bs 3.4 het uitscheidingsstelsel

1 / 21
next
Slide 1: Link
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Link

het uitscheidingsstelsel
bs 3.4

Slide 2 - Slide

leerdoelen


Je kunt de delen van de nieren en urinewegen noemen met hun kenmerken en functies.

Slide 3 - Slide

Wat heeft uitscheiding met het thema bloed en bloedsomloop te maken? Geef in 1 minuut een antwoord op deze vraag. Ook als je het niet zeker weet.

Slide 4 - Open question

uitscheidingsorganen

Slide 5 - Slide

Nieren

Slide 6 - Slide

Nieren

Slide 7 - Slide

De nieren
  • De nierschors en niermerg verwijderen afvalstoffen/zouten en overtollig water
  • Dit samen heet urine

Slide 8 - Slide

Nierbekkens
In de nierbekkens wordt urine verzameld. Via de urinleleiders wordt de urine afgevoerd naar de urineblaas 
In de urineblaas wordt urine tijdelijk opgeslagen, zodat je niet voortdurend hoeft te plassen. 


Slide 9 - Slide

Doorbloeding nieren


hart -> 

aorta -> 

nierslagader ->   

haarvaten rond nierbuisjes  ->  nierader -> 

onderste holle -> 

hart




Slide 10 - Slide

Nier    
Niermerg en nefronen

Slide 11 - Slide

Elke dag wordt er  180 liter bloed gefilterd!
Elke dag 
plas je ongeveer
1,5 liter urine 

Slide 12 - Slide

opdrachten
maak de opdrachten van bs 3.4 + de test jezelf

volgende week SO b 3.1  t/m  3.3

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Welke bloedvat brengt bloed naar de nier?
A
Nierslagader
B
Nierader
C
Poortader
D
Holle ader

Slide 15 - Quiz

welk bloedvat bevat meer afvalstoffen?
A
nierslagader
B
nierader

Slide 16 - Quiz

In welk gedeelte van de nier wordt de urine verzamelt?
A
niermerg
B
nierschors
C
nierbekken
D
nierader

Slide 17 - Quiz

De juiste volgorde van het urinewegstelsel is...
A
Nieren - Blaas - Urineleider
B
Nieren - Urineleider - Blaas
C
Urineleider - Nieren - Blaas
D
Urineleider - Blaas - Nieren

Slide 18 - Quiz

Hieronder zie je een doorsnede van een nier. 
Zet de namen van de onderdelen op de juiste plaats.
nierbekken
nierschors
niermerg
urineleider
nierslagader
nierader

Slide 19 - Drag question

1
2
3
4
Blaas
nieren
Urinebuis
Urineleider

Slide 20 - Drag question

opdrachten
maak de opdrachten van bs 3.4 + de test jezelf

volgende week SO b 3.1  t/m  3.3

Slide 21 - Slide