1.2 Groei en ontwikkeling

1.2 Groei en ontwikkeling
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

1.2 Groei en ontwikkeling

Slide 1 - Slide

Terugblik

Slide 2 - Slide

Levend, dood of levenloos?
Sleep de stukjes tekst naar de juiste plaats.
Dood
Dood
Dood
Levend
Levend
Levend
Levend
Levenloos
Levenloos
Levenloos

Slide 3 - Drag question

LEVEND

DOOD

LEVENLOOS

Slide 4 - Drag question

Als iets levenloos is wat is er dan met de levenskenmerken:
A
Die zijn er nog
B
Die zijn er geweest
C
Die zijn er nooit geweest
D
Dat bestaat niet

Slide 5 - Quiz

Een wezen dat de levenskenmerken had, maar nu niet meer heeft.
3.
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos
D
Organisme

Slide 6 - Quiz

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Ontwikkelen
B
Bewegen
C
Voortplanten
D
Communiceren

Slide 7 - Quiz

Wat zijn levenskenmerken?
A
hoe groot en zwaar een organisme is
B
kenmerken van een levend organisme
C
de ontwikkeling van een organisme

Slide 8 - Quiz

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Ademhalen
B
Rennen
C
Groeien
D
Voortplanten

Slide 9 - Quiz

Wat hoort bij groeien?
A
Groter worden
B
Zwaarder worden
C
Veranderen
D
A en B zijn goed

Slide 10 - Quiz

Wat is groei?
A
Het groter en zwaarder worden van een organisme
B
Een groeispurt
C
Een vlinder
D
Verandering in de bouw van een organisme

Slide 11 - Quiz

Levend
Dood
Levenloos

Slide 12 - Drag question

Leerdoel
1.2.4 Je kunt omschrijven wat groei en wat ontwikkeling is.
1.2.5 Je kunt de delen van een zaad noemen met hun functie.
1.2.6 Je kunt de ontwikkeling van een zaadplant beschrijven.

Slide 13 - Slide

Groei
Het groter en zwaarder worden van een organisme. 
Alle organismen groeien, maar soms zie je dat bijna niet.  

Slide 14 - Slide

Een zaad
Uit zaden groeien planten. Welke zaden ken je?
(Hint: vaak eten we zaden)
Een bruine boon is ook een zaad. Vandaag kijken we naar bruine bonen. 

Slide 15 - Slide

De onderdelen van een bruine boon

Slide 16 - Slide

Hartvormig bultje
Het hartvormige bultje heeft de vorm van een hartje.

Slide 17 - Slide

Poortje

Het poortje is een klein gaatje. Je kan het met het blote oog moeilijk zien.


Hierdoor komt het water naar binnen.

Slide 18 - Slide

Navel
Met de navel heeft de bruine boon vastgezeten aan de moederplant.

Slide 19 - Slide

Zaadhuid
De zaadhuid beschermt het zaad. Het is een vliesje.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Bruine boon
Een zaad
Zaadhuid: bescherming
Navel: hiermee heeft het zaad vastgezeten aan de plant
Poortje: opnemen van water
Zaadlobben: opslag reservevoedsel
Hartvormig bultje: geen taak

Slide 22 - Slide

Vergroten
Bij biologie bekijk je veel organismen. Soms zijn organismen zo klein dat je ze niet goed kunt zien. Om kleine organismen wel goed te zien, kun je ze vergroten. Daarvoor gebruik je een loep. Een loep is een vergrootglas. In afbeelding 2 zie je verschillende loepen.

Slide 23 - Slide

Zo werk je met een loep
Stap 1 Houd de loep dicht bij je oog.
Stap 2 Kijk door de loep naar het voorwerp.
Stap 3 Breng het voorwerp langzaam dichter bij de loep.
Stap 4 Stop als je het voorwerp scherp ziet.

Slide 24 - Slide

De kiem
In een zaad zit een kiem. De kiem is het begin van een nieuwe plant.
De kiem bestaat uit een klein worteltje en blaadjes.

De kiem is heel klein. Om te groeien heeft de kiem water en voedsel
nodig:
• Water haalt de kiem uit de grond.
• Voedsel haalt de kiem uit de zaadlobben.
Een bruine boon heeft twee zaadlobben. Hierin is voedsel opgeslagen.
De kiem gebruikt dit voedsel om te groeien. Uit de kiem groeit een
kiemplantje. De zaadlobben komen als eerste boven de grond. 

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Ontwikkeling
Veranderingen in de bouw van een organisme.

Het kikkervisje had eerst nog geen poten, later wel.

Slide 27 - Slide

Ontwikkeling bij planten
Een bruine boon is een zaad. In tomaten zitten ook zaden. Dit zijn de pitjes. Uit een tomatenzaadje kan een nieuwe tomatenplant groeien. 

Tijdens de groei verandert de plant. Aan het worteltje komen zijwortels. De plant krijgt bladeren en bloemen. Deze veranderingen noem je ontwikkeling. Bij ontwikkeling verandert de bouw van een organisme.
 Groei en ontwikkeling van een tomatenplant

Slide 28 - Slide

Aan het werk!
Wat? 1.2 Ontwikkeling - opdrachten 1 t/m 7

Waar? In je boek A
Hoe? Als het bord op rood staat werk je alleen en in stilte.
Als het bord op groen staat mag je fluisterend overleggen met je buurman. 
Heb je vragen? Kom je bij mijn bureau

timer
1:00

Slide 29 - Slide