7-9 les 3

1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Programme
récapitulation
nakijken le bilan
voorbereiden toets

Le programme d'aujourd'hui:
  • teams & la présentation 
  • les articles indéfinis
  • les adjectifs possessifs (bezittelijke vnw)
  • pratiquer voca C 
Le but: à la fin de ce cours:

  • je comprends les articles indéfinis
  • je comprends les adjectifs possessifs
  • j'ai connais déjà (une partie de) voca C

Slide 3 - Slide

Schrijf op:
de/het
een
mijn/jouw/zijn
Mannelijk
le/l'
Vrouwelijk
la/l'
Meervoud
les

Slide 4 - Slide

pratiquer 

Slide 5 - Slide

Bepaalde lidwoorden ( de of het)
......père
.......mère
........frère
......famille

Slide 6 - Slide

Het lidwoord "een" 
Le garçon
La fille
DE jongen
HET meisje
Un garçon
EEN jongen
Une fille
EEN meisje

Slide 7 - Slide

Onbepaalde lidwoorden ( een)
LE père                UN père
LA mère             ..... mère
               LE frère                .... frère               
     LA famille           ....  famille
 LE bébé               ..... bébé

Slide 8 - Slide

Onbepaalde lidwoorden ( een)
LE père                UN père
    LA mère               UNE mère
                LE frère                UN frère               
        LA famille            UNE  famille
 LE bébé                UN bébé

Slide 9 - Slide

Schrijf op:
de/het
een
mijn/jouw/zijn
Mannelijk
le
un
Vrouwelijk
la
une
Meervoud
les
des

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Let op!
Het bezittelijk voornaamwoord slaat op het ZELFSTANDIG NAAMWOORD in de zin, en NIET op de PERSOON die het zelfstandig naamwoord bezit.

Dus: HAAR broer --> broer is MANNELIJK --> SON frère

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Schrijf op:
de/het
een
mijn/jouw/zijn
Mannelijk
le
un
mon/ton/son
Vrouwelijk
la
une
ma/ta/sa
Meervoud
les
des
mes/tes/ses

Slide 14 - Slide

Questions?

Slide 15 - Slide

Pratiquer le vocabulaire

Slide 16 - Slide

Werk samen in je groep
Geef antwoord op de volgende vragen.
Als je de vraag niet begrijpt, dan kun je het opzoeken in OF een online woordenboek Frans-Nederlands OF in Reverso context. GEEN Google translate!
Schrijf
met elkaar de juiste antwoorden op elke vraag op.
Aan het eind vraag ik elk groepje om de antwoorden. 

Slide 17 - Slide

Les questions - de vragen 
1. Hoe groet je elkaar?
2. Comment tu t'appelles?
3. Comment s'appelle ton père?
4. Comment s'appelle ta mère?
5. Tu habites où?
6. Ton/ta camerade de classe habite où?
7. Tu as un frère?
8. Tu as une soeur?
 
 

Slide 18 - Slide

le prochain cours:
L'arbre généalogique
Les chiffres
Pratiquer le vocabulaire
Questions

Slide 19 - Slide