
  • 5 Heb je een extra tip voor bij tekst 6 bedacht voor iemand die heel druk bezig is met social media?

Slide 3 - Slide

Nakijken opdr. 5 (blz. 41)
Verken tekst 8 en 9.
  • 1 Stel je voor: je bent op zoek naar ideeën om de wijk of het dorp waar jij woont leuker te maken voor jongeren. Welke tekst en welke leesmanier kies je?
  • 2 Je wilt weten of je een bijbaantje mag nemen als je veertien bent.  Welke tekst en welke leesmanier kies je?
  • Leesmanieren: verkennend, grondig en zoeken lezen 

Slide 4 - Slide

Nakijken opdr. 6 (blz. 42)
Geef antwoord op de vragen en leg uit waar je dit antwoord hebt gevonden.
  • 1a Ja, want je bent niet verzekerd en het is verboden.
  • 1b Afgesproken loon kan brutoloon zijn en het gestorte geld is netooloon.
  • 1c  Over het brutoloon wordt nog belasting en premies worden betaald. Het nettoloon is wat je hierna overhoudt.
  • 1d Nee, pas vanaf je vijftiende heb je hier recht op.

Slide 5 - Slide

1.14 Leesmanieren

Je kunt een tekst op verschillende manieren lezen:

  • Verkennend lezen: de eerste en laatste zinnen van de tekst lezen om te kunnen voorspellen waar het over gaat
  • Grondig lezen: je moet de tekst helemaal begrijpen
  • Zoekend lezen: je zoekt in een tekst alleen maar het antwoord op een vraag


Slide 6 - Slide

Wat als...
ik wil weten hoe laat mijn trein vertrekt?
A
verkennend lezen
B
grondig lezen
C
zoekend lezen

Slide 7 - Quiz

Wat als...
ik een paragraaf van AK moet lezen voor een toets?
A
verkennend lezen
B
grondig lezen
C
zoekend lezen

Slide 8 - Quiz

Wat als...
ik in een krant blader door het sportkatern?
A
verkennend lezen
B
grondig lezen
C
zoekend lezen

Slide 9 - Quiz

Hoe vind je het onderwerp
van een zakelijke tekst?

Slide 10 - Mind map

Wat is een deelonderwerp?

Slide 11 - Open question

1.15 Onderwerp en tekstopbouw

Slide 12 - Slide

1.15 Onderwerp en tekstopbouw
  • Onderwerp = waar gaat de tekst over? (één woord of groep woorden)
  • Deelonderwerp = onderwerp van een deel van de tekst
  • Tussenkopje = geeft aan waar een alinea over gaat (minititel)

Slide 13 - Slide

Huiswerk woensdag
Lezen H1: 7 t/m 9

S.o. vrijdag:
Uitleg s.o. Sp. en OT H1: 
- verschil stam en ik-vorm 
- persoonsvorm tt en vt
- voltooid deelwoord
- opdr. 9 en 10 (= dictee)

Over taal:
- moeilijke woorden + betekenis (opdr. 1, 3 en 5)
- synoniemen (opdr. 6 en 7)
- beleefd en onbeleefd

Slide 14 - Slide