Delend lidwoord

Bonjour!

Ik kan het delend lidwoord
herkennen en gebruiken 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 35 min

Items in this lesson

Bonjour!

Ik kan het delend lidwoord
herkennen en gebruiken 

Slide 1 - Slide

Welke delende lidwoorden ken je?

Slide 2 - Mind map

Het delend lidwoord bestaat niet in het Nederlands

Slide 3 - Slide

In het Nederlands zeggen we: Ik koop broeken

In het Frans:                                      J'achète des pantalons

Slide 4 - Slide

Het delend lidwoord 
In het Nederlands géén lidwoord = in het Frans een delend lidwoord. 

BV: Zij eet salade  - Elle mange de la salade. 

Vormen delend lidwoord: 
mannelijk:                   DU
vrouwelijk:                  DE LA
klinker/stomme h:   DE L'
meervoud:                  DES

Slide 5 - Slide



Na een ontkenning:

Na een hoeveelheidswoord:



de/ d´


de
d'
Maar ........

Slide 6 - Slide

Voorbeelden
1. je ne mange pas de pommes.
2. Je mange beaucoup de pommes.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Vous êtes prêts ?
Nu volgen een paar vragen om te kijken of je het begrepen hebt.
Bonne chance !

Slide 9 - Slide

Tu veux ... coca ?

Kies het juiste delend lidwoord.
A
du
B
de la
C
de
D
le

Slide 10 - Quiz

Non, je ne veux pas ... coca
A
du
B
de la
C
d'
D
de

Slide 11 - Quiz

Wat is de vertaling van 'een kilo sinaasappels'
A
un kilo des oranges
B
un kilo de oranges
C
un kilo d'oranges
D
un kilo les oranges

Slide 12 - Quiz

Vu het juiste lidwoord in.
Elle prend ..... lait.
A
du
B
le
C
de
D
de la

Slide 13 - Quiz

Wat is de vertaling van 'een glas cola'
A
un verre des coca
B
un verre du coca
C
un verre d´ coca
D
un verre de coca

Slide 14 - Quiz

Deux kilos ....... pommes.

A
des
B
de la
C
de
D
du

Slide 15 - Quiz

Vertaal 'ik eet geen vlees'
A
Je ne mange pas du viande.
B
Je ne mange pas des viande.
C
Je ne mange pas de viande.
D
Je ne mange pas d' viande.

Slide 16 - Quiz


Je prends une salade avec ___ poivrons (mv).
A
des
B
de
C
les
D
de la

Slide 17 - Quiz

Sleep de delend lidwoorden naar de juiste zinnen.
Je mange ... croissants.
Elle boit ... eau minérale.
Ils achètent ... pain.
Elle n'a pas ... chips.
On a peu ... argent
du
d'
de
des
de l'

Slide 18 - Drag question

Let op!!!
Staat er een vorm van de werkwoorden adorer, préférer, aimer, détester,  in de zin? 
Dan gebruik je : le / la / l' / les

Bijvoorbeeld: J'adore les pommes

Slide 19 - Slide

Het stappenplan voor het delend lidwoord

Stap 1: Aimer, adorer, préférer, détester? --> le / la/ l´/les
Stap 2: Ontkenning of hoeveelheidswoord? --> de / d'
Stap 3: Delend lidwoord --> du/ de la/ de l´/ des

Slide 20 - Slide

Kies het juiste lidwoord
Mon père déteste ....... viande (v).
A
le
B
du
C
de
D
la

Slide 21 - Quiz

Vul het juiste lidwoord in.
Tu préfères la viande ou ...... poisson?
A
du
B
le
C
de
D
de la

Slide 22 - Quiz