Ontwikkeling van Zaadcellen
Zwangerschap #2
module
13
Ontwikkeling van Zaadcellen
Zwangerschap #2
module
13
als de innesteling heeft plaatsgevonden, dan...
vormt een spleet beide helften
wordt het zenuwstelsel als eerste gevormd (brein en ruggenmerg)
na het zenuwstelsel wordt uit (bloed)vaten het hart gevormd...
na 22 dagen gaat het hart kloppen
er is een werkende bloedsomloop
daarna worden de organen van de spijsvertering (maag en darmen) gemaakt...
rond een slagader wordt een buis een aantal keren gedraaid
dit gebeurt buiten het lichaam van het embryo (in de navelstreng)
tijdens de laatste draai trekt alles terug in het embryo
rond de 10e week is dit klaar
daarna...
ogen en oren worden gevormd
longen worden gevormd
kraakbeen begint uit te groeien in bot (verbenen) → skelet
spieren worden gevormd, kleine bewegingen mogelijk
rond week 8 de geslachtsorganen
het kind is verbonden met de moeder via...
de moederkoek (placenta)
de navelstreng (umbilica)
De placenta is het feitelijke contactorgaan dat tegen de baarmoederwand van de moeder aan zit...
er is een moederlijke kant
vast aan de baarmoeder
er is een foetale kant
einde navelstreng
een dun vlies scheidt beide bloedbanen (de placentabarrière)
voedingsstoffen gaan van moeder naar foetus, afvalstoffen van foetus naar moeder
De navelstreng vormt een fysieke 'kabel' van moeder naar kind...
heeft standaard drie bloedvaten
Eén navelstrengader → zuurstofrijk en voedingsrijk bloed van de placenta naar het embryo
Twee navelstrengslagaders → zuurstofarm bloed met afvalstoffen van het embryo terug naar de placenta
Gelei van Wharton: De vaten liggen hierin beschermd, voorkomt dichtknikken als de baby beweegt
het foetale bloed komt niet direct in aanraking met het moederlijke bloed...
hiervoor zorgt de placenta barrière
de buitenkant bestaat uit dekcellen, ze vormen een filter met super kleine gaatjes → bijna niets kan hierdoor
de binnenkant bestaat uit stamcellen die voortdurend delen om de barrière in stand te houden
echter, sommige stoffen passeren wel...
bloedgassen (O2 en CO2)
glucose en andere voedingsstoffen
mineralen en vitamines
kleine antistoffen (IgG)
alcohol, drugs, medicijnen
enkele kleine virussen (zika, CMV en rodehond)