Verhaalanalyse_3m

Verhaalanalyse

1 / 43
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verhaalanalyse

Verhaalanalyse
Les 1

1.1 soorten boeken

Fictie of non-fictie

fictie

non-fictie

stripboeken

atlas

gedichten

biografie

Realistische fictie is...

A

Een waargebeurd verhaal

B

Een verzonnen verhaal

C

Een verzonnen verhaal dat echt gebeurd zou kunnen zijn.

D

Een verhaal dat echt gebeurd is, maar wel verzonnen lijkt.

Lectuur of literatuur?

lectuur

literatuur

eenvoudig taalgebruik

voorspelbaar

personages zijn onvoorspelbaar

veel dialogen

Zet je aan het denken

Verhaalanalyse
Les 2

1.4 personages uit je handboek

1.6 ruimte uit je handboek


Hoe herken je de hoofdpersoon in een verhaal?

Waarom worden bijfiguren ook wel karakters genoemd?

Wat bedoelen we met 'ruimte' in een boek?

A

Het heelal

B

Een leeg stukje in het boek.

C

Als het vragen bij je oproept.

D

De plek waar het zich afspeelt.

Verhaalanalyse
Les 3

1.7 perspectief

Welke vormen van perspectief ken je?

Filmpje

Vanuit welk perspectief zie je het volgende filmpje?

Vanuit welk perspectief werd het filmpje gemaakt?

Denk aan ik-perspectief, hij/zij-perspectief, wisselend of alwetend perspectief.

Bij welk soort verhalen heb je altijd een alwetende verteller?

Verhaalanalyse
Les 4

1.8 thema en motieven uit je handboek

Thema:

Is waar het verhaal over gaat, beschreven in één zin.



Kies het antwoord dat het thema van het boek 'Oorlogswinter' beschrijft.

A

Het boek laat zien hoe een jonge jongen door de harde realiteit in één winter volwassen moet worden.

B

Oorlog en verraad.

C

De winter staat symbool voor de gure, genadeloze situatie.

D

Oorlogsboek

Motieven

Kies het antwoord dat een motief van het boek 'Oorlogswinter' beschrijft.

A

Het boek laat zien hoe een jonge jongen door de harde realiteit in één winter volwassen moet worden.

B

Oorlog en verraad.

C

De winter staat symbool voor de gure, genadeloze situatie.

D

Oorlogsboek

Welke soorten motieven kun je noemen?

Motieven



Er zijn verschillende soorten motieven:

  1. Leidmotieven

  2. Abstracte motieven

  3. Klassieke/historische motieven

Motieven



Kies uit: leidmotief, abstract motief en klassiek motief.

Een meisje wordt slecht behandeld voor haar stiefmoeder. Dit is een voorbeeld van een klassiek motief.

Een horloge is een voorbeeld van een leidmotief.

Verraad is een voorbeeld van een abstract motief.

klassiek motief
leidmotief
abstract motief

Sleepvraag



Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

Voorbeeld

Honderd uur nacht van Anna Woltz


Het onderwerp is de vlucht van een veertienjarig meisje naar New York.


Het thema zou kunnen zijn: Emilia ontsnapt uit

het dagelijkse leven om een eerdere gebeurtenis te vergeten.

Motieven kunnen zijn: vriendschap, de orkaan


De genres zijn Young Adult (YA), avonturenroman en psychologische jeugdroman.

Verhaalanalyse
Les 5

1.6 tijd uit je handboek

Wat bedoelen we met 'tijd' in een verhaal?

A

Wanneer het zich afspeelt.

B

Hoelang een verhaal duurt.

C

Of een verhaal chronologisch of niet chronologisch verteld is.

D

Hoe lang het verhaal is.

Wanneer is een boek chronologisch?

Wat is het verschil tussen een flashback en een terugverwijzing?

Op welke twee manieren kan een boek eindigen?

Welke eenheden horen er bij welke tijd?

verteltijd

vertelde tijd

aantal maanden

aantal bladzijden

aantal zinnen

aantal jaren

aantal dagen

Verhaalanalyse
Les 6

1.5 spanning uit je handboek

Wat bedoelen we met een spanningsboog?

Wat is het verschil tussen globale en lokale spanning?

Schrijvers gebruiken spanning

Globale spanning: de spanning van begin tot einde van het verhaal/boek.


Lokale spanning: kort spannend moment.


Spanningsboog is de periode tussen het begin en het einde van de spanning.




Vijf manipulatie manieren


  1. Uitstellen en vertragen

  2. Dwaalspoor

  3. Vooruitwijzing

  4. Informatievoorsprong

  5. Open plek

Welke manipulatietechniek heeft de schrijver hier toegepast?



Het fragment komt uit Het gouden ei.

Rex werd wakker. Hij opende zijn ogen, maar voor wat hij zag maakte dat geen verschil: zwart. Waar was hij?
Hij ging overeind zitten maar stootte zijn voorhoofd en viel terug. Er was geen geluid, de lucht was zwaar en koud. Links naast hem was een wand. Hij wilde aan zijn hoofd voelen of hij zich erg gestoten had maar bij die beweging raakte hij met zijn knokkels iets boven zich. Hij tastte omhoog – het was een soort houten plafond, nauwelijks twee handbreedten boven zijn gezicht. Hij wist het al. Het was te erg om te weten. Uiterst behoedzaam, om de zekerheid nog uit te stellen, voelde hij naar rechts. Rechts was een houten wand. Aan zijn hoofdeinde was een schot. Aan zijn voeteneinde was een schot. Hij sloeg met zijn vuisten boven en naast zich en hij schreeuwde maar hij hoorde niets, alsof het geluid door het zwart werd opgeslokt.
Gááhd. Hij lag in een kist, levend begraven.

Welke manipulatietechniek heeft de schrijver hier toegepast?

A

dwaalspoor

B

vooruitwijzing

C

informatievoorsprong

D

vertraging

Welke manipulatietechniek heeft de schrijver hier toegepast?

"Als Jan op dat moment had geweten dat dit hun laatste ontmoeting zou zijn, had hij haar nooit zo makkelijk laten gaan."

A

dwaalspoor

B

vooruitwijzing

C

informatievoorsprong

D

vertraging

Wat is een open plek in een verhaal?

Open plekken

  • Dit zijn momenten die vragen oproepen.

Hoe verwacht je de toets 'verhaalanalyse' te gaan maken?