Oefentoets 0F

Oefentoets 0F
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Oefentoets 0F

Slide 1 - Slide

Wat moet je zelf betalen als je wint?
A
de trein en de bus
B
een kaartje voor je vriend(in)
C
eten en drinken
D
het gebruik van de wc's

Slide 2 - Quiz

Wat betekent consumpties?
A
eten en drinken
B
kaartjes
C
optredens

Slide 3 - Quiz

Hoeveel kan een Siberische tijger wegen?
A
95 kilo
B
125 kilo
C
250 kilo

Slide 4 - Quiz

Waar wonen de meeste Sumatraanse tijgers?
A
in bossen
B
in dierentuinen
C
in reservaten

Slide 5 - Quiz

In de eerste alinea staat: "er klopt iets niet", wat klopt er niet?
A
De spullen zijn opgeruimd.
B
Er is een raar geluid.
C
Het wiskundeboek is weg.

Slide 6 - Quiz

Wat ziet Charissa als eerste als ze uit de slaapkamer komt?
A
een donkere ruimte
B
een lekkere game stoel
C
een robot met popcorn

Slide 7 - Quiz

Hoe komt het dat Charissa deze droom had?
A
Ze had een film over een droomhuis gezien.
B
Ze had een game over droomhuizen gespeeld.
C
Ze was bezig met huiswerk over droomhuizen.

Slide 8 - Quiz

Ivan doet mee aan de judowedstrijd. Hoe laat moet hij in de Matterhal zijn?
A
om 8.00 uur
B
om 9.00 uur
C
om 9.30 uur

Slide 9 - Quiz

Ivan heeft zich laten wegen. Zijn gewicht is goed. Wat gebeurt er daarna?
A
Ivan geeft het weegbriefje aan de scheidsrechter.
B
Ivan haalt het weegbriefje op bij zijn trainer.
C
Ivan krijgt een stempel op zijn weegbriefje.

Slide 10 - Quiz

Hoe voelde Kaat zich bij de kennismaking?
A
gelukkig
B
verdrietig
C
zelfverzekerd
D
zenuwachtig

Slide 11 - Quiz

Wat zeggen Kaat en Shaqiria over hun vriendschap?
A
Ze waren al meteen vriendinnen.
B
Ze werden pas later vriendinnen.
C
Ze zijn nu geen vriendinnen meer.

Slide 12 - Quiz

Wat vond Shaqiria cool op de eerste dag?
A
dat ze de klas aan het lachen maakte
B
dat ze met oudere leerlingen ging praten
C
dat ze nieuwe mensen leerde kennen

Slide 13 - Quiz

Welke kleur heeft een ei meestal?
A
bruin
B
roze
C
wit

Slide 14 - Quiz

In de eerste alinea staat "de dooier" welk woord kun je hier ook gebruiken?
A
de huid
B
de rand
C
de schil
D
het midden

Slide 15 - Quiz

In welke landen eten mensen vooral bruine eieren met een oranje dooier?
A
Nederland
B
België
C
Duitsland
D
Frankrijk

Slide 16 - Quiz

Jessica wil een rode schooltas. De tas mag niet duurder zijn dan 50 euro. Welke tas kan ze het beste kiezen?
A
Back-bag
B
Eco-abc
C
Bigs

Slide 17 - Quiz

Davids schoolspullen worden vaak nat als het regent. Welke tas kan hij het beste kiezen?
A
Back-bag
B
Eco-abc
C
Bigs

Slide 18 - Quiz

Waarom denkt Sophia: "Oh help"
A
Ze dacht dat ze te laat ging komen.
B
Ze kon haar regenbroek niet vinden.
C
Ze wist nog niet dat het regende.

Slide 19 - Quiz

Wat vindt Sophia het ergst aan de regenbroek?
A
De broek is lastig uit te trekken.
B
De broek maakt een irritant geluid.
C
De broek ziet er lelijk uit.

Slide 20 - Quiz

Hoe gaat Sophia haar broek laten drogen?
A
Ze gaat haar broek vanzelf laten drogen.
B
Ze gaat naast de verwarming zitten.
C
Ze gaat onder de handendroger staan.

Slide 21 - Quiz

Wat betekent somber?
A
boos
B
moe
C
ongezond
D
verdrietig

Slide 22 - Quiz

Waarom moet je een koude douche nemen volgens Victoria?
A
Daar word je beter schoon van.
B
Dat is lekker in de warme zomer.
C
Zo kan je wennen aan koud water.

Slide 23 - Quiz

Zwemmen in koud water is goed voor je. In welke alinea wordt dit goed uitgelegd?
A
onder: Waarom zwem je eigenlijk?
B
onder: Hoe kan jouw lichaam de kou aan?
C
onder: Hoe werkt het?

Slide 24 - Quiz

Welke kleur heeft de boot van Joeri en zijn vader?
A
blauw
B
geel
C
groen
D
rood

Slide 25 - Quiz

Wat vindt Joeri het leukste aan de woonboot?
A
dat hij een eigen kamer heeft
B
dat hij een mooi uitzicht heeft
C
dat hij elke dag kan zwemmen
D
dat hij nooit hoeft te verhuizen

Slide 26 - Quiz