het resultaat - 6 integrale kostprijsberekening

H6 De integrale kostprijsberekening
dekkingsbijdrage (H5) wordt losgelaten
constante kosten worden WEL opgenomen in de kostprijs

standaardkostprijs = 

C = constante standaardkosten, V = variabele standaardkosten
N = normale productie/afzet, B = begrote productie/afzet
NC+BV
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

H6 De integrale kostprijsberekening
dekkingsbijdrage (H5) wordt losgelaten
constante kosten worden WEL opgenomen in de kostprijs

standaardkostprijs = 

C = constante standaardkosten, V = variabele standaardkosten
N = normale productie/afzet, B = begrote productie/afzet
NC+BV

Slide 1 - Slide

Het begrote/werkelijke bezettingsresultaat
constante kosten zijn volledig gedekt als geldt:
normale productie = begrote/werkelijke productie

Als de begrote/werkelijke productie > normale productie zal de ondernemer meer dan de constante kosten terugverdienen en zo een overbezettingswinst boeken
Als begrote/werkelijke  productie < normale productie dan onderbezettingsverlies

begrote bezettingsresultaat =

werkelijke bezettingsresultaat =  
(BN)NC
(WN)NC

Slide 2 - Slide

een negatief bezettingsresultaat is:
A
het verschil tussen de begrote en werkelijke constante kosten bij een hogere bezetting
B
het verschil tussen de begrote en werkelijke totale kosten bij een hogere bezetting
C
het deel van de constante kosten dat niet gedekt is omdat de werkelijke bezetting afwijkt van de verwachte bezetting
D
het deel van de constante kosten dat niet gedekt is omdat de werkelijke bezetting afwijkt van de normale bezetting

Slide 3 - Quiz

Nu maken opdracht 6.4 en 6.5

Slide 4 - Slide

opdracht 6.4 en 6.5
totale opbrengsten - totale kosten = nettowinst
22.230.000 - 17.500.000 = 4.730.000

verkoopresultaat + bezettingsresultaat = nettowinst
(123,50 - 95) x 180.000 + - 400.000 = 4.730.000

Slide 5 - Slide

het verkoopresultaat
verkoopresultaat = (verkoopprijs - standaardkostprijs) x afzet

verkoopresultaat + bezettingsresultaat = nettowinst

(totale omzet - totale kosten = nettowinst)


Slide 6 - Slide

Als een onderneming meer producten verkoopt dan het in diezelfde periode produceert, dan zal de winstmarge bij de variabele kostprijsberekening groter zijn dan bij de integrale kostprijsberekening
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quiz

voorcalculatorisch resultaat
Constante kosten moeten worden terugverdiend. Door deze op te nemen in een standaardkostprijs (gebaseerd op de normale afzet) kan je het voorcalculatorisch resultaat bepalen zodra je een inschatting kan maken van de verwachte / begrote afzet. 
Dit kan op 2 manieren:
1. nettowinst = totale opbrengst - totale kosten
2. nettowinst = verkoopresultaat + bezettingsresultaat
(verkoopprijs) - standaardkostprijs x afzet
B-N x (C/N)

Slide 8 - Slide

nacalculatorisch resultaat
Er is nu meer informatie beschikbaar. Naast gerealiseerd verkoopresultaat en bezettingsresultaat kunnen er ook nog verschillen zijn ontstaan door:

- efficiëntieverschillen                                                                                                    sp x (SH - WH)
(meer of minder arbeidsuren/grondstoffen gebruikt dan toegestaan)


- prijsverschillen                                                                                                                WH x (sp - wp)
(meer of minder betaald voor arbeidsuren/grondstoffen dan toegestaan)
sp = standaardprijs
SH = standaard hoeveelheid gegeven de werkelijke afzet
WH = werkelijke hoeveelheid gegeven de werkelijke afzet
WH = werkelijke hoeveelheid gegeven de werkelijke afzet
sp = standaardprijs per uur/stuk/kg
wp = werkelijke prijs per uur/stuk/kg

Slide 9 - Slide

nacalculatorisch resultaat
efficiëntieverschillen
prijsverschillen
bezettingsresultaat    +
budgetresultaat

nettowinst = verkoopresultaat + budgetresultaat
(verkoopprijs - standaardkostprijs) x afzet

Slide 10 - Slide

grondstoffen
standaardhoeveelheid?
standaardprijs?
werkelijke hoeveelheid?
werkelijke prijs?
3 kg x 18.000 stuks = 54.000kg
€ 8 per kg
55.000 kg
418.000 / 55.000 = € 7,60

Slide 11 - Slide

Bereken het efficiëntieverschil
op de grondstofkosten. Geef aan
of dit voor- of nadelig is.

Slide 12 - Open question

Bereken het efficiëntieverschil
op de arbeidsuren. Geef aan
of dit voor- of nadelig is.

Slide 13 - Open question

Bereken het prijsverschil
op de grondstofkosten. Geef aan
of dit voor- of nadelig is.

Slide 14 - Open question

Bereken het prijsverschil
op de arbeidsuren. Geef aan
of dit voor- of nadelig is.

Slide 15 - Open question

budgetresultaat op constante kosten
=
efficiëntieverschil op constante kosten
+
prijsverschil op constante kosten
+
bezettingsresultaat

 
(WN)NC
vaak geen sprake van

Slide 16 - Slide

nu maken 6.15

Slide 17 - Slide

6.2.4 machine-uurtarief
kosten van inzet machines deel constant en deel variabel



machine uurtarief: Cm + Vm
                                         Nu      Bu 
Wordt doorberekend in kostprijs van het product
afschrijvingskosten, interestkosten
energiekosten, onderhoudskosten
Cm = constante machinekosten
Nu = normaal aantal machine uren
Vm = variabele machinekosten
Bu = begrote aantal machine uren
samen met grondstofkosten en arbeidskosten

Slide 18 - Slide

budgetresultaat op constante machinekosten
efficiëntieverschil
(toegestane hoeveelheid bij werkelijke productie - werkelijke hoeveelheid) x standaardtarief

prijsverschil
begrote CK op basis van normale productie - werkelijke CK

bezettingsresultaat
(werkelijk aantal uren - normale aantal uren) x C/Nu

Slide 19 - Slide

nu maken 6.22
bonusvraag: 
Bereken het budgetresultaat op de constante fabricagekosten

Slide 20 - Slide

nu maken 6.22
bonusvraag: 
Bereken het budgetresultaat op de constante fabricagekosten
efficiëntieverschil = + 1500
prijsverschil = - 3.000
bezettingsresultaat = (530 - 600) x 65 = - 4.550
budgetresultaat = 6.050 nadelig

Slide 21 - Slide

week 48 les 1
  • huiswerk 6.22 en 6.23
  • werken aan taken

Slide 22 - Slide