EHBO hoofdletsels

EHBO hoofdletsels
Lisette Steenbergen
Jan Pas
1 / 13
next
Slide 1: Slide
EhboMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 6

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

EHBO hoofdletsels
Lisette Steenbergen
Jan Pas

Slide 1 - Slide

Wat denken jullie dat de meest voorkomende oorzaken van hoofdletsels zijn?

Slide 2 - Mind map

Wat zijn hoofdletsels?
"Hoofdletsel is een beschadiging van het hoofd, vaak door een ongeluk. Dit gaat meestal gepaard met direct contact (botsing, vallen, object tegen hoofd). Ook als u bij bewustzijn bent gebleven tijdens het ongeval, kan er sprake zijn van hoofdletsel."

Slide 3 - Slide

2 soorten hoofdletsels
  • Inwendig
  • Uitwendig
  • Kunnen overlappen

Slide 4 - Slide

Een uitwendig hoofdletsel
Een uitwendig hoofdletsel verwijst naar schade aan het hoofd als gevolg van een externe kracht. Dit kan variëren van oppervlakkige verwondingen, zoals schaafwonden, tot ernstige trauma’s, zoals schedelbreuken en hersenletsel. 

Slide 5 - Slide

Inwendige hoofdletsels 
Een inwendig hoofdletsel verwijst naar schade aan de structuren binnen de schedel, zoals de hersenen, bloedvaten en zenuwen. Dit kan variëren van een lichte hersenschudding tot ernstige hersenbloedingen of kneuzingen. 

Slide 6 - Slide

Uitwendig hoofdletsel

inwendig hoofdletsel

Pijn en gevoeligheid op de plaats van de verwonding
Verlies van evenwicht of coördinatie
Misselijkheid of braken
Zwelling of een bult op het hoofd
Zwakte of verlamming aan één kant van het lichaam
Bloeding uit een wond op de hoofdhuid
Kortdurend geheugenverlies
Snijwonden, schaafwonden of kneuzingen
Bloeding uit neus of oren
Mogelijke hoofdpijn
Wazig zicht

Slide 7 - Drag question

Wat stel je vast?
  • Hoofdpijn, verwardheid, misselijkheid, evenwichtsproblemen of duizeligheid, dubbel of slecht zicht.
  • Het slachtoffer is verward, laat ongewoon gedrag zien of reageert niet helder. (Leerling dat normaal heel luid is)
  • Extra gevoeligheid voor licht of geluiden.
  • Soms: buil of wond op het hoofd
  • Soms: bewustzijnsstoornis, bewusteloosheid of stuiptrekkingen.
  • Soms: bloed of vocht uit neus, mond, oor.
  • Soms: blauwe verkleuring rond de ogen (brilhematoom)
  • Soms: blauwe verkleuringen achter de oren (Battle-signs)

Slide 8 - Slide

Wanneer 112?
  • Het slachtoffer bewusteloos is, een verminderd bewustzijn heeft of bewusteloos is geweest;
  • Er een hevige kracht op het (hoofd van het) slachtoffer heeft ingewerkt;
  • Je een schedelbreuk, hersenletsel of wervelletsel vermoedt.(wij weten dit vaak niet--> Twijfel? BEL!)

Slide 9 - Slide

preventie
  • Draag een helm (fietsen, skaten, skiën of contactsporten.)
  • Gebruik veiligheidsgordels in de auto.
  • Plaats valbeveiliging zoals leuningen, antislipmatten en traphekjes.
  • Zorg voor goede verlichting in huis.
  • Houd vloeren en trappen vrij van obstakels om valpartijen te vermijden.

Slide 10 - Slide

Helm afnemen - Porles methode
Hulpverlener A benadert het slachtoffer in zijn gezichtsveld en vertelt hem niet te bewegen. Hulpverlener B neemt achter het slachtoffer plaats. Beiden gaan stevig op beide knieën zitten.

Hulpverlener A legt aan het slachtoffer uit wat er gaat gebeuren. Hulpverlener B houdt de helm vast en houdt deze zoveel mogelijk onbeweeglijk.

Hulpverlener A opent het vizier van de helm. Hulpverlener A maakt de kinband van de helm voorzichtig los en verwijderd alle kleding rond de hals. Eventueel wordt de kinband doorgesneden of geknipt. Laat een kussentje in het kindeel van de helm indien aanwezig leeglopen.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Hulpverlener A plaatst één hand onder de nek van het slachtoffer tegen de helm aan. Steun daarbij met de elleboog op de grond. Houdt met de andere hand de onderkaak vast, waarbij de onderarm op het borstbeen van het slachtoffer steunt, zonder te veel te leunen.
Hulpverlener B pakt vervolgens de helm aan het kindeel vast, met de duimen op de onderrand van het vizier en met de vingers de onderrand van de helm omsloten. Hierdoor kantelt de helm over de neus. De helm wordt voorzichtig in een rechte lijn naar achteren getrokken tot de neus vrij is en het achterhoofd op de onderkant van de helm rust.
Hulpverlener A houdt tijdens deze procedure de nek en het hoofd stevig vast. De handen worden met het verschuiven van de helm meegeschoven richting het achterhoofd. Als de bovenkaak vrij komt wordt met de vingers de bovenkaak gefixeerd. Houdt er rekening mee dat het hoofd zwaar is en niet op de grond valt of achterover kantelt als de helm weg is.
Hulpverlener B pakt vervolgens de helm lager vast en trekt deze voorzichtig naar hem toe. Het achterhoofd komt hierbij vrij. Hulpverlener A moet hierop bedacht zijn en moet voorkomen dat het hoofd naar achter kantelt.
Het hoofd ligt nu in neutrale positie. Soms is het nodig om iets onder het hoofd te leggen, zoals een opgevouwen kledingstuk of kussentje.
Hulpverlener B fixeert vervolgens het hoofd met manuele fixatie. Hulpverlener A kan eventueel het hoofd overnemen met de Handgreep van Zach.

Slide 13 - Slide