Herhaling les 1 t/m 9 SVRZ

Herhaling les 1 t/m 9 SVRZ
Quiz
1 / 35
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1-3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herhaling les 1 t/m 9 SVRZ
Quiz

Slide 1 - Slide

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit ...
A
hersenen en het ruggenmerg
B
hersenzenuwen en ruggenmergzenuwen
C
Uit antwoord A + B

Slide 2 - Quiz

Wat is agnosie?
A
handelingsstoornis
B
spraakstoornis
C
onvermogen om dingen te herkennen die door zintuigen worden waargenomen
D
geheugenstoornis

Slide 3 - Quiz

Waar staat de medische term apraxie voor?


A
Niet meer herkennen van familieleden en andere bekenden
B
Niet meer kunnen benoemen van voorwerpen
C
Niet meer weten hoe bepaalde handelingen uitgevoerd moet worden
D
Alle andere antwoorden zijn goed

Slide 4 - Quiz

Eerste verschijnselen uiten zich in gedrag- en persoonlijkheidsveranderingen. Verandering in taalvaardigheid en in motoriek.
Dit past bij ...
A
ziekte van Alzheimer
B
fronto-temporaal dementie
C
vasculaire dementie
D
Lewy body dementie

Slide 5 - Quiz

Cognitieve problemen kunnen van dag tot dag wisselen. Vaak last van visuele hallucinaties. Stijfheid, schuifelende passen.
Dit doet denken aan ...
A
Lewy body dementie
B
Vasculaire dementie
C
Delier
D
ziekte van Pick

Slide 6 - Quiz

Wat is de medische term voor een taalstoornis als gevolg van schade bij een CVA?
A
Afasie
B
Agnosie
C
Apraxie
D
Hemianopsie

Slide 7 - Quiz

Als iemand zich niet meer netjes gedraagt en zijn manieren verliest door dementie, wordt dit ..... genoemd.
A
Manierenverlies
B
Decorumverlies
C
Waardenverlies
D
Normenverlies

Slide 8 - Quiz

Als de urine donkergeel tot donkerbruin is dan kan dit duiden op ...
A
nieraandoening
B
diabetes
C
leveraandoening
D
hartaandoening

Slide 9 - Quiz

Wat betekent nycturie?
A
tweemaal of vaker per nacht urineren
B
moeizaam en pijnlijk urineren
C
vaak plassen op een dag
D
heel weinig plassen per dag

Slide 10 - Quiz

Eiwit in de urine kan wijzen op ...
A
leverziekte
B
hartaandoening
C
darmaandoening
D
nierziekte

Slide 11 - Quiz

Wat is de functie van gal?
A
Koolhydraten verteren
B
Eiwitten verteren
C
Vetten verteren
D
Vetten emulgeren

Slide 12 - Quiz

Welk deel van de huid is beschadigd bij een schaafwond?
A
opperhuid
B
onderhuids bindweefsel
C
lederhuid
D
opperhuid en lederhuid

Slide 13 - Quiz

Reinigen hoort bij ...
A
rode wond
B
gele wond
C
rode en gele wond
D
zwarte wond

Slide 14 - Quiz

In welke laag zitten de zweetklieren, talgklieren en haarfollikels?
A
Opperhuid
B
Lederhuid
C
Onderhuids bindweefsel

Slide 15 - Quiz

Verzorging van een rode wond
Verzorging van een gele wond
Verzorging van een zwarte wond
Bescherming van het nieuwe weefsel en uitdroging voorkomen van het wondbed
•Reiniging van de wond, door oplossen van fibrine beslag

•Opheffen infectie

•Absorberen wondvocht
Verwijderen necrose of droog laten

Slide 16 - Drag question

Weefsel
Infectie
Vochtigheid
Wondranden

Slide 17 - Drag question

Ontstekingsverschijnselen

Slide 18 - Mind map

Zet in de juiste volgorde van buitenste naar binnenste laag
A
opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel
B
opperhuid- onderhuids bindweefsel - lederhuid
C
lederhuid, onderhuids bindweefsel -opperhuid
D
onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

Slide 19 - Quiz

Wat wordt bedoeld met het 'beperken van bewegingsvrijheid' volgens de Wet zorg en dwang?
A
een huisregel waarbij de voordeur om 22.00 op slot gaat
B
Een gesloten afdeling waar de bewoner alleen met toestemming vanaf kan
C
Het stellen van grenzen aan het aantal bezoekers van de zorgvrager
D
Het plaatsen van camera’s voor toezicht in de kamer van de zorgvrager

Slide 20 - Quiz

Welke van de volgende maatregelen valt onder 'toezicht houden' zoals gedefinieerd in de Wet zorg en dwang?
A
Het insluiten van een zorgvrager in zijn kamer
B
Het controleren van een zorgvrager op middelen die gedrag beïnvloeden
C
Het plaatsen van een camera in de kamer van een zorgvrager
D
Het beperken van de vrijheid van de zorgvrager om zijn eigen leven in te richten

Slide 21 - Quiz

Wat regelt de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)?
A
De rechten van zorgverleners in hun werk
B
De rechten en plichten tussen zorgvrager en zorgverlener
C
De bevoegdheden van zorginstellingen
D
De klachtenprocedure binnen de zorg

Slide 22 - Quiz

Welke punten vallen onder de WGBO?
A
recht op: info over medische situatie + toestemmingsvereiste +inzage medische dossiers
B
wilsverklaring en recht op second opinion
C
recht op vertegenwoordiging en recht op privacy
D
alle voorgenoemde antwoorden

Slide 23 - Quiz

Wanneer mag een zorgverlener informatie achterhouden voor de zorgvrager?
A
Nooit, de zorgvrager heeft altijd recht op volledige informatie
B
Alleen als de zorgverlener vindt dat het onnodig is om de informatie te verstrekken
C
Alleen als de zorgvrager er ernstig nadeel van zou ondervinden, zoals buitensporige angst
D
Altijd, als de zorgverlener het belangrijker vindt om de zorgvrager gerust te stellen

Slide 24 - Quiz

Wat is het doel van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)?
A
Het regelt de hoogte van de salarissen voor zorgverleners
B
Het bepaalt welke zorgvragers recht hebben op behandeling door een arts
C
Het regelt de administratieve verplichtingen van zorginstellingen
D
Biedt bescherming aan zorgvragers tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door zorgverleners

Slide 25 - Quiz

Wat is een 'risicovolle handeling' volgens de Wet BIG?
A
Een handeling waarbij grote kans is op gezondheidsschade als deze ondeskundig wordt uitgevoerd
B
Een handeling die nooit uitgevoerd mag worden door een zorgverlener
C
Een handeling die altijd door een arts moet worden uitgevoerd
D
Een handeling die alleen mag worden uitgevoerd bij acute situaties

Slide 26 - Quiz

Bij wisselligging is het beste om de zorgvrager ...
A
elke 6 uur te wisselen qua houding in hoek van 45 graden of op rug
B
elke 4 uur te wisselen qua houding in hoek van 30 graden of plat op rug/buik
C
een luchtwisselmatras inzetten en dan maar om de 6 uur draaien in hoek van 45 graden of op rug

Slide 27 - Quiz

Wat is de rangeertechniek?
A
benaderingswijze bij dementie
B
een injectietechniek voor intramusculair
C
afwisselend injecteren

Slide 28 - Quiz

Je mag niet injecteren in ...
A
operatiegebied, oedemateuze plek, trombosebeen
B
verlamde ledematen
C
en een arm of been waar lymfeklieren verwijderd zijn
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 29 - Quiz

Wanneer dien je een glucagon injectie toe?
A
Bij een hyper, wanneer iemand buiten bewustzijn is
B
Bij een hypo, wanneer iemand buiten bewustzijn is
C
Bij een hypo, wanneer iemand niet wil eten of drinken
D
Bij een hyper wanneer iemand niet wil drinken

Slide 30 - Quiz

Wat is glycogeen?
A
een hormoon dat voor stijging van glucose zorgt
B
glucose in opgeslagen toestand
C
een hormoon dat voor het dalen van glucose zorgt
D
een enzym dat voor stijging van insuline zorgt

Slide 31 - Quiz

Waarom mag je niet stuwen bij een vingerprik?
A
Kapot maken hemoglobine
B
Hemoglobine vermengt zich met witte bloedcellen
C
je meet dan niet in volbloed
D
Wond heelt minder goed

Slide 32 - Quiz

Iemand ziet erg bleek, heeft hoofdpijn, is moe en beeft. Wat is er aan de hand?
A
Hypo
B
Hyper

Slide 33 - Quiz

Wat kan een oorzaak van een hypo zijn?
A
Te weinig of anders eten
B
Verkeerd spuiten
C
Teveel sporten
D
Alle bovenstaande antwoorden

Slide 34 - Quiz

Bij diabetes kunnen veel complicaties optreden. Wat is diabetische nefropathie?
A
een diabetische voet
B
Een oogaandoening
C
Nierschade

Slide 35 - Quiz