Thema 5 les 2 gemiddelde snelheid

1 / 36
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Absentie (zorg dat je spullen op tafel liggen) 
Hoofdstuk opbouw 
Start nieuw thema 
Doelen van de les
Begrippen van de les
Doel met uitleg
Opdrachten maken 
Nakijken  
Doel van de les en afsluiting

Slide 2 - Slide

Hoofstukopbouw
1. Snelheid
2. Gemiddelde snelheid
3. Soorten bewegingen 
4. Veilig rijden
5. Veiligheid in het verkeer
Toets

Slide 3 - Slide

Snelheid: Doelen
  1. Je kunt beschrijven wat snelheid is. 
  2. Je kunt een eenheid van snelheid noemen. 
  3. Je kunt de snelheid in meter per seconde omrekenen naar kilometer per uur en omgekeerd. 
  4. Je kunt de snelheid berekenen van een bewegend voorwerp. 

Slide 4 - Slide

Snelheid 
Waarom is het meten, weten en inschatten van snelheid belangrijk en handig? 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Begrippen: 

snelheid
Afstand die een voorwerp aflegt
in een bepaalde tijd
snelheidsmeter
Apparaat waar je de snelheid
van een voertuig kunt meten.









Slide 7 - Slide

Doel: Je kunt beschrijven wat snelheid is.
Je weet het verschil van snelheid tussen een auto en een fiets. 
Dit kan je meestal goed inschatten. 

Snelheid is een maat voor hoe snel iets beweegt. 
Hoe groter de afstand die een voertuig aflegt in 1 seconde (sec), hoe groter de snelheid. 

Slide 8 - Slide

Doel:
Je kunt een eenheid van snelheid noemen. 
afkortingen:
m = meter                  / = per
s = seconde              km = kilometer
h = uur (hour)

Meter per seconde is de eenheid van snelheid.
Kilometer per uur is ook een eenheid van snelheid.  

Slide 9 - Slide

Doel: Je kunt de snelheid berekenen van een bewegend voorwerp. 
snelheid = de afstand gedeeld door de tijd
formule: 
snelheid = afstand : tijd

Snelheid in m/s   of km/h
afstand in m          of km
tijd in s                      of h (uur)

Slide 10 - Slide

Doel: Je kunt de snelheid in meter per seconde omrekenen naar kilometer per uur en omgekeerd.  
Een fietser fietst 
36 km/h. 
Hoeveel meter is dat
per seconde?
36 : 3,6 = 10 m/s

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Lot legt in 1 sec 13 meter af.
Piet legt in 1 sec 12 meter af.
A
Lot is langzamer dan Piet. Piet legt in 1 sec een grotere afstand af.
B
Lot is sneller dan Piet. Piet legt in 1 sec een grotere afstand af.
C
Piet is langzamer dan Lot. Lot legt in 1 sec een grotere afstand af.
D
Lot is sneller dan Piet. Lot legt in 1 sec een grotere afstand af.

Slide 13 - Quiz

Wat is de afkorting van meter per seconde?
A
m/e
B
meter/ seconde
C
m/c
D
m/s

Slide 14 - Quiz

Een auto rijdt 82 kilometer per uur (km/h).
Hoe groot is de snelheid in m/s?
A
km/h = m/s
B
snelheid = 82 : 3,6 = 22,7 m/s
C
Snelheid = 82: 20= 34

Slide 15 - Quiz

Een formule 1 wagen rijdt 330 km/h.
Hoe groot is de snelheid in m/s?
A
km/s
B
km/h = m/s
C
snelheid = 330 : 3,6 = 91.67 m/s
D
snelheid = 330 : 10 = 110 m/s

Slide 16 - Quiz

Ik rijd naar Middelburg. Dat is 160 km. Ik rijd daar 4 uur over.
Afstand = 160km, tijd = 4 uur
A
formule: snelheid = afstand : tijd
B
Snelheid = afstand : tijd " = 160 : 8 = 20 km/h
C
Snelheid = afstand : tijd " = 160 : 4 = 40 km/h

Slide 17 - Quiz

Gemiddelde snelheid: Doelen
  1. Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen.  
  2. Je kunt de afstand berekenen als je de tijd en de snelheid weet.
  3. Je kunt de tijd berekenen als je de afstand en de snelheid weet. 

Slide 18 - Slide

Begrippen: 


Gemiddelde snelheid: 
Afgelegde afstand gedeeld
door de tijd die nodig was
om die afstand af te leggen.













Slide 19 - Slide

Doel: Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen.  
Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen als je de afstand en de tijd weet.

Als je bijvoorbeeld ergens heen fiets, is de kans groot dat je niet constant dezelfde snelheid fietst. Je gaat bijv een heuvel op, of juist een heuvel naar beneden. 

Slide 20 - Slide

Doel: Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen.  
Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen als je de afstand en de tijd weet.
Bijvoorbeeld:

Formule: 
gemiddelde snelheid = afstand : tijd
 de gemiddelde snelheid in meter per seconde (m/s);
• de afstand in meter (m);
• de tijd in seconde (s).


Slide 21 - Slide

Doel: Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen.  
Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen als je de afstand en de tijd weet.
Bijvoorbeeld:
Je hebt in totaal 2 uur gefietst. De afstand van de hele fietsrit was
32 kilometer.
Formule: 
gemiddelde snelheid (km/h) = afstand (km) : tijd (h)
gemiddelde snelheid = 32 : 2
                                              = 16 Km/u



Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Stop motion film maken
1. App download: Stop Motion Studio 
2. In groepjes
3. Eigen korte film maken

Slide 25 - Slide

Een sprinter loopt de 100 meter in 10 seconden.
Bereken de gemiddelde snelheid van de sprinter in m/s.
A
100 : 10 = 10 km/s
B
100 : 10 = 10 m/s
C
100 : 10 = 10 m/h
D
10 : 100 = 10 m/s

Slide 26 - Quiz

Een sprinter loopt de 1000 meter in 50 seconden.
Bereken de gemiddelde snelheid van de sprinter in m/s.
A
1000 : 50 = 20 m/s
B
1000 : 50 = 20 km/s
C
1000 : 50 = 20 m/h
D
50 : 1000 = 10 m/s

Slide 27 - Quiz

Aan de slag de eerste paar opdrachten
Samen lezen en opdrachten maken (1 - 5)

Slide 28 - Slide

Doel: Je kunt de afstand berekenen als je de tijd en de snelheid weet.
Formule: 
(gemiddelde snelheid = afstand : tijd) 
(deelsom is omgedraaide keersom)
afstand = gemiddelde snelheid × tijd
• de afstand in (m) of in (km);
• de gemiddelde snelheid in (m/s) of (km/h);
• de tijd in (s) of in (h).

Slide 29 - Slide

Doel: Je kunt de afstand berekenen als je de tijd en de snelheid weet.
Joost heeft een elektrische scooter. Hij rijdt 1,35 uur. Dan is zijn accu leeg. Zijn
gemiddelde snelheid is 30 km/h.
Hoeveel kilometer heeft Joost afgelegd?
afstand = gemiddelde snelheid × tijd
afstand = 30 x 1,35
                 = 40,5

Slide 30 - Slide

Omar heeft een elektrische scooter. Hij rijdt 2 uur. Dan is zijn accu leeg. Zijn
gemiddelde snelheid is 25 km/h.
Hoeveel kilometer heeft Omar afgelegd?
A
afstand = gemiddelde snelheid : tijd 2 x 25 = 50 km
B
afstand = gemiddelde snelheid × tijd 2 x 25 = 50 km
C
afstand = gemiddelde snelheid × tijd 2 : 50 = 25 km

Slide 31 - Quiz

Aan de slag de eerste paar opdrachten
Samen lezen en opdrachten maken (6 en 7)

Slide 32 - Slide

Doel: Je kunt de tijd berekenen als je de afstand en de snelheid weet. 
(gemiddelde snelheid = afstand : tijd)
(afstand = gemiddelde snelheid × tijd)

tijd = afstand : gemiddelde snelheid
Een trein moet een afstand van 400 kilometer rijden. De trein rijdt met een gemiddelde snelheid van 80 km/h.
Hoe lang is de trein onderweg? tijd = 400: 80 = ??

Slide 33 - Slide

Aan de slag: 
Samen lezen en opdrachten afmaken

huiswerk: 
blz 17 - 27
begrippenlijst bs 2

Slide 34 - Slide

 Dit hebben we vandaag geleerd: 

Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen.
(gemiddelde snelheid = afstand : tijd)
Je kunt de afstand berekenen als je de tijd en de snelheid weet.
(afstand = gemiddelde snelheid × tijd)

Je kunt de tijd berekenen als je de afstand en de snelheid weet. 
(tijd = afstand : gemiddelde snelheid)

Slide 35 - Slide

Bedankt!

Slide 36 - Slide